Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Procesgang
3.Standpunten van de klaagster, de belanghebbende en het openbaar ministerie
Het standpunt van klaagster
4.De beschikking
De beoordeling
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft het hof Arnhem-Leeuwarden bij beschikking van 6 mei 2021 het klaagschrift van klaagster deels gegrond verklaard en deels ongegrond, waarbij het beslag op de scooter en het appartementsrecht werd gehandhaafd vanwege vermoedelijke verhaalsfrustratie. Klaagster werd strafrechtelijk vervolgd wegens witwassen, evenals haar ex-partner wegens overtredingen van de Opiumwet en witwassen. Conservatoir beslag was gelegd op diverse goederen, waaronder het appartementsrecht en de scooter.
Het hof oordeelde dat het appartementsrecht en de scooter aan klaagster waren toegekomen met het kennelijke doel de uitwinning van vermogen van haar ex-partner te frustreren, en dat klaagster dit redelijkerwijs moest vermoeden. Dit oordeel baseerde het hof onder meer op de vaststelling dat klaagster tot en met 2015 inkomsten ontving via een witwasconstructie en dat zij haar ex-partner een volmacht had verleend om haar financiën te regelen.
In cassatie klaagt klaagster over de onbegrijpelijkheid van deze motivering. De Hoge Raad stelt vast dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat klaagster tot en met december 2015 inkomsten via de witwasconstructie ontving, terwijl uit stukken blijkt dat zij in 2015 salaris ontving van een andere BV. Ook heeft het hof onvoldoende gemotiveerd waarom de scooter niet als een gangbaar voorwerp voor een gezin zou gelden en waarom deze met het oog op verhaalsfrustratie aan klaagster zou zijn toegekomen.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde beoordeling van het klaagschrift. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging aangetroffen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het klaagschrift.