Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft de veroordeelde veroordeeld tot betaling van een bedrag van Awg. 586.324,14 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde voerde een draagkrachtverweer aan, stellende niet in staat te zijn deze som te betalen vanwege haar beperkte inkomen en hoge vaste lasten.
Het hof heeft dit verweer echter verworpen, stellende dat niet aannemelijk is dat de veroordeelde op enig moment in de toekomst niet in staat zal zijn aan de betalingsverplichting te voldoen. Daarbij nam het hof de verjaringstermijn en de mogelijkheid tot uitstel of betaling in termijnen mee in haar overwegingen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd en dat het niet verplicht was een nadere feitelijke vaststelling te doen over de huidige financiële situatie.
Daarnaast is op 1 april 2024 het nieuwe Wetboek van Strafvordering Aruba in werking getreden, waardoor de wettelijke beperking dat latere vermindering of kwijtschelding slechts mogelijk was op grond van omstandigheden na de uitspraak is komen te vervallen. Dit onderbouwt de afwijzing van het middel van de veroordeelde.
De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad is dat het middel faalt en het beroep dient te worden verworpen. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging van de bestreden uitspraak.