ECLI:NL:PHR:2024:848
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klager in beklag tegen beslag personenauto wegens beëindigd beslag
De klager diende een klaagschrift in tegen het beslag op een Volkswagen Golf, stellende dat het voertuig ten onrechte was in beslag genomen en dat hij als eigenaar moest worden aangemerkt. De rechtbank Rotterdam verklaarde klager niet-ontvankelijk omdat het Openbaar Ministerie reeds een last tot teruggave aan de eigenaar had gegeven, en een ander dan klager als eigenaar was aangemerkt, waardoor het beslag was geëindigd.
De raadsvrouw van klager verzocht tijdens de raadkamerprocedure om aanhouding van de zaak wegens afwezigheid van klager, die gedetineerd zat en wiens transportorder niet goed was doorgekomen. De rechtbank besloot niet uitdrukkelijk op dit verzoek, maar oordeelde dat geen beslag meer rustte op het voertuig en dat klager daarom geen belang had bij aanhouding. Klager stelde dat dit oordeel onjuist was en dat hij als beslagene gehoord had moeten worden.
De Hoge Raad overwoog dat het ontbreken van een beslissing op het aanhoudingsverzoek geen strijd met de goede procesorde oplevert, omdat het verzoek onvoldoende was gemotiveerd en het beslag feitelijk was beëindigd. Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat klager geen belang had bij het beklag en niet als beslagene kon worden aangemerkt.
De feiten toonden aan dat het voertuig een spookvoertuig was zonder actuele tenaamstelling en dat eerdere kentekenhouders het voertuig onder dwang of fraude hadden overgedragen. De rechtbank kon zonder klager te horen vaststellen dat klager niet de beslagene was. De Hoge Raad bevestigde dat het beslag was beëindigd en dat de rechtbank terecht klager niet-ontvankelijk verklaarde.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat het beslag op de auto was beëindigd en klager geen belang had bij het beklag.