ECLI:NL:PHR:2024:316
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen ongegrondverklaring beklag teruggave inbeslaggenomen auto
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beklag van klager tegen de inbeslagname van zijn personenauto ongegrond, omdat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vorderde. Klager werd verdacht van diefstal en witwassen, waarbij de auto vermoedelijk met crimineel verkregen geld was gefinancierd.
Klager stelde in cassatie dat de rechtbank het beklag onterecht had beoordeeld zonder de zaakstukken te kennen, en dat de motivering ontoereikend was. De Hoge Raad oordeelde echter dat de rechtbank wel degelijk beschikte over relevante stukken, waaronder kennisgevingen van inbeslagneming en proces-verbalen, en dat het oordeel niet uitsluitend op een mededeling van de officier van justitie was gebaseerd.
De Hoge Raad concludeerde dat het middel van cassatie faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag en verwierp het beroep. Er werd geen aanleiding gevonden tot vernietiging van de bestreden uitspraak. Hiermee blijft het beslag op de auto gehandhaafd zolang het strafrechtelijk belang dat vereist.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de auto blijft gehandhaafd.