ECLI:NL:PHR:2024:368
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens onjuiste toepassing artikel 416 lid 2 Sv
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 oktober 2022, waarin de verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep op grond van artikel 416 lid 2 Sv Pro. Het hof stelde dat namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven was ingediend. De verdachte was niet persoonlijk op de terechtzitting verschenen en de dagvaarding was niet persoonlijk betekend.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad onderzocht de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat de verdachte tijdig cassatie had ingesteld binnen de termijn van veertien dagen nadat het arrest hem bekend was. Tevens werd vastgesteld dat namens de verdachte wel degelijk een schriftuur houdende grieven was ingediend, namelijk een ingevuld grievenformulier waarin onvrede over de strafmaat werd geuit.
De conclusie van de procureur-generaal was dat het hof ten onrechte de niet-ontvankelijkverklaring had uitgesproken. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.