ECLI:NL:PHR:2024:316

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2024
Publicatiedatum
18 maart 2024
Zaaknummer
23/02329
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen ongegrondverklaring beklag teruggave inbeslaggenomen auto

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beklag van klager tegen de inbeslagname van zijn personenauto ongegrond, omdat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vorderde. Klager werd verdacht van diefstal en witwassen, waarbij de auto vermoedelijk met crimineel verkregen geld was gefinancierd.

Klager stelde in cassatie dat de rechtbank het beklag onterecht had beoordeeld zonder de zaakstukken te kennen, en dat de motivering ontoereikend was. De Hoge Raad oordeelde echter dat de rechtbank wel degelijk beschikte over relevante stukken, waaronder kennisgevingen van inbeslagneming en proces-verbalen, en dat het oordeel niet uitsluitend op een mededeling van de officier van justitie was gebaseerd.

De Hoge Raad concludeerde dat het middel van cassatie faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag en verwierp het beroep. Er werd geen aanleiding gevonden tot vernietiging van de bestreden uitspraak. Hiermee blijft het beslag op de auto gehandhaafd zolang het strafrechtelijk belang dat vereist.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de auto blijft gehandhaafd.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/02329 B
Zitting16 april 2024

CONCLUSIE

A.E. Harteveld
In de zaak
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klager.
De rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 7 juni 2023 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klager, strekkende tot teruggave van een personenauto van het merk Peugeot 308 met kenteken [kenteken] , ongegrond verklaard.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
3.1
Het middel bevat de klacht dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen auto verbeurd zal verklaren of zal onttrekken aan het verkeer, dan wel dat de op de beklagrechter rustende onderzoekstaak is geschonden, en/of dat de rechtbank de ongegrondverklaring van het beklag ontoereikend althans niet zonder meer begrijpelijk heeft gemotiveerd, nu de op de zaak betrekking hebbende stukken ontbreken.
3.2
De rechtbank heeft het beklag ongegrond verklaard en daartoe onder meer het volgende overwogen:
“Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv Pro, blijkt dat op 8 maart 2023 onder klager een personenauto van het merk Peugeot 308 met kenteken [kenteken] in beslag is genomen.
[…]
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp, een personenauto van het merk Peugeot 308 met kenteken [kenteken] . Namens de klager is aangevoerd dat het beklag gegrond moet worden verklaard. Klager is aangehouden en de auto is onder hem in beslag genomen. Vervolgens heeft klager niets meer vernomen en heeft de advocaat, ondanks verzoek daartoe, nog geen dossier ontvangen.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de klager en heeft daartoe aangevoerd dat het belang van strafvordering zich daartegen verzet, omdat het onderzoek nog loopt. Klager wordt verdacht van diefstal uit een kantoorpand op 1 november 2022, waarbij meerdere laptops zijn weggenomen. In maart 2023 werd verdachte aangetroffen in de inbeslaggenomen auto. Verdachte heeft verklaard dat hij € 11.000,- voor de auto heeft betaald met krediet van zijn broer. Hij heeft die verklaring verder niet onderbouwd. Het vermoeden is dat verdachte de auto heeft gefinancierd uit de opbrengst van de diefstal. Om die reden wordt hem ook witwassen verweten. Er wordt nog onderzoek gedaan naar de financiële situatie van verdachte. De officier van justitie heeft verzocht het beklag ongegrond te verklaren.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd. Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. De klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
De rechtbank is aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens nagegaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. Hiervan is de rechtbank niet gebleken.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding, van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast. Als geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, -ook in een zaak betreffende een ander dan de klager-, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken. De auto is op 8 maart 2023 onder de klager in beslag genomen. De officier van justitie heeft meegedeeld dat de klager wordt verdacht van diefstal en witwassen, en dat het onderzoek nog niet is afgerond. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het in beslag genomen voorwerp zal verbeurd verklaren/onttrekken aan het verkeer.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag.”
3.3
Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer van 7 juni 2023 houdt onder meer het volgende in:
“De raadsman:
Het beklag dient gegrond te worden verklaard. Klager is aangehouden en de auto is onder hem in beslag genomen. Vervolgens heeft klager niets meer vernomen en heb ik, ondanks verzoek daartoe, nog geen dossier ontvangen.
De officier van justitie:
Ik verzet mij tegen teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de klager omdat het belang van strafvordering zich daartegen verzet. Het onderzoek loopt nog. Klager wordt verdacht van diefstal uit een kantoorpand op 1 november 2022, waarbij meerdere laptops zijn weggenomen. In maart 2023 werd verdachte aangetroffen in de inbeslaggenomen auto. Verdachte heeft verklaard dat hij € 11.000,- voor de auto heeft betaald met krediet van zijn broer. Hij heeft die verklaring verder niet onderbouwd. Het vermoeden is dat verdachte de auto heeft gefinancierd uit de opbrengst van de diefstal. Om die reden wordt hem ook witwassen verweten. Er wordt nog onderzoek gedaan naar de financiële situatie van verdachte. Ik verzoek u om die redenen het beklag ongegrond te verklaren.
De rechter sluit de behandeling in raadkamer en deelt direct de beslissing mee. Deze beslissing is afzonderlijk vastgelegd.”
3.4
Het middel berust op de stelling dat de op de zaak betrekking hebbende stukken ontbraken en de rechtbank zonder kennisname van de inhoud van enig onderliggend stuk of (een deel van) het procesdossier heeft overwogen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het in beslag genomen voorwerp verbeurd zal verklaren of zal onttrekken aan het verkeer. Dit oordeel zou enkel en alleen zijn ingegeven door een mededeling van de officier van justitie, terwijl de rechtbank het beklag had moeten beoordelen op basis van de op dat moment beschikbare stukken. Gelet hierop, is het oordeel van de rechtbank volgens de steller van het middel onterecht, althans onbegrijpelijk en/of ontoereikend gemotiveerd.
3.5
Anders dan de steller van het middel stelt, bevatten de aan de Hoge Raad toegezonden stukken een – summier – procesdossier en een onderliggend stuk waaruit volgt waarop de inbeslagname is gebaseerd. Zo bevinden zich hierin een kennisgeving van inbeslagneming van 8 maart 2023, een proces-verbaal van bevindingen van 28 november 2022 met betrekking tot de resultaten van een vordering identificerende gegevens naar aanleiding van een aangifte van diefstal uit bedrijf, een proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2023 over een onderzoek naar het telefoonnummer van de klager in verband met een onderzoek naar een diefstal uit kantoor, alsmede een proces-verbaal van verhoor verdachte van 20 maart 2023 dat betrekking heeft op de klager.
3.6
Bovendien heeft de rechtbank in de bestreden beschikking overwogen dat “uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken” het een en ander is gebleken. Dit bevestigt dat onderliggende stukken voorhanden waren en dat de rechtbank haar oordeel niet louter heeft gebaseerd op de mededeling van de officier van justitie over de verdenking en de stand van zaken van het onderzoek, maar het beklag ook heeft beoordeeld op onderliggende stukken over de strafzaak die op dat moment voorhanden waren. Het middel mist dan ook feitelijke grondslag.
4. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO Pro ontleende motivering.
5. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG