2.3Voordat ik de middelen bespreek, citeer ik eerst de in de bestreden beschikking weergegeven standpunten van de klager en het openbaar ministerie, alsmede het oordeel van de rechtbank:
“
Het standpunt van klager
De klager heeft verzocht om teruggave van de auto, omdat hij de rechthebbende is. Hij is op 15 juni 2022 eigenaar geworden van de auto door koop en levering. De auto is geregistreerd op naam van [betrokkene 1], omdat de klager een frauderegistratie heeft bij Stichting Centraal Informatie Systeem.
Namens de klager is ter terechtzitting naar voren gebracht dat het antwoord op de vraag of de klager als rechthebbende kan worden aangemerkt, ligt in de verzekeringskwestie. Zowel de klager als zijn partner hadden op dat moment een frauderegistratie. Om die reden is de auto tijdelijk op naam van [betrokkene 1] gezet, zodat de auto onder een verzekering kon blijven. De angst de auto te verliezen, leidde tot paniek, reden waarom kort na het beslag de auto op naam van de klager is gezet.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard.
Aangezien het klaagschrift is ingediend door een ander dan degene tegen wie het strafvorderlijk onderzoek zich richt, moet de vraag worden beantwoord of het buiten redelijke twijfel is dat de klager als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt. Het OM overweegt dat de auto in beslag is genomen ter hoogte van de woning van [betrokkene 1]. Dat roept op zichzelf al vragen op over wie nu de eigenaar is van de auto. Daarbij neemt het OM in aanmerking dat de auto ook op naam staat van [betrokkene 1], een op dat moment veroordeelde opzetheler van auto’s en auto-onderdelen met een nog lopende ontnemingszaak, waarin in eerdere aanleg een forse ontnemingsmaatregel is opgelegd. Omdat de kans op beslaglegging op vermogensbestanddelen van [betrokkene 1] aanzienlijk is, is de stelling van de klager, dat hij nu juist deze voor fraude veroordeelde [betrokkene 1] heeft uitgekozen om als katvanger te dienen om zijn auto op naam te zetten, omdat de klager dat zelf niet kon in verband met een frauderegistratie, volgens het OM zeer merkwaardig en niet geloofwaardig. Te meer omdat de auto een paar uur na inbeslagname door de politie, snel op naam is gezet van de klager. Het geheel komt op het OM als onbetrouwbaar over, waardoor het OM bij het standpunt blijft dat degene op wiens naam het voertuig stond bij inbeslagname en voor wiens woning de auto werd aangetroffen, zijnde [betrokkene 1], de eigenaar van de auto is.
Gelet op het voorgaande is het OM van oordeel dat in ieder geval niet buiten redelijke twijfel kan worden gesteld dat de auto eigendom is van de klager. Het belang van strafvordering verzet zich voorts tegen teruggave van de auto aan [betrokkene 1], omdat zowel de rechtbank in eerste aanleg als het hof een ontnemingsmaatregel hebben uitgesproken en het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de Hoge Raad, later oordelend, dit arrest zal bekrachtigen.
Het oordeel van de rechtbank
Onder [betrokkene 1] is op 19 juni 2022 in beslag genomen een personenauto, merk Volkswagen, type Golf, kenteken [kenteken]. De klager heeft gesteld rechthebbende van de auto te zijn en verzoekt om teruggave ervan.
In dit geval dient de rechtbank a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b. de teruggave van het in beslag genomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn er sterke aanwijzingen dat de auto niet aan de klager, maar aan [betrokkene 1] toebehoort. Daartoe is redengevend dat de auto nabij de woning van [betrokkene 1] in beslag is genomen. Ook staat de auto op naam van [betrokkene 1]. De rechtbank overweegt daarbij dat [betrokkene 1] een op dat moment veroordeelde opzetheler van auto’s en auto-onderdelen was, met een nog lopende ontnemingszaak waarin in eerdere aanleg een forse ontnemingsmaatregel is opgelegd. De rechtbank is met het Openbaar Ministerie van oordeel dat de stelling van de klager, dat hij nu juist deze voor fraude veroordeelde [betrokkene 1] heeft uitgekozen om als katvanger te dienen om zijn auto op naam te zetten, omdat de klager dat zelf niet kon in verband met een fraude registratie, als zeer merkwaardig en niet geloofwaardig aan te merken is.
De rechtbank betrekt in haar overwegingen dat is gebleken dat de auto een paar uur na inbeslagname door de politie snel op naam is gezet van de klager, iets wat eerder volgens de klager niet mogelijk was omdat er bij hem sprake was van een frauderegistratie. Dat was nu juist de reden die de klager had gegeven voor het feit dat de auto op naam van [betrokkene 1] was gezet.
Gelet hierop is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter de auto later, als toebehorend niet aan de klager maar aan [betrokkene 1], verbeurd zal verklaren. Het belang van strafvordering verzet zich daarom tegen opheffing van het beslag, zodat het beklag ongegrond moet worden verklaard.”