ECLI:NL:PHR:2024:490
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping draagkrachtverweer bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel Aruba
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft vastgesteld dat de veroordeelde een wederrechtelijk verkregen voordeel van Awg. 837.605,92 had en hem verplicht tot betaling van Awg. 586.324,14 aan het Land Aruba. Bij gebreke van betaling kan vervangende hechtenis worden toegepast.
De veroordeelde stelde in cassatie dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het draagkrachtverweer werd verworpen. De procureur-generaal stelt dat het Hof terecht heeft overwogen dat het niet aannemelijk was dat de veroordeelde op geen enkel moment in de toekomst aan zijn betalingsverplichting kan voldoen. Het Hof heeft daarbij rekening gehouden met de verjaringstermijn en de mogelijkheid tot uitstel of betaling in termijnen.
Verder is aangegeven dat het Hof niet verplicht was om een feitelijke vaststelling te doen over de huidige financiële positie van de veroordeelde. Ook het argument dat de veroordeelde zich niet kan beroepen op latere omstandigheden is achterhaald door de intrekking van het oude Wetboek van Strafvordering Aruba en de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek per 1 april 2024.
De conclusie van de procureur-generaal is dat het middel faalt en dat het beroep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het draagkrachtverweer is terecht door het Hof verworpen.