ECLI:NL:PHR:2024:430

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2024
Publicatiedatum
15 april 2024
Zaaknummer
23/00215
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 SvArt. 365a lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest mishandeling wegens ontbreken bewijsmiddelen in uitspraak hof

De verdachte werd bij verstek veroordeeld door het hof Arnhem-Leeuwarden tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf wegens mishandeling. Het cassatieberoep richtte zich op het feit dat het hof zijn verkorte uitspraak niet had aangevuld met de gebruikte bewijsmiddelen, zoals vereist volgens artikel 359 Sv Pro.

De raadsman van de verdachte verzocht tijdig om een aanvulling met de bewijsmiddelen, maar het hof gaf aan dat zo'n aanvulling niet was opgemaakt. De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van de bewijsmiddelen in de uitspraak een nietigheid oplevert, waardoor het arrest niet in stand kan blijven.

Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep op basis van de bestaande stukken.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van bewijsmiddelen in de uitspraak en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/00215
Zitting26 maart 2024

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1. De verdachte is bij verstekarrest van 29 november 2018 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens ‘mishandeling’ veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een week, met een proeftijd van drie jaren, en een taakstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het hof zijn verkorte uitspraak niet heeft aangevuld met de bewijsmiddelen die het hof heeft gebruikt.
4. Bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden, bevindt zich een uitspraak van het hof die niet de bewijsmiddelen bevat. Verder bevindt zich bij die stukken niet een aanvulling als bedoeld in artikel 365a lid 2 Sv met daarin de bewijsmiddelen die zijn gebruikt.
5. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij brief van 9 juni 2023 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van (onder meer) een afschrift van die aanvulling. Desgevraagd heeft de griffier van het hof bij brief van 22 juni 2023 de Hoge Raad bericht dat zo’n aanvulling niet is opgemaakt.
6. Op grond van artikel 359 lid 3 en Pro lid 8 Sv moet een uitspraak op straffe van nietigheid de bewijsmiddelen bevatten die de feiten en omstandigheden inhouden die redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De uitspraak van het hof voldoet niet aan dit vereiste en kan daarom niet in stand blijven. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG