ECLI:NL:PHR:2024:288

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 april 2024
Publicatiedatum
12 maart 2024
Zaaknummer
23/02386
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420bis SrArt. 420bis.1 SrArt. 317 SrArt. 326 SrArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor witwassen van opbrengsten eigen misdrijf

De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voor witwassen en eenvoudig witwassen. Het hof stelde vast dat verdachte goederen en geld had verkregen die afkomstig waren uit een eigen misdrijf, namelijk afpersing en oplichting van een voormalige vriendin.

De verdachte stelde in cassatie dat het bewijs voor het bestanddeel 'afkomstig uit enig eigen misdrijf' onvoldoende was, omdat niet was vastgesteld van welk specifiek misdrijf de goederen afkomstig waren. De procureur-generaal betoogde dat dit niet vereist is volgens de jurisprudentie en dat het hof terecht had geoordeeld dat sprake was van enig misdrijf.

Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van de benadeelde, WhatsApp-berichten waaruit blijkt dat verdachte onder druk geld heeft verkregen, en het feit dat verdachte de goederen met dat geld heeft gekocht. De Hoge Raad vond geen reden om het arrest te vernietigen en verwierp het cassatieberoep.

De zaak benadrukt dat voor witwassen niet vereist is dat het precieze misdrijf wordt vastgesteld, maar dat wel moet vaststaan dat de goederen afkomstig zijn uit enig misdrijf. Het hof heeft dit voldoende onderbouwd met het bewijsmateriaal.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor witwassen en eenvoudig witwassen blijft in stand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/02386

Zitting2 april 2024
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

Inleiding

De verdachte is bij arrest van 16 juni 2023 door het gerechtshof Amsterdam wegens onder 3 "witwassen en eenvoudig witwassen" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof beslist over een aantal onder de verdachte in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen en een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf afgewezen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en D.R. Kops, advocaat te Breukelen, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

3. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring voor zover deze (kort gezegd) inhoudt witwassen van verschillende goederen en eenvoudig witwassen van een geldbedrag van € 1.400,- niet kan worden afgeleid uit de bewijsvoering, althans ontoereikend is gemotiveerd.
4. Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:
“hij op tijdstippen in de periode van 1 juli 2018 tot en met 18 augustus 2018 in Nederland, voorwerpen, te weten een auto (merk Mercedes, voorzien van kenteken [kenteken]) en een horloge (merk Rolex) en diverse kleding en goederen (merk Louis Vuitton, met een waarde van circa 2915 euro,) heeft omgezet, terwijl hij, verdachte, wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk - afkomstig waren uit eigen misdrijf
en een geldbedrag (van circa 1400 euro) voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk - afkomstig was uit eigen misdrijf.”
5. Deze bewezenverklaring steunt onder andere op de volgende bewijsmiddelen, die het hof heeft opgenomen in de aanvulling op het verkort arrest:
“1. De verklaring van de
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 2 juni 2023.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik heb 67.000 euro van [betrokkene 1] gekregen. Ze heeft dat gepind en aan mij gegeven. Ik wilde het cash hebben. Ik heb gevraagd of er ook geld naar de rekening van [betrokkene 2] kon. Mijn andere vriendin, [betrokkene 3] heeft de auto gekocht. Ik weet niet meer precies hoe dat met [betrokkene 3] is gegaan, maar ik heb haar in ieder geval het geld gegeven om de auto te kopen. Alle in de tenlastelegging genoemde spullen zijn met het geld van [betrokkene 1] gekocht en ook het aangetroffen geldbedrag is van haar afkomstig. Ik heb het geld niet terugbetaald.
2. Een proces-verbaal van verhoor aangever van 28 januari 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [doorgenummerde pagina’s 03-001 - 03-003].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 28 januari 2019 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van
[betrokkene 1]:
Ik wil aangifte doen van afpersing en oplichting. [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte], de verdachte) en ik hadden een relatie met elkaar.
[verdachte] vroeg mij veel geld te geven omdat hij in de problemen zat. [verdachte] zei dat hij geen bankrekening had, daarom moest ik het overmaken naar een vriend van hem. Ik zal laten zien dat ik het geld naar [betrokkene 2] (het hof begrijpt: [betrokkene 2]) [betrokkene 2] heb overgemaakt. Het zijn vier bedragen: 10.000, 15.000, 15.000 en 2.000 euro. Tevens heb ik ook geld gepind voor [verdachte], dit is meer dan 60.000 euro geweest.
[verdachte] heeft mij onder grote druk gezet. Hij vertelde mij dat hij vermoord zou worden als ik het geld niet zou geven. Ik dacht dat ik dan ook vermoord zou worden. Hij vertelde dat hij veel stress kreeg omdat hij onder druk werd gezet. Hij moest dat geld hebben. Hij speelde met mijn gevoelens omdat hij zei dat ik niet meer van hem hield. Hij stuurde ook een foto van iemand die in elkaar geslagen was. Hij zei tegen mij dat hij dit doet bij mensen die niet luisteren. Ik was erg bang geworden door die foto. Zijn vader zei ook tegen mij dat ik hem moest helpen, anders zou ik ook in de problemen zou komen. Ik geloofde ook echt dat hij in de problemen zou komen als ik hem dat geld niet zou geven. Ik werd zo bang voor hem. Hij bleef mij maar onder druk zetten om meer geld te geven. Ik heb dat geld onder grote druk gegeven en het hem niet geleend.
3. Een proces-verbaal van 17 november 2021, opgemaakt door mr. H.S.G. Verhoeff, raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in het gerechtshof Amsterdam.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 17 november 2021 tegenover de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van
getuige [betrokkene 1]:
U vraagt mij of ik de [verdachte] ken. Dat klopt, maar ik kende hem onder een andere naam. Ik kende hem als [betrokkene 4].
Ik heb hem inderdaad geld gegeven, omdat hij mij dreigde dat Colombianen mijn kinderen iets aan zouden doen. De verdachte heeft mij ook verteld dat hij bezig was met drugshandel. Hij heeft mij op een niet normale manier bedreigd. Hij heeft mij foto’s gestuurd via Whatsapp van mensen die mishandeld waren. Hij viel mij telefonisch de hele tijd lastig. Hij belde en appte mij de hele tijd. Hij zei dan honderden keren: Help me, help me, i am in trouble baby. Dat zei hij in het Engels. Als ik dan niet antwoordde omdat ik mij daardoor overvallen voelde schold hij mij uit voor: fucking bitch.
Ik heb hem in totaal 88.000 euro gegeven.
Hij kwam mij dan ophalen en dan reden we naar de geldautomaat en hij dwong mij om geld op te nemen. Ik heb hem in een korte periode, ik denk een week ofzo, in delen dat geld gegeven. U vraagt mij waarom ik daarmee akkoord ben gegaan en niet naar de politie ben gegaan.
Ik was te bang voor represailles.
U vraagt mij of ik ook geld aan hem heb overgemaakt. Dat klopt, dat heb ik gedaan op naam van zijn vriend. De verdachte stuurde mij steeds berichten van dat hij in gevaar was en dat ik in gevaar was en dat ik onmiddellijk geld moest overmaken. Hij heeft toen het rekeningnummer en de naam opgegeven waarnaar ik geld moest overmaken. Ik zie de persoon voor mij zijn naam was iets van [betrokkene 2].
U houdt mij voor dat de verdachte zegt dat hij geld van mij geleend heeft en dat hij dat terug ging betalen. Ik moet daar een beetje om lachen. Het was alles behalve een lening. U vraagt mij of hij iets heeft terugbetaald. Nee, hij heeft mij niets terugbetaald. Ik was heel bang voor represailles. Het is een hele grote man en hij vertelde mij dat hij heel gewelddadig met anderen was. Tegen mij is hij fysiek nooit gewelddadig geweest, maar wel in woorden.
U houdt mij voor dat uit Whatsapp gesprekken uit het dossier naar voren komt dat de verdachte tegen mij zegt dat hij bedreigd wordt en niet dat ik bedreigd word. Het klopt dat hij gezegd heeft dat hij bedreigd werd, maar hij heeft steeds erbij gezegd dat ik ook bedreigd was. Hij vertelde dat hij naar Venezuela was voor drugsactiviteiten. Toen hij terug kwam heeft hij veel druk op mij uitgeoefend door te zeggen dat hij terug moest betalen. Hij zei dat hij bedreigd werd, maar dat ook ik bedreigd werd en dat hij moest terugbetalen en dat de Colombianen achter ons aan zouden komen.
4. Een proces-verbaal van bevindingen ‘totale geldbedrag [betrokkene 1]’ van 31 januari 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [doorgenummerde pagina 03 007].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisant:
Op 28 januari 2019 deed aangeefster [betrokkene 1] aangifte ter zake oplichting dan wel afpersing. In deze aangifte verklaarde [betrokkene 1] onder andere dat zij onder druk geld heeft overgemaakt naar de rekening van [betrokkene 2] en contant geld heeft gegeven aan [verdachte]
Hierop heb ik [betrokkene 1] gevraagd of zij de banktransacties kon doorsturen zodat wij het exacte bedrag konden berekenen en bij de aangifte konden voegen. Ik zag dat het tussen 23 juli 2018 en 8 augustus 2018 in totaal 23 geldopnames betrof bij pinautomaten op de Ceintuurbaan te Amsterdam en het Lorentzplein in Badhoevedorp. Het totale bedrag van de geldopnames betrof: € 46.000,00. Tevens betrof het 4 overschrijvingen naar een bankrekening op naam van [betrokkene 2]. Het totale bedrag van de overschrijvingen betrof: € 42.000,00. Het totale geldbedrag wat met de oplichting is gemoeid betreft € 88.000,00.
5. Een proces-verbaal van bevindingen ‘WhatsApp berichten over [betrokkene 1] door [verdachte] & [betrokkene 2]’ van 11 februari 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [doorgenummerde pagina 03-094 - 03-110].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisanten (of één van hen):
“Op 18 augustus 2018 werden mobiele telefoons van [verdachte] inbeslaggenomen, onder andere een zwarte Apple iPhone met itemnummer 5619377. Door de afdeling Digitale Opsporing werd genoemde telefoon uitgelezen en de verkregen data werden op de gebruikelijke wijze opgeslagen en in het onderzoekdossier bewaard.
Berichten [verdachte] moet Bulgaren betalen:
Op 26 juli 2018 stuurt [verdachte] via WhatsApp aan [betrokkene 1] dat hij een probleem heeft, het blijkt namelijk dat [verdachte] geld moet betalen aan Bulgaren. Uit de WhatsApp berichten blijkt dat iemand [verdachte] pas over een maand kan betalen, waardoor hij nu geld te kort heeft. [verdachte] stuurt dat hij al van iedereen geld heeft geleend. Volgens [verdachte] heeft hij nog 13 nodig, zodat hij dan 100 heeft. Vermoedelijk gaat dit om duizenden euro’s, dus € 13.000,- om dan totaal €100.000,- te hebben.
Uiteindelijk geeft [betrokkene 1] aan [verdachte] weer te kunnen helpen volgende week. [verdachte] vraagt aan [betrokkene 1] of zij kan helpen met 13 (mogelijk € 13.000,-). [betrokkene 1] verklaard dat ze [verdachte] kan helpen met 10 (mogelijk € 10.000,-). Hierop vraagt [verdachte] om 10 te geven en 3 (mogelijk € 3.000,-) over te maken per bank zodat hij dit kan pinnen. [verdachte] geeft aan dat hij het dan vandaag allemaal kan regelen.
[verdachte] en [betrokkene 1] spreken hierop met elkaar af op het werk van [betrokkene 1]. [betrokkene 1] vraagt [verdachte] .om 12.00 uur op haar werk te zijn en vanuit daar te gaan. Om 12:02:29 uur stuurt [verdachte] dat hij er is en [betrokkene 1] dat zij er aan komt.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
Enkele uren later, nadat [verdachte] [betrokkene 1] naar het vliegveld heeft gebracht, stuurt hij dat hij € 2000,- mist. [verdachte] vraagt [betrokkene 1] het geld over te maken via de bank en stuurt daarbij het bankrekeningnummer [rekeningnummer 1]. [betrokkene 1] vraagt de naam die bij het bankrekeningnummer hoort, en noemt de naam "[betrokkene 4]". [verdachte] reageert hierop door te zeggen dat het niet zijn bank is, maar die van een vriend. Kennelijk geeft [verdachte] zich bij [betrokkene 1] uit als [betrokkene 4].
Ten slotte geeft [verdachte] het rekeningnummer [rekeningnummer 2] en daarbij de naam [betrokkene 2]. [betrokkene 1] vermeld kort hierna dat ze het heeft overgemaakt.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
[verdachte] stuurt op 30 juli 2018 aan [betrokkene 1] dat het gelukt is en dat hij het nummer van [betrokkene 1] aan [betrokkene 2] geeft. [betrokkene 1] stuurt dat ze [betrokkene 2] niet kan vertrouwen omdat hij laatst onaardig tegen haar deed. Ook zegt [betrokkene 1] dat [verdachte] haar in de problemen brengt.
Geld in verband met signalering:
Op 31 juli 2018 stuurt [betrokkene 1] dat [verdachte] haar met spoed moet bellen in verband met [betrokkene 2]. [verdachte] stuurt dat [betrokkene 2] boetes heeft.
Ook blijkt uit de berichten dat [betrokkene 2] op het vliegveld is. [verdachte] stuurt namelijk dat [betrokkene 2] dacht dat het kon wachten en [betrokkene 1] stuurt dat het altijd zo op het vliegveld is. Ook zegt [betrokkene 1] dat [betrokkene 2] hem nu blijft sms’en. [verdachte] vraagt of [betrokkene 1] [betrokkene 2] wil helpen, anders gaan ze hem pakken, moet hij naar binnen en dat wil [verdachte] niet. [verdachte] zegt dat [betrokkene 2] nu 7375 moet betalen.
[betrokkene 1] stuurt dat haar kaart is geblokkeerd en zegt niet te weten hoe dit komt. [betrokkene 1] kan hierdoor niet helpen, waarop [verdachte] zegt dat [betrokkene 2] dan moet blijven slapen. [verdachte] zegt dat dit misschien komt omdat ze cash geld heeft opgenomen. Volgens [verdachte] is dit ook bij [betrokkene 2] het geval en stuurt een screenshot met daarop het rekeningnummer en de naam [betrokkene 2] en dat deze rekening geblokkeerd is.
[betrokkene 1] geeft aan in de problemen te zitten en dat ze door [verdachte] is gebruikt. [betrokkene 1] bericht dat zij contact heeft gehad met de bank en dat haar rekening geblokkeerd is omdat er een verdachte transactie heeft plaatsgevonden. [betrokkene 1] stuurt dat ze het geld onder druk heeft overgemaakt en nu in de problemen zit. [verdachte] geeft aan dat [betrokkene 1] gewoon naar de bank moet gaan en dat het dan goed komt. [betrokkene 1] geeft aan dat er veel vragen gesteld worden als ze geld terug wil storten waarbij de bank zegt dat het illegaal is. [betrokkene 1] geeft aan er klaar mee te zijn en niets meer voor [verdachte] wil regelen. [betrokkene 1] stuurt dat [verdachte] moet stoppen met haar onder druk te zetten.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
Geld nodig van [betrokkene 1] omdat [verdachte] zijn leven op het spel staat:
Op 6 augustus 2018 stuurt [verdachte] aan [betrokkene 1] dat hij wat problemen heeft. Volgens [verdachte] heeft iemand al het spul voor de veiligheid aan iemand gegeven met wie [verdachte] lang geleden problemen had. [betrokkene 1] stuurt dat [verdachte] het op moet halen met zijn vriend en het ergens anders weg moet stoppen. Volgens [verdachte] worden mensen bang als ze het spul bij zich hebben. Hierdoor ontstaat het vermoeden dat het bezit van "spul" strafbaar is, mogelijk gaat het om verdovende middelen.
Ook stuurt [verdachte] dat als het fout gaat hij dood gaat, maar hij het gaat proberen te regelen. [verdachte] zegt met de man te gaan praten, deze man zou er woensdag zijn voor alles. [betrokkene 1] vraagt waarom [verdachte] niet met het spul in een goedkoop hotel gaat zitten tot de afspraak. [verdachte] stuurt dat hij het risico niet wil nemen, omdat hij anders 10 of 5 jaar gevangenisstraat kan krijgen. [verdachte] stuurt vervolgens dat hij met die man is en dat hij hem heeft geslagen.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
Op 7 augustus 2018 stuurt [verdachte] een foto naar [betrokkene 1] waarop een man te zien is welke verwondingen in zijn gezicht heeft. Hierop stuurt [verdachte] dat hij hem geslagen heeft.
[verdachte] stuurt aan [betrokkene 1] dat ze hem nog een keer moet helpen. Volgens [verdachte] heeft hij anders een groot probleem, diegene wil namelijk zijn spul niet terug geven omdat diegene al lange tijd op [verdachte] wacht en [verdachte] hem negeert. [verdachte] heeft die woensdag ook een koper voor al het spul en moet het daarom terug hebben.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
[betrokkene 1] vraagt wat ze moet doen en geeft aan dat [verdachte] haar veel stress geeft en dat ze niet meer zoveel kan doen omdat [verdachte], en ook [betrokkene 2], haar al geruïneerd hebben. [verdachte] stuurt dat hij 68 (vermoedelijk € 68.000,-) nodig heeft om hem te betalen, [betrokkene 1] krijgt dit geld dan donderdag terug. Ook krijgt [betrokkene 1] het geld wat ze nog moet krijgen van [betrokkene 2]. [verdachte] zegt dat [betrokkene 1] de enige is die hem kan helpen.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
[betrokkene 1] geeft aan het geld niet te hebben. [verdachte] stuurt dat hij dan een groot probleem heeft en dat zijn leven in gevaar is. Volgens [betrokkene 1] heeft ze nog 4 (vermoedelijk € 4.000.-) op de bank staan en zegt dat [verdachte] het bij zijn vader en oma moet vragen. [verdachte] wil dat [betrokkene 1] het van haar andere bank haalt, [betrokkene 1] zegt dit al gedaan te hebben. [verdachte] zegt dat hij alles al geleend heeft. [betrokkene 1] zegt dat ze [verdachte] al 60 (vermoedelijk € 60.000,-) heeft gegeven. [verdachte] zegt dat [betrokkene 1] niet moet liegen en zegt dat zijn leven in gevaar is. Meerdere keren stuurt [betrokkene 1] dat ze het geld niet heeft. [verdachte] reageert hier op door te zeggen dat [betrokkene 1] aan zijn leven moet denken en zegt dat zij het geld wel heeft. [verdachte] zegt dat hij groot risico loopt, in grote problemen zit, vraagt steeds om geld en zegt dat [betrokkene 1] het van haar andere rekening moet halen. [betrokkene 1] blijft bij haar verhaal dat ze niets meer heeft, nog 4 (vermoedelijk € 4.000,-) op haar rekening heeft, en alles al aan [verdachte] heeft gegeven, waaronder ook het geld van haar kinderen.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
[verdachte] stuurt hierop nogmaals dat zijn leven in gevaar is en zegt dat morgen alles verkocht zal worden, maar een man geeft niets om het spul, hij wil alleen geld en het is niet crimineel. [verdachte] zegt ook dat hij denkt dat zijn leven meer waard is, maar als ze het hem niet geven de mensen hem zullen vermoorden. Hierna blijft [verdachte] vragen om hem te helpen, zegt dat [betrokkene 1] het geld heeft en blijft herhalen dat hij grote problemen heeft, dat zijn leven is gevaar is en dat de mensen hem onder druk zetten. [betrokkene 1] blijft zeggen dat ze geen geld meer heeft, dat ze alles al heeft gegeven, ook het geld van haar kinderen.
[verdachte] stuurt een screenshot van berichten welke [verdachte] met [betrokkene 5] gevoerd zou hebben. Onderzoek in de WhatsApp berichten en contacten in de telefoon van [verdachte] heeft geen gesprek met of een contact met de naam [betrokkene 5] opgeleverd.
[verdachte] blijft vragen om geld terwijl [betrokkene 1] zegt het niet te hebben. [verdachte] blijft herhalen dat hij in de problemen zit, zijn leven in gevaar is, [betrokkene 1] het geld heeft en zij hem moet helpen. [betrokkene 1] geeft aan dat zij echt geen geld meer heeft, dat zij alles al heeft gegeven en dat [verdachte] moet stoppen met haar onder druk te zetten. Nadat [verdachte] [betrokkene 1] constant blijft vragen om hem te helpen met geld stuurt [betrokkene 1] dat hij moet stoppen met haar onder druk zetten. Ook stuurt [betrokkene 1] dat [verdachte] haar ook kan slaan en zelfs doden maar dat het resultaat niet zal veranderen, ze kan hem niet helpen. Uiteindelijk zegt [betrokkene 1] dat ze naar het ziekenhuis gaat. [verdachte] zegt dat als [betrokkene 1] hem niet helpt hij in de problemen komt met de Colombianen.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
Dit stopt [verdachte] niet om [betrokkene 1] om hulp te blijven vragen. [betrokkene 1] zegt dat [verdachte] haar leven en dat van haar kinderen heeft geruïneerd. Ook zegt [betrokkene 1] dat [verdachte] al haar geld heeft gestolen. [verdachte] zegt dat het geleend is. [betrokkene 1] zegt dat [verdachte] al haar geld heeft genomen, druk op haar heeft uitgeoefend, haar heeft bedreigd en dat zij niet liegt maar alles aan [verdachte] heeft gegeven. Ook stuurt [verdachte] dat ze de politie in zal schakelen om haar te beschermen, vanwege de vrienden van [verdachte]. [verdachte] reageert hier op door te zeggen dat ze nooit meer moet bellen en sms’en.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
[verdachte] stuurt dat de koper morgen komt, maar dat het spul eerst betaald moet worden bij iemand, dat kost € 68.000. [verdachte] zegt dat hij het spul dan direct verkoopt aan de koper en het geld dan aan [betrokkene 1] terug zal geven. Ook vind [verdachte] dat [betrokkene 1] het moeilijk maakt en hij is niet blij dat ze met de politie praat. [verdachte] herhaalt dat hij in gevaar is en dat de Colombianen hem de hele tijd bellen.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
Na enige tijd zegt [betrokkene 1] dat ze al haar sieraden wil geven. [verdachte] zegt dat hij hier niets aan heeft en wil alleen geld. Ook is te lezen dat [verdachte] op een gegeven moment minder geld vraagt, eerst 50 en later wil hij minimaal 30 hebben. Ook vraagt [betrokkene 1] of [verdachte] haar auto wil hebben. Daarna zegt [betrokkene 1] dat [betrokkene 2] nog 15 (vermoedelijk € 15.000,-) van haar heeft en dat [verdachte] dat maar moet pakken, dan kan ze vandaag er nog 4 (vermoedelijk € 4.000,) bij geven. [verdachte] zegt dat hij vandaag minimaal 30 (vermoedelijk € 30.000,-) nodig heeft.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
Uiteindelijk zegt [betrokkene 1] dat ze nu 7 (vermoedelijk € 7.000,-) kan betalen omdat ze een vergoeding van werk heeft gekregen. [verdachte] blijft volhouden dat hij 30 (vermoedelijk € 30.000) nodig heeft. Ook zegt [betrokkene 1] dat [verdachte] een cadeau van 2000 terug moet brengen naar de winkel. Daarop zegt [betrokkene 1] dat [verdachte] [betrokkene 2] moet bellen om de 15 (vermoedelijk € 15.000,-) te pakken. Hierop zegt [verdachte] dat hij boos is, terwijl [betrokkene 1] zegt dat ze een oplossing probeert te vinden omdat ze geen 30 (vermoedelijk € 30.000,-) heeft. Vervolgens soms [betrokkene 1] de bedragen 15+7+2 op, dit betreft totaal 24 (vermoedelijk € 24.000,-).
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
[verdachte] stuurt dat hij langs komt omdat hij wil praten over het geld. [betrokkene 1] reageert hierop dat [verdachte] even snel langs kan komen maar dat ze hem niet wil zoenen en dat [verdachte] haar sleutels mee moet nemen om terug te geven. [betrokkene 1] stuurt regel het of anders pleeg ik zelfmoord. Dit herhaalt [betrokkene 1] meerdere keren en geeft aan niet zo verder te kunnen leven. [verdachte] geeft aan dat [betrokkene 1] dit niet moet doen en stuurt dat hij nog 18 (vermoedelijk € 18.000,-) nodig heeft. [betrokkene 1] stuurt dat ze niet meer geld heeft en dat ze toch al half dood is door [verdachte]. De berichten gaan verder over dat [verdachte] geld nodig heeft en [betrokkene 1] herhaalt dat ze niets meer heeft.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
[betrokkene 1] vraagt aan [verdachte] wanneer ze haar geld terug krijgt. [betrokkene 1] zegt dat [verdachte] haar nog meer problemen heeft bezorgd dan dat ze al had, daarom wil ze haar geld terug. [verdachte] zegt dat hij gaat proberen het geld terug te geven, maar dat kan alleen als hij die mensen betaalt en wanneer hij het spul terug geeft. [betrokkene 1] zegt dat dit haar probleem niet is. [verdachte] zegt dat hij het terug kan geven als hij de mensen heeft betaald en wacht dus op [betrokkene 1].
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
In de berichten die vanaf 6 augustus 2018 tot en met 13 augustus 2018 gestuurd zijn vraagt [verdachte] dagelijks om geld van [betrokkene 1]. [verdachte] zegt hierin dat [betrokkene 1] het geld heeft en dat zij alleen [verdachte] kan helpen omdat hij volgens hem zwaar in de problemen zit. Ik heb na het lezen van de berichten het vermoeden dat [betrokkene 1] onder druk gezet is en dat [verdachte] op [betrokkene 1] haar gevoel heeft ingespeeld met als doel het geld van [betrokkene 1] te krijgen.
WhatsApp gesprek tussen [betrokkene 2] en [verdachte] over [betrokkene 1]:
Er is onderzoek gedaan naar de WhatsApp gesprekken tussen [verdachte], de gebruiker van [telefoonnummer 1], en [betrokkene 2], de gebruiker van [telefoonnummer 2]. Het onderzoek dat gedaan is betreft WhatsApp berichten waarbij wordt gesproken over [betrokkene 1], dan wel waarbij zij is betrokken.
Op 5 augustus 2018 stuurt [verdachte] een bericht dat hij aan het wachten is op die Franse hoer, dat hij er eentje aan haar wil laten zien om er vervolgens werk van te maken. [verdachte] zegt vervolgens dat hij 63 (vermoedelijk € 63.000,00) gaat doen. Er wordt tijdens dit gesprek vaker gesproken over Franse, hier wordt [betrokkene 1] mee bedoeld. Tijdens het onderzoek 13Thaxted zijn er geen andere Franse vrouwen naar voren gekomen, behalve [betrokkene 1].
Hierna stuurt [betrokkene 2] een foto van een vrouw en zegt dat deze veel lekkerder is dan die Franse. [verdachte] stuurt vervolgens een foto naar [betrokkene 2], hierop herkennen wij [betrokkene 1]. [verdachte] stuurt hierbij:
"Frans is wel mooier als haar hoor."
Hierdoor wordt bevestigd door [verdachte] en [betrokkene 2] dat ze het over dezelfde persoon hebben, dit betreft [betrokkene 1].
Direct hierna stuurt [betrokkene 2] dat het
"stunt vd eeuw"is,
“70 kop".Vermoedelijk wordt met 70 kop € 70.000,00 bedoeld. Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]
Vervolgens gaan de gesprekken verder over geld en dat [betrokkene 2] nog wat krijgt van [verdachte]. [betrokkene 2] stuurt dat hij 25% van die 16 (vermoedelijk € 16.000,00) krijgt dus 3750 (vermoedelijk € 3.750,00) [verdachte] stuurt dat [betrokkene 2] dat krijgt inclusief een horloge. Vervolgens ontstaat er een discussie over hoeveel [betrokkene 2] krijgt. Hierin stuurt [betrokkene 2]:
"En wat je gepakt heb van Franse heb ik je mee geholpen. Allemaal op me rekening gestort."
De discussie gaat over een afspraak van 7000 euro, hier zou [betrokkene 2] iets van krijgen. [verdachte] stuurt dat deze deal is veranderd dus dat de gemaakte afspraken niet meer tellen.
[betrokkene 2] laat [verdachte] weten dat [verdachte] 85 heeft gepakt. Ook zegt [betrokkene 2] dat [verdachte] die middag in de auto tegen hem heeft gezegd dat hij 7 (vermoedelijk € 7.000,00) krijgt omdat het 15 (vermoedelijk € 15.000,00) is geworden. Volgens [verdachte] is het een en ander niet doorgegaan, wil [verdachte] een klok hebben van [betrokkene 2] en hadden ze alleen een afspraak over 7000 (vermoedelijk € 7.000,00). Uiteindelijk zegt [betrokkene 2] nogmaals dat [verdachte] 85 ruggen (vermoedelijk € 85.000.00) heeft gepakt en dat hij met moeite hiervoor 1500 (vermoedelijk € 1.500,00) heeft gekregen.
Hieronder volgt een selectie van berichten die van toepassing zijn op bovenstaande bevindingen:
[…]”
6. Het bestreden arrest bevat de volgende bewijsoverweging:
“De raadsman heeft vrijspraak bepleit, omdat de in de tenlastelegging opgenomen voorwerpen en het geldbedrag niet uit ‘enig misdrijf’ afkomstig zouden zijn. Een toenmalige vriendin van de verdachte, [betrokkene 1], zou een groot geldbedrag aan de verdachte hebben geleend, waarmee hij diverse aankopen heeft gedaan.
Evenals de rechtbank acht het hof niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder het eerste cumulatief/alternatief wordt verweten, de zogenoemde verhullingsvariant van het witwassen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Het hof overweegt ten aanzien van het als tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde als volgt.
Vooropgesteld wordt dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, onder b Sr en artikel 420bis.1 Sr opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig (eigen) misdrijf', niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Bij de stukken in het dossier bevindt zich een kopie van zaaksdossier "ZAAK03 - Oplichting”. Blijkens dit zaaksdossier heeft [betrokkene 1] op 28 januari 2019 aangifte gedaan van afpersing en oplichting door de verdachte. Deze zaak is (in eerste aanleg) in kopie ingebracht omdat de verdachte hiervoor afzonderlijk wordt vervolgd door het openbaar ministerie onder parketnummer 13-689056-19. Op verzoek van de verdediging is [betrokkene 1] op 17 november 2021 in hoger beroep als getuige gehoord door de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof. In de verklaringen van [betrokkene 1] vindt het hof geen ondersteuning voor de verklaring van de verdachte dat sprake is van een geldlening, terwijl de aangifte van [betrokkene 1] wel wordt ondersteund door de inhoud van de eveneens in het dossier opgenomen WhatsAppberichten tussen de verdachte en [betrokkene 2], waarin onder meer wordt gesproken over de "stunt van de eeuw”, gevolgd door "en wat je hebt gepakt van Franse heb ik je meegeholpen”.
Het hof is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest, in voldoende mate blijkt, dat sprake is van ‘enig misdrijf’ gepleegd door de verdachte jegens [betrokkene 1]. Zij heeft verklaard dat zij in totaal € 88.000,- aan de verdachte heeft verstrekt. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat alle in de tenlastelegging opgenomen voorwerpen door hem zijn aangeschaft van het door [betrokkene 1] aan hem verstrekte geldbedrag en dat ook het bij hem aangetroffen contante geldbedrag daarvan afkomstig was.
Het hof acht derhalve bewezen dat de verdachte geld dat [betrokkene 1] hem heeft verstrekt heeft omgezet in de Mercedes, de kleding en luxegoederen van Louis Vuitton en het Rolex horloge en het (resterende) geldbedrag van € 1.400,- voorhanden heeft gehad, terwijl een en ander afkomstig was uit enig misdrijf van de verdachte, gepleegd jegens [betrokkene 1].”
7. Bij de beoordeling van het middel stel ik het volgende voorop. Voor een bewezenverklaring van het in een op art. 420bis, lid 1, onder b, en/of art. 420bis.1 Sr toegesneden tenlastelegging opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf" en/of “afkomstig uit enig eigen misdrijf” is niet vereist dat dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dat betekent ook dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan. [1]
8. Het hof heeft vastgesteld dat [betrokkene 1] een groot geldbedrag (tussen € 67.000 en € 88.000,00) aan de verdachte heeft verstrekt en dat zij een deel van dat geld overmaakte naar [betrokkene 2], die als tussenpersoon fungeerde. De verdachte heeft de in de tenlastelegging genoemde spullen van dit geld gekocht en het contante geldbedrag is ook van [betrokkene 1] afkomstig. Het hof heeft geoordeeld dat uit de bewijsmiddelen in voldoende mate blijkt dat sprake is van ‘enig misdrijf’ gepleegd door de verdachte jegens [betrokkene 1]. Het middel klaagt in het bijzonder dat dit oordeel niet begrijpelijk is, omdat uit het arrest niet blijkt dat het hof is nagegaan of de bestanddelen van enig misdrijf waren vervuld.
9. Uit de voor het bewijs gebruikte verklaringen van [betrokkene 1] blijkt (evenwel) het volgende. Zij heeft aangifte gedaan van afpersing en oplichting door de verdachte, met wie zij een relatie had. Zij gaf hem het geld, omdat hij haar onder druk zette. Hij vertelde haar namelijk dat hij in de problemen zat, dat hij moest terugbetalen en dat hij vermoord zou worden als zij het geld niet zou geven. Hij zou naar Venezuela zijn geweest voor drugsactiviteiten en er zouden Colombianen achter de verdachte en [betrokkene 1] aankomen. Hij stuurde ook een foto van iemand die in elkaar geslagen was en zei tegen [betrokkene 1] dat hij dat doet bij mensen die niet luisteren. De verdachte heeft tegen haar gezegd dat zij ook bedreigd werd, dat er Colombianen haar kinderen iets aan zouden doen en [betrokkene 1] was bang voor de verdachte en voor represailles, zo heeft zij verklaard. Het geld heeft de verdachte niet terugbetaald.
10. Volgens de vaststellingen van het hof hebben de verdachte en [betrokkene 2] WhatsApp-gesprekken gevoerd over [betrokkene 1]. [betrokkene 2] stuurde in dit verband onder andere: “En wat je gepakt heb van Franse heb ik je mee geholpen. Allemaal op me rekening gestort", "stunt vd eeuw" en “70 kop". Uit deze gesprekken kan worden afgeleid dat de verdachte opzettelijk heeft gelogen tegen [betrokkene 1] om geld van haar los te krijgen.
11. Kennelijk heeft het hof op basis van de bewijsmiddelen geoordeeld dat sprake was van afpersing en/of oplichting van [betrokkene 1] door de verdachte en dat die misdrijven ertoe hebben geleid dat [betrokkene 1] het onder 8 genoemde geldbedrag (al dan niet via [betrokkene 2]) aan de verdachte heeft gegeven. Dat oordeel is gelet op het bovenstaande niet onbegrijpelijk. Daarbij merk ik op dat voor afpersing (art. 317 Sr Pro) niet is vereist dat de dader dreigt met geweld dat tegen het slachtoffer zal worden gepleegd en dat er ook niet mee hoeft te worden gedreigd dat dat geweld door de dader zelf zal worden uitgeoefend. [2] Ook de bedreiging dat mogelijk door anderen (criminelen) geweld tegen [betrokkene 1] of haar kinderen zou worden uitgeoefend, valt zo bezien onder art. 317 Sr Pro. Zelfs bedreiging met geweld (door de verdachte) dat door anderen tegen de verdachte zelf (met wie [betrokkene 1] een relatie had) zou worden uitgeoefend is in dat licht aan te merken als bedreiging met geweld in de zin van art. 317 Sr Pro. In verband met de oplichting (art. 326 Sr Pro) is relevant dat in deze zaak naast verschillende leugenachtige mededelingen van de verdachte aan [betrokkene 1], (in ieder geval aanvankelijk) aan de zijde van [betrokkene 1] ook sprake was van een affectieve relatie, die de verdachte heeft misbruikt. [3]
12. Gelet op het voorgaande heeft het hof op grond van de bewijsmiddelen tot het oordeel kunnen komen dat de goederen en het geldbedrag dat de verdachte voorhanden heeft gehad afkomstig waren uit eigen misdrijf gepleegd jegens [betrokkene 1].
13. Het middel faalt.

Slotsom

14. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, lid 1, RO ontleende motivering.
15. Ambtshalve heb geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding kan geven.
16. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 28 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP2124, r.o. 3.5 en
2.Zie over geweld dat tegen een ander zou worden uitgeoefend: HR 8 december 1987,
3.Zie HR 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2892,