Conclusie
Nummer22/01099
Inleiding
Het tweede middel
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging
naastde MMA-meldingen en de eerder aangetroffen sealbag heeft kunnen bijdragen aan de verdenking jegens de verdachte. Het hof heeft bovendien en anders dan de raadsvrouw geoordeeld dat enkele op zichzelf niet ‘verdachte’ passages in de telefoongesprekken tussen de verdachte en zijn vader niet in de weg staan aan het aannemen van een verdenking, omdat het niet vreemd is als in een gesprek tussen vader en zoon ook over “persoonlijke of familieaangelegenheden” wordt gesproken. Dit acht ik allemaal geenszins onbegrijpelijk. De overweging van het hof dat “gelet op de inhoud van delen van die gesprekken” een “gerechtvaardigde verdenking” is gerezen jegens de verdachte moet naar het mij voorkomt zo worden gelezen dat het hof de andere delen van gesprekken dan de door de raadsvrouw als één voorbeeld genoemde passage over een “auto” - anders dan de raadsvrouw en in lijn met de kennelijk in het dossier gegeven duiding - wel als belastend uitlegt. Dat bij uitstek feitelijke oordeel kan in cassatie slechts beperkt worden getoetst en komt mij evenmin onbegrijpelijk voor.