Conclusie
1.Overzicht
track & trace’gegevens van postNL ter zake van de bezorging van aangetekende post, maar dat uw daarop gebaseerde bewijsvermoeden de feitenrechter voldoende ruimte biedt om serieuze rechtszoekenden te kunnen beschermen en dat het probleem ook niet zozeer de bewijsregel is als wel de ondermaatse kwaliteit van de aangetekende-postbezorging, dat opgelost zal moeten worden door PostNL zelf of door de toezichthouder ACM en hoe dan ook in belang afneemt door toenemend gebruik van digitaal procederen.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
track & tracewebsite beschikbaar stelt. Volgens haar voldoet het Hof daarmee niet aan de last die bij het Hof ligt om onomstotelijk aan te tonen dat de nota griffierecht is ontvangen op haar adres, tevens adres van haar gemachtigde. Zij bestrijdt de juistheid van de gegevens op de
track & tracewebsite van PostNL en stelt met name dat de daarop vermelde handtekening niet van de geadresseerde en/of de rechthebbende is.
verweerdat uit HR
BNB2019/142 [5] blijkt dat regelmatige verzending van een stuk per post het vermoeden van ontvangst van dit stuk op het daarop vermelde adres rechtvaardigt omdat per post verzonden stukken in de regel op dat adres worden bezorgd. Het ligt daarom op de weg van de belanghebbende die de ontvangst van het regelmatig verzonden stuk ontkent om dat vermoeden te ontzenuwen. De beoordeling daarvan is volgens de Staatssecretaris een feitelijke kwestie die in cassatie niet beoordeeld kan worden. Nu de nota griffierecht aangetekend is verzonden en het
track and trace-bericht aflevering op het adres van de belanghebbende vermeldt, is niet onbegrijpelijk dat het Hof feitelijk heeft geoordeeld dat de belanghebbende die nota heeft ontvangen. Evenmin onbegrijpelijk acht hij ’s Hofs feitelijke oordeel dat de belanghebbende het vermoeden van ontvangst niet heeft ontzenuwd door aannemelijk te maken dat gebrekkige bezorging door PostNL de verklaring zou zijn dat zij de nota niet zou hebben ontvangen.
4.Verrekening
5.Beoordeling
track & tracegegevens van postNL ter zake van de bezorging van aangetekende post, maar dat uw bewijslastverdeling en het op die gegevens gebaseerde bewijsvermoeden van reglementaire bezorging de feitenrechter voldoende ruimte bieden om serieuze rechtszoekenden te kunnen beschermen. Als de partij wiens (hoger) beroep niet-ontvankelijk is verklaard, in verzet stelt dat het aangetekende stuk niet is uitgereikt of geen afhaalbericht op het juiste adres is achtergelaten, is voor het aannemelijk maken daarvan immers voldoende dat die partij “feiten en omstandigheden aanvoert op grond waarvan de ontvangst of de aanbieding van het stuk, in weerwil van de gegevens van PostNL, redelijkerwijs kan worden betwijfeld.” Er moet dus weliswaar meer zijn dan een blote ontkenning van die gegevens, maar de feitenrechter heeft een grote vrijheid om een ook maar enigszins aannemelijke weerspreking van die gegevens als voldoende tegenbewijs aan te merken als hij de betrokken procespartij als geloofwaardig beschouwt c.q. hij reden heeft om aan die gegevens, met name aan de herkomst van de handtekening op het ontvangstbewijs te twijfelen.