ECLI:NL:PHR:2024:708
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest medeplegen wederspannigheid met letsel wegens ontoereikende bewezenverklaring
De verdachte werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van wederspannigheid met lichamelijk letsel tegen politieambtenaren tijdens een aanhouding. Het hof legde een gevangenisstraf van één dag en een taakstraf op. De bewezenverklaring omvatte dat het misdrijf en de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel hadden veroorzaakt.
De advocaat van de verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de verdachte zelf het letsel had toegebracht, terwijl de strafverzwaringsgrond uit art. 181 Sr Pro alleen geldt voor degene die het letsel zelf veroorzaakt. De Hoge Raad bevestigde dat de strafverzwaringsgrond van art. 181 Sr Pro en art. 182 Sr Pro alleen van toepassing is op degene die het letsel zelf heeft toegebracht, conform eerdere jurisprudentie en wetsgeschiedenis.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat de verdachte zelf het letsel heeft veroorzaakt, waardoor de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd is. Een verbeterde lezing die het letsel zou schrappen en alleen het grondfeit wederspannigheid zou laten staan, is niet mogelijk zonder de ernst van het bewezenverklaarde feit aan te tasten. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
Daarnaast overweegt de Hoge Raad dat de redelijke termijn is overschreden, zodat het hof ook over deze schending moet oordelen bij de hernieuwde behandeling. De conclusie van de AG strekt tot vernietiging en terugwijzing van de zaak.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak terugverwezen wegens ontoereikende motivering dat verdachte zelf het letsel heeft toegebracht.