ECLI:NL:PHR:2024:785

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
23 juli 2024
Zaaknummer
22/02241
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138 SrArt. 6 lid 1 EVRMArt. 11 EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt strafbaarverklaring huisvredebreuk na beroep op demonstratierecht

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bevestigde op 13 juni 2022 het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor wederrechtelijk verblijf in een besloten lokaal tijdens een sit-in bij een pensioenfonds, zonder strafoplegging.

De verdachte stelde cassatieberoep in met het verweer dat het demonstratierecht (art. 11 EVRM Pro) de strafbaarheid uitsluit en dat daarom ontslag van alle rechtsvervolging moet volgen. De Hoge Raad verwijst voor de motivering naar een samenhangende zaak en oordeelt dat het verweer onvoldoende is gemotiveerd door het hof.

De conclusie van de procureur-generaal beveelt vernietiging van het arrest van het hof voor zover het de strafbaarverklaring betreft, en ontslag van alle rechtsvervolging. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn is overschreden, maar zonder verdere rechtsgevolgen.

De Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen en volgt de conclusie, waarbij het beroep deels wordt gehonoreerd en de strafbaarverklaring komt te vervallen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafbaarverklaring en spreekt verdachte vrij van alle rechtsvervolging wegens huisvredebreuk tijdens een sit-in.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/02241

Zitting27 augustus 2024
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

Inleiding

1. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 13 juni 2022 het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, waarbij de verdachte is veroordeeld wegens het “wederrechtelijk in het besloten lokaal vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen, terwijl twee of meer verenigde personen het misdrijf plegen”, bevestigd met uitzondering van de opgelegde straf en met verbetering van de overwegingen over de strafbaarheid van het bewezenverklaarde. Het hof heeft de verdachte veroordeeld zonder oplegging van een straf of maatregel. [1]
2. Er bestaat samenhang met de zaken 22/02234, 22/02235, 22/02236, 22/02237, 22/02240, 22/02242 en 22/02243. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Namens de verdachte heeft W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

4. Het middel klaagt over de verwerping van het verweer dat strekt tot ontslag van alle rechtsvervolging en over het oordeel dat het bewezenverklaarde strafbaar is.
5. Het middel slaagt en de Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen. Voor de redenen daarvoor verwijs ik graag naar mijn conclusie van vandaag in de samenhangende zaak 22/02236 (ECLI:NL:PHR:2024:769).

Slotsom

6. Het middel slaagt. De Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen.
7. Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak gaat doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep op 20 juni 2022. Dit brengt mee dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden. Gelet op de beslissing die ik hierna voorstel, kan de Hoge Raad mijn inziens volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. [2] Ook verder heb ik ambtshalve geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafbaarverklaring van het bewezenverklaarde, de strafbaarverklaring van de verdachte daarvoor en de strafoplegging, tot ontslag van de verdachte van alle rechtsvervolging, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 13 juni 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1876.
2.Vgl. HR 26 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:492, r.o. 3.3.