Conclusie
Lamb),
[verweerder 1], en samen met Lamb:
Lamb c.s., in vrouwelijk enkelvoud),
Casa),
Raboni),
Byblos),
[verweerder 5], en samen met Casa, Raboni en Byblos:
Byblos c.s., in vrouwelijk enkelvoud),
STAK),
[verweerder 7]),
[verweerder 8]),
[verweerder 9]).
OK) onderzoeken bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Casa en van Raboni. In november 2019 is het (gecombineerde) onderzoeksverslag ter griffie van de OK gedeponeerd, waarna onder meer verzoeken tot het treffen van voorzieningen zijn ingediend. Tot het daadwerkelijk treffen van voorzieningen is het in eerste instantie niet gekomen, omdat partijen in 2020 vaststellingsovereenkomsten hebben gesloten. Daaraan is vervolgens geen uitvoering gegeven, waarna de enquêteprocedures in 2023 zijn vervolgd. In de bestreden beschikking verstaat de OK dat uit het onderzoeksverslag is gebleken van wanbeleid van Casa en van Raboni, en spreekt de OK bij wege van definitieve voorziening de ontbinding uit van Casa en van Raboni. Daartegen komt Lamb op in cassatie. Zij doet dit met een reeks klachten. M.i. missen deze alle doel. Ik leg uit waarom.
1.Feiten
beschikking). [1]
pand). De enige bedrijfsactiviteit van Raboni bestaat uit verhuur van het pand. Zij verhuurt dit aan Casa. Casa drijft daarin een restaurantonderneming, genaamd ‘Dolce Vita’ (hierna: de
onderneming).
2.Procesverloop
In de eerste fase van de enquêteprocedures
Overing) als tijdelijk bestuurder van Casa en van Raboni. [5]
vaststellingsovereenkomsten). [7] Onderdeel van de vaststellingsovereenkomsten is dat partijen hun verzoeken zullen intrekken na uitvoering van hetgeen in de vaststellingsovereenkomsten is opgenomen.
De voorzittermerkt op dat het verzoek van Lamb een voorwaardelijk verzoek was. Mr. Schouten antwoordt dat dit in het verweerschrift is aangepast naar een onvoorwaardelijk verzoek.
on holdstaat en dat voorzieningen nodig zijn. We zitten nog steeds in de tweede fase. Het verzoek is misschien wat naar de achtergrond gegaan door de vaststellingsovereenkomsten, maar het verzoek ligt er nog wel. Ik zeg u nu dat dat zo is, er ligt een verzoek tot vaststellen van wanbeleid. Dat sprake is van wanbeleid, dat staat wel vast. (…)
De voorzittermerkt op dat ontbinding en vereffening een praktische oplossing zou kunnen bieden.
oudste raadsheerof het voor partijen van belang is of ze zelf nog een mogelijkheid krijgen om de kwestie op te lossen en hoe belangrijk het is dat de kwestie snel wordt opgelost antwoordt
[verweerder 1]dat hij wil dat de zaak snel wordt opgelost, omdat hij voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van de onderneming, en dat hij verwacht dat dit met de kortgedingprocedure zal lukken.
[verweerder 5]antwoordt dat het niet mogelijk is dat partijen het nog zelf oplossen.
going concern, en verwacht dat door de kortgedingprocedure ook te worden. Zo nodig zal [verweerder 1] uit eigen zak personeel en de belastingdienst betalen totdat er meer duidelijkheid is. Bij voorkeur wordt deze procedure dan ook aangehouden tot 1 oktober 2023.
Wij willen geen aanhouding. De bestuurder heeft ontslag genomen. Het is niet de bedoeling dat [verweerder 1] contante betalingen gaat doen namens de onderneming, want er zijn al problemen met contante betalingen. Het langer openhouden is ten detrimente van de onderneming. [verweerder 5] is bereid tot vereffening, liefst zo snel mogelijk.
mr. Coskunantwoordt dat Byblos en [verweerder 5] wel een verzoek tot ontbinding en vereffening doen.”
.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
ultimum remediumis, althans ontoereikend heeft gerespondeerd op het gemotiveerde betoog van Lamb dat er in dit geval een andere wijze is om de impasse tussen partijen te doorbreken.
Hiertoe beperkt het middel zich. Zo lees ik daarin geen rechts- en/of motiveringsklacht tegen enig oordeel van de OK in de beschikking met betrekking tot het te onderscheiden punt van de bevoegdheid zijdens Lamb (c.s.) dan wel Byblos c.s. althans Byblos en [verweerder 5] tot het doen van de onderhavige verzoeken. Dat een dergelijke bevoegdheid integraal zou ontbreken, valt trouwens ook niet in te zien mede gelet op 1.1-1.2 en 2.3 hiervoor. Ik laat dit punt, en het oordeel van de OK ter zake, hierna rusten.
Lambtot vaststelling van wanbeleid van Casa en van Raboni. De bron van dit verzoek herleidt de OK tot het onder 2.5 hiervoor bedoelde verzoekschrift van Lamb c.s., dat is ingediend binnen de tweemaandentermijn van art. 2:355 lid 2 BW Pro. Zie onder 2.2-2.3 en 2.5 hiervoor. De OK leest daarin niet alleen een verzoek tot het treffen van art. 2:356 BW Pro-voorzieningen, maar tevens genoemd verzoek tot vaststelling van wanbeleid. Zie ook onder 2.11 hiervoor. In het onder 2.7 hiervoor bedoelde verweerschrift van Lamb c.s. zijn de desbetreffende verzoeken voorwaardelijk gemaakt. [14] Die voorwaarde is spiegelbeeldig aan de voorwaarde die Byblos en [verweerder 5] aan hun verzoeken verbonden (zie onder 2.6 hiervoor): te weten dat Byblos en [verweerder 5] niet ter zitting bereid waren de vaststellingsovereenkomsten te ondertekenen. Blijkens het onder 2.14 hiervoor bedoelde verweerschrift van - inmiddels alleen - Lamb, waarin zij haar verzoek heeft gewijzigd, is vervolgens genoemd verzoek tot het treffen van art. 2:356 BW Pro-voorzieningen niet langer gehandhaafd, maar genoemd verzoek tot vaststelling van wanbeleid wel en bovendien weer onvoorwaardelijk. Zie ook het citaat uit het proces-verbaal onder 2.16 hiervoor en rov. 4.1, geciteerd onder 2.18 hiervoor. De OK honoreert niet (ook) een verzoek van [verweerder 1] tot vaststelling van wanbeleid van Casa en van Raboni; voor zover sprake was van zo’n verzoek, lag dit ten tijde van het geven van de beschikking immers al geruime tijd niet meer op tafel.
Daarbij verdient het volgende nog aantekening. Uit het proces-verbaal blijkt dat de voorzitter van de OK tegen het einde van de mondelinge behandeling aan partijen de vraag heeft gesteld of het nu juist is dat er geen verzoek tot ontbinding en vereffening van Casa en van Raboni voorligt, waarop mr. Coskun antwoordde dat Byblos en [verweerder 5] wel een verzoek tot ontbinding doen. Uit het proces-verbaal blijkt niet dat mr. Schouten heeft gereageerd op genoemde verduidelijking door mr. Coskun, op die daarop volgende vraag van de voorzitter van de OK aan partijen of op dit antwoord daarop van mr. Coskun. Zie ook het citaat uit het proces-verbaal onder 2.16 hiervoor.
Byblos c.s.tot vaststelling van wanbeleid van Casa en van Raboni. De bron van dit verzoek herleidt de OK, en zo volgt ook wel uit rov. 4.2, tot het onder 2.10 hiervoor bedoelde aanvullende tegenverzoek van Byblos c.s. Zie onder 3.2.3 hiervoor. Daarbij verdient opmerking dat de OK in genoemde verduidelijking (inzake dit aanvullende tegenverzoek), opmerking (inzake dit wanbeleid) en antwoord (inzake ontbinding van Casa en van Raboni) van mr. Coskun ter mondelinge behandeling niet een van dit aanvullende tegenverzoek te onderscheiden verzoek van Byblos c.s. althans van Byblos en [verweerder 5] ontwaart inzake vaststelling van wanbeleid van Casa en van Raboni. Op zo’n nieuw, eerst ter mondelinge behandeling bij monde van mr. Coskun gedaan verzoek baseert de OK haar wanbeleidoordeel in de beschikking dan ook niet (mede). Die verduidelijking, die opmerking, dit antwoord en de daarmee verband houdende gang van zaken ter zitting zijn uiteraard wel relevante omstandigheden in de totale beoordeling door de OK. Maar dat is iets anders.
Byblos c.s.tot het treffen van art. 2:356 BW Pro-voorzieningen. De OK baseert zich in dit verband in termen van te onderscheiden verzoek derhalve evenmin (mede) op genoemde verduidelijking (inzake dit aanvullende tegenverzoek), opmerking (inzake dit wanbeleid) en antwoord (inzake ontbinding van Casa en van Raboni) van mr. Coskun ter mondelinge behandeling. Die verduidelijking, die opmerking, dit antwoord en de daarmee verband houdende gang van zaken ter zitting zijn uiteraard wel relevante omstandigheden in de totale beoordeling door de OK. [21] Maar dat is iets anders. Nu niet langer een verzoek van Lamb (c.s.) tot het treffen van zulke voorzieningen voorlag, is er in dat opzicht geen sprake van het honoreren door de OK van een verzoek van Lamb (c.s.).
enigverzoek in de tweede fase van de enquêteprocedure” moet hebben gedaan. Hier ziet de toelichting eraan voorbij dat de OK de toepassing van art. 2:356, aanhef en sub f BW in verbinding met art. 2:355 lid 1 BW Pro op Casa en Raboni niet relateert aan enig verzoek van Lamb (c.s.), de partij die met het onder 2.5 hiervoor bedoelde verzoekschrift binnen die tweemaandentermijn de tweede fase van de enquêteprocedures entameerde. Maar aan het onder 2.10 hiervoor bedoelde aanvullende tegenverzoek van Byblos c.s., dus een tegenverzoek als bedoeld in het onderdeel sub b. Zie onder 3.2.5-3.2.7 hiervoor. Daarvoor is op zichzelf geen beletsel dat in dit aanvullende tegenverzoek niet (ook) met zoveel woorden is verzocht om ontbinding en vereffening van Casa en van Raboni op de voet van genoemde bepalingen. [26] En voor zo’n tegenverzoek geldt die tweemaandentermijn niet. [27] Overigens bevatte dat onder 2.5 hiervoor bedoelde verzoekschrift van Lamb c.s. dus ook een verzoek tot het treffen van art. 2:356 BW Pro-voorzieningen. Zie tevens onder 3.2.2 hiervoor. Ook daarover zwijgt de toelichting.
isdat de procedure definitief eindigt, welk rechtsgevolg ook door de voorzitter van de OK ter mondelinge behandeling aan partijen is voorgehouden. Deze opmerking bevat weliswaar - anders dan de rest van de toelichting - iets meer dan een reprise van het onderdeel, maar is niet goed te volgen. Gezien ook de formulering door mr. Schouten van diens mededeling is niet onbegrijpelijk dat de OK dit niet verstaat als een onvoorwaardelijke intrekking van het nog voorliggende verzoek van Lamb, maar als een voorwaardelijke intrekking daarvan (aan welke voorwaarde volgens de OK niet is voldaan).
Het enige wat telt is dat pand en onderneming zo spoedig mogelijk worden verkocht, gevolgd door ontbinding van beide vennootschappen, om een einde te maken aan de door onderzoeker vastgestelde situatie.” [onderstreping toegevoegd, A-G]