In deze zaak betreft het cassatieberoep van een (ontbonden) maatschap, die door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet-ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep. Het cassatieberoep werd tijdig ingesteld door de griffier namens de maatschap, vertegenwoordigd door advocaat K.J. Breedijk.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad verwijst naar de samenhangende strafzaak met nummer 22/00899, waarin dezelfde kwesties aan de orde zijn. De conclusie richt zich op de niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep in deze ontbindingszaak, waarbij wordt volstaan met verwijzing naar de feiten en overwegingen in de strafzaak.
De conclusie is dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, waarmee het hoger beroep van de maatschap niet-ontvankelijk blijft. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven in deze conclusie.