Conclusie
Inleiding
De zaak in het kort
Het eerste cassatiemiddel en de bespreking daarvan
bewogentot de afgifte van meerdere geldbedragen, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk is en/of ontoereikend is gemotiveerd, althans dat [ik, A-G, begrijp: dit] bewezenverklaarde bestanddeel niet uit de gebezigde bewijsmiddelen en bewijsoverweging kan worden afgeleid.”
2.700.000,-,
Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 4
mededeling van verbalisant:
brief van 26 juni 2012 van [betrokkene 1] aan [betrokkene 2]zijnde een "Letter of Intent (intentieverklaring) voor het verrichten van de baggerwerkzaamheden (D-972).
AIA document A101-2007 zijnde een Standard Form of Agreement Between Owner en Contracter d.d. 17 juli 2012( D-256 en D-257). Dit contract tussen de Sint Maarten Harbour Cargo Facillities N.V. (hierna: de Haven) en [B] Ltd.
vereenkomst tussen [A] en [C] N.V.d.d. 26 juni 2012 ( D-303).
3 Fees
Agency agreement tussen [A] en [D] N.V.d.d. 26 juni 2012 ( D-304).
3 Fees
beslissing van de Haven op Change Order C6voor maintenance Dredging of Cargo and Yachting Areas d.d. 29 november 2012 van [betrokkene 1] aan [A] (D-297).
Consultancy agreement tussen [A] en [C] N.V.d.d. 14 december 2012 (D-2213).
offerte van [A] aan de Haven d.d. 22 juli 2013voor een bedrag van 299.000 USD in verband met the Remove stockpiled material (D-1289).
overeenkomst tussen [A] en [D] N.V.d.d. 13 augustus 2013 (D-723).
1.Services by [D]
3.Fees
offerte van [A] aan de Haven d.d. 8 augustus 2013voor een bedrag van USD 156.900,- in verband met Mechanical Dredging of Cargo Area Dock 2 (D-1290).
overeenkomst tussen [A] en [D] N.V.d.d. 12 augustus 2013 ( D-722).
1.Services by [D]
3.Fees
Change Order C/0-10d.d. 15 januari 2013 van [A] aan [betrokkene 1] (D-975).
tweede zogenaamde Change Order C/0-10d.d. 5 september 2013 van [A] aan [betrokkene 1] (D-103).
overeenkomst tussen [A] en [C] N.V.d.d. 24 oktober 2013
eneen
overeenkomst tussen [A] en [verdachte]d.d. 24 oktober 2013 (D-730 en D-731).
1.Services by Consultant
3.Fees
continuation sheet(D-2059).
de verdachte [verdachte]afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 16 december 2019
.
verklaring van [betrokkene 2]:
verklaring van [betrokkene 2]:
verklaring van [betrokkene 3]:
Bewijsoverweging feit 4
mobilization costsen
general condition costs. Niet ter discussie staat – en uit de bewijsmiddelen volgt – dat de Haven deze kosten aan [A] heeft betaald.
mobilization costsen
general condition costsin rekening heeft gebracht bij de Haven. De kernvraag is of dit is geschied door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, eruit bestaande dat [verdachte] al dan niet tezamen met [A] en/of anderen deze
mobilization costsen
general condition costsbij de Haven in rekening heeft gebracht, terwijl deze kosten in werkelijkheid de betalingen van [A] aan [verdachte] onder de agency/consultancy overeenkomsten tussen [A] en [verdachte] betroffen. In tegenstelling tot wat de verdediging stelt, is niet relevant of de door [A] aan [verdachte] betaalde bedragen zagen op smeergeld voor het verkrijgen van het baggercontract door [A] of dat [verdachte] zijn geld meer dan waard was voor [A] . Voor beantwoording van de vraag of sprake is van oplichting van de Haven is immers niet relevant de verhouding tussen [A] en [verdachte] maar wél de verhouding tussen [A] en de Haven, meer in het bijzonder in hoeverre [A] en [verdachte] in de prijsopgaven van [A] aan de Haven een valse voorstelling van zaken hebben gegeven.
mobilization costsen
general condition costs. Het Hof baseert deze conclusie op het volgende. Uit de verklaringen van de getuigen [betrokkene 3] en [betrokkene 2] blijkt expliciet dat de bedragen die [A] aan [verdachte] heeft betaald, werden doorbelast aan de Haven onder de noemer
mobilization costsen/of
general condition costsen voorts, dat dit minst genomen gebeurde met medeweten van [verdachte] . [verdachte] bevestigt dit in die zin dat hij heeft verklaard dat de bedragen die [A] hem betaalde werden doorbelast aan de Haven onder de noemer(s)
mobilization costsen/of
general condition costsen dat met dit doorbelasten de bedoeling was dat de Haven deze kosten zou gaan betalen. Bovendien blijkt uit de inhoud van de tussen [A] en [verdachte] gesloten overeenkomsten het rechtstreekse verband tussen enerzijds de door [A] aan [verdachte] betaalde bedragen en anderzijds de door [A] aan de Haven in rekening gebrachte kosten. Zo wordt in (voornamelijk de preambule van) elk van die consultancy/agency overeenkomsten verwezen naar de desbetreffende overeenkomst/change order tussen [A] en de Haven. Expliciet komt dat verband tot uiting in de consultancy overeenkomst van 14 december 2012 (D-2213), in de preambule waarvan wordt verwezen naar de uitbreiding van het ‘
dredging contract' tussen [A] en de Haven, en het daarin opgenomen bedrag van USD 800.000,- aan
general conditions. Onder artikel 3.4 is vervolgens vermeld dat [A] [verdachte] een
lump sumvan USD 800.000,- zal betalen voor zijn werkzaamheden.
mobilization costsen
general condition costs. Dat de hoogte van deze aan [verdachte] betaalde bedragen niet in alle gevallen één op één correspondeert met de hoogte van de aan de Haven in rekening gebrachte
mobilization costsen
general condition costsdoet aan het voorgaande niet af. Evenmin kan hieraan afdoen dat de eerste offerte van [A] aan de Haven reeds was uitgebracht vóór de totstandkoming van de daarop betrekking hebbende overeenkomsten tussen [A] en [verdachte] , en deze offerte in prijs gelijk is gebleven nadat wel een overeenkomst tussen [A] en [verdachte] was gesloten. Uit de verklaring van [betrokkene 3] – en de verklaring van [betrokkene 2] die dat van zijn vader [betrokkene 3] heeft gehoord – volgt immers dat [verdachte] bij [betrokkene 3] is gekomen, hem heeft gezegd dat hij een bepaald bedrag wilde hebben en dat [verdachte] met zoveel woorden heeft aangegeven dat [A] dit bedrag kon doorberekenen in de bid/offerte aan de Haven. Aldus waren de bedragen die [A] aan [verdachte] betaalde kennelijk reeds verdisconteerd in de eerste offerte aan de Haven.
mobilization costs/
general condition costsen [verdachte] daar geen kennis van of bemoeienis mee had
mobilization costsen
general condition costs, zodat met het doorbelasten van die kosten op de wijze zoals gedaan geen verkeerde voorstelling van zaken is gegeven. Het Hof verwerpt ook dit 'etikettenverweer'. Uit de verklaringen van [betrokkene 3] en [betrokkene 2] volgt immers, dat de aan [verdachte] betaalde bedragen géén
mobilization costsnoch
general condition costszijn. Zo heeft [betrokkene 2] verklaard dat het geld dat van de Haven werd ontvangen voor de in rekening gebrachte
mobilization costsen
general condition costswerd gebruikt voor de betalingen aan (de vennootschappen van) [verdachte] . Ook heeft [betrokkene 2] over het eerste contract van 26 juni 2012 verklaard dat behoudens de kosten van het verslepen van Simpson Bay naar Great Bay er geen
mobilization costswaren en heeft [betrokkene 2] over change-order 10 verklaard dat, ondanks dat deze kosten wel zijn opgevoerd richting de Haven, er geen
mobilization costswaren en ook de
general condition costsde lading niet dekken, en dat deze bedragen zijn doorgegeven door [verdachte] . Wat betreft de
general condition costsvolgt uit de verklaring van [betrokkene 3] dat het "belachelijk" was dat bij de wijziging van change order 6, waarbij de hoeveelheid te baggeren zand sterk werd verlaagd, de
general condition costsgelijk bleven. [betrokkene 2] heeft hierover verklaard dat de opgevoerde USD 800.000,- aan
general condition costsin change order 6 geen
general condition costswaren.
mobilization costsen/of
general condition costsheeft gemaakt, uit het voorgaande volgt dat de door [A] aan [verdachte] betaalde bedragen voor zijn werkzaamheden als consultant/ agent voor [A] niet vallen onder het etiket
mobilization costsen
general condition costs.
mobilization costsen
general condition costsmaakte, zodat niet kan worden gezegd dat [A] deze kosten in strijd met de waarheid bij de Haven in rekening heeft gebracht. Dit verweer wordt weerlegd door de bewijsmiddelen, nu zowel [betrokkene 2] als [betrokkene 3] ieder voor zich hebben verklaard dat de bij de Haven in rekening gebrachte
mobilization costsen
general condition costsde bedragen waren die [A] aan [verdachte] betaalde en derhalve géén mobilisatiekosten en/of general condition kosten waren. Het vorenstaande laat immers onverlet dat voor zover er
mobilization costsen/of
general condition costswaren die kennelijk niet bij de Haven in rekening zijn gebracht onder de noemer
mobilization costsen/of
general condition costs.
fair market value' hadden. Voldoende voor een bewezenverklaring is de vaststelling dat als gevolg van de door [verdachte] en [A] gehanteerde listige kunstgrepen de Haven is bewogen tot afgifte in de vorm van betaling van voornoemd geldbedrag. Het Hof beantwoordt die vraag bevestigend. Dat de Haven geen aangifte van oplichting heeft gedaan kan hieraan niet afdoen. Het met strafbaarstelling van oplichting te beschermen belang ziet immers ook op het handhaven van een transparante en eerlijke wijze van handelen in het economisch verkeer. Evenmin kan hieraan afdoen dat [betrokkene 1] als CEO van de Haven door het Hof wordt vrijgesproken van de aan hem door het openbaar ministerie verweten betrokkenheid bij de oplichting. Dat juridisch gezien de CEO van de Haven en/of de Haven geen weet heeft gehad van de oplichting, laat immers onverlet dat [verdachte] en [A] de Haven kunnen hebben opgelicht. Sterker, oplichting vindt juist bij uitstek plaats door een onwetend slachtoffer bij de neus te nemen. Aldus komt het Hof tot een bewezenverklaring van feit 4, met dien verstande dat het bedrag wordt vastgesteld op 'ongeveer USD 2,7 miljoen', te weten het bedrag dat de Haven aan [A] heeft betaald aan
mobilization costsen/of
general condition costs.”
bewogentot de afgifte van het in de bewezenverklaring opgenomen totaalbedrag van ongeveer USD 2.700.000,-.
NJ2017/157, m.nt. Keijzer – dat aangenomen mag worden dat van de bedoelde causaliteit geen sprake is indien het slachtoffer weliswaar niet (volledig) op de hoogte was van de onjuiste voorstelling van zaken en hij dat ook niet behoefde te doorzien, maar achteraf, nadat hij daarvan op de hoogte is geraakt, verklaart dat die onjuiste voorstelling van zaken voor hem niet van invloed is geweest op zijn beslissing om over te gaan tot de afgifte van het goed.
doordatdie gedraging is verricht. Dit impliceert volgens de wetten van de natuurwetenschappen uiteraard ook een chronologisch verband: het gevolg moet zijn ontstaan
nadatde verdachte een bepaalde gedraging heeft verricht. Omgekeerd zegt de vaststelling dat een bepaald strafrechtelijk relevant gevolg zich op een later moment dan de bedoelde gedraging heeft gerealiseerd natuurlijk nog niets over een eventueel oorzakelijk verband tussen beide. Kelk en De Jong schrijven dan ook terecht dat het gaat om het
propter(wegens) en niet om het
post(nadat). [6]
nietzou hebben verricht. De hypothese luidt hier dat het er helemaal niet toe doet dat in werkelijkheid de strafbare gedraging zich heeft voorgedaan omdat – zo wordt gefingeerd – dat gevolg dan toch wel, dus ook zonder die gedraging, zou zijn ingetreden. [7] Mij spreekt de (toepassing van de) hypothetische causaliteit in dit kader niet aan. Naar mijn inzicht gaat het er om – en dat is hier lijkt mij beslissend – wat er in werkelijkheid is gebeurd en wat zich in dat opzicht feitelijk laat vaststellen, en niet wat er mogelijk wel of niet was gebeurd als de bedrogshandelingen niet hadden plaatsgevonden. [8] Bij mijn weten heeft de Hoge Raad tot op heden geen ruimte gegeven aan de hypothetische causaliteit in relatie tot oplichting of een van de andere bedrogsartikelen. [9]
doordatdie kosten zijn opgevoerd. De reden dat de Haven die kosten heeft voldaan, is nu juist dat die kosten door [A] zijn opgenomen in de bedoelde overeenkomst(en) met de Haven. Waren die kosten daarin niet vermeld, dan had (zo mag redelijkerwijs wel worden aangenomen) de Haven die kosten vanzelfsprekend niet voldaan.
Het tweede cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Informatie kroongetuige traject – horen Belien
Ten aanzien van het verzoek tot […] het voegen van mogelijk afgelegde kluisverklaringen door de verdachte [betrokkene 1][…]
Ten aanzien van de kluisverklaringen van [betrokkene 1]
5.5.1.2 Kroongetuigentraject
De kluisverklaringen van [betrokkene 1]
Art. 4, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering van Sint Maarten (hierna: SvSM):
Art. 58, eerste lid, SvSM:
Art. 358, eerste lid, SvSM:
de processtukken in de onderhavige strafzaakkunnen worden gerekend. Dat oordeel is juist, in aanmerking genomen dat de kluisverklaringen waarop de verdediging het oog heeft niet het resultaat zijn van het opsporingsonderzoek gericht tegen de verdachte. [16] Het verzoek tot toevoeging dan wel kennisneming van de bedoelde kluisverklaringen is derhalve een verzoek dat aan de maatstaf van de noodzakelijkheid van art. 358, eerste lid, Sv dient te worden getoetst. In de hiervoor in randnummer 28 weergegeven overwegingen heeft het Hof geoordeeld dat het toewijzen van de verzoeken van de raadsman niet noodzakelijk wordt geacht. Aldus heeft het Hof de juiste maatstaf toegepast. Hierover wordt in de schriftuur terecht niet geklaagd.
moeten(delen van) die verklaringen worden gebruikt in de vorm van voeging daarvan door het openbaar ministerie bij de processtukken.
Slotsom