AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep mishandeling
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag bij verstek niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter waarin hij was veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken wegens mishandeling van zijn levensgezel.
Namens de verdachte werd cassatie ingesteld met één middel gericht tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Hoge Raad constateerde dat het hof het oordeel dat de verdachte niet-ontvankelijk was op grond van artikel 416 lid 2 SvPro niet begrijpelijk had gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, zodat het hoger beroep op de juiste wijze inhoudelijk kan worden behandeld. De verdachte was niet verschenen bij het hof, dat verstek verleende, en er was geen schriftelijke grieven ingediend.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad voerde het woord en concludeerde tot vernietiging en terugwijzing. De zaak betreft een mishandeling gepleegd op 16 juni 2021, waarbij de verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring en wijst zaak terug voor inhoudelijke behandeling in hoger beroep.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/01152
Zitting26 maart 2024
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.
1. De verdachte is bij verstekarrest van 10 maart 2023 door het gerechtshof Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag waarbij hij wegens ‘mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel’ is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. L. Windhorst, advocaat te 's‑Gravenhage, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in zijn hoger beroep.
4. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 10 maart 2023 houdt het volgende in:
“ De verdachte, opgeroepen als
(...)
is niet ter terechtzitting verschenen.
De advocaat-generaal legt een akte van betekening over en een formulier, welk laatste stuk inhoudt dat de verdachte zich niet in detentie bevond op de daarin genoemde dagen. De raadsheer deelt mede dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze is betekend.
Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De raadsheer merkt op dat in deze zaak geen schriftuur houdende grieven is ingediend.
De advocaat-generaal voert het woord en vordert dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep. De advocaat-generaal legt de vordering over aan het hof.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en spreekt het arrest uit.”
5. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een ‘akte instellen hoger beroep’, inhoudende dat op 17 juni 2021 door mr. L. Windhorst namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 16 juni 2021. Aan deze akte is gehecht een ‘Grievenformulier Hoger Beroep’ waarop een datumstempel ontbreekt, maar waarop de datum “ 17-06-2021” is geschreven, vergezeld van de handtekening van mr. L. Windhorst. Dit grievenformulier staat op naam van de verdachte en op het formulier is aangekruist dat de verdachte om de volgende redenen in hoger beroep komt:
“ [X] Ik ben onschuldig
(...)
[X] Ik heb bezwaren tegen de (hoogte van) opgelegde straf”
6. Gelet op het voorgaande is het oordeel van het hof dat de verdachte op de voet van artikel 416 lid 2 SvPro niet-ontvankelijk is in het hoger beroep, niet begrijpelijk.
7. Het middel slaagt.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.