Conclusie
Nummer23/02910 B
Beklag
Parket bij de Hoge Raad
De rechtbank Limburg verklaarde het beklag van de klager tegen de inbeslagname van een Toyota RAV4 met een vals voertuigidentificatienummer (VIN) ongegrond. De klager, die beroepsmatig handelt in auto's, kocht het voertuig rechtmatig van een garagebedrijf. Uit onderzoek bleek dat het voertuig als gestolen geregistreerd staat in Italië en een vals VIN heeft.
De officier van justitie gaf aan dat geen strafrechtelijke vervolging tegen de klager plaatsvindt, maar verzet zich tegen teruggave omdat het voertuig met een vals VIN niet in het verkeer mag worden gebracht. De rechtbank oordeelde dat het algemeen belang zich verzet tegen opheffing van het beslag, ook al bestaat er geen strafrechtelijk belang meer bij voortduring van het beslag.
In cassatie werd betoogd dat de rechtbank ten onrechte het belang van strafvordering heeft beoordeeld, terwijl de officier van justitie dit belang niet meer zag. De Hoge Raad stelt echter vast dat de officier van justitie zich wel degelijk tegen teruggave heeft verzet vanwege het algemeen belang dat voertuigen met een vals VIN niet in het verkeer mogen worden gebracht.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven door het beslag te handhaven en dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave zolang niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechter onttrekking aan het verkeer zal bevelen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de Toyota met vals VIN blijft gehandhaafd.