ECLI:NL:PHR:2024:874

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 september 2024
Publicatiedatum
31 augustus 2024
Zaaknummer
22/02233
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing van ontnemingszaak wegens niet-ontvankelijkheid hoger beroep

De betrokkene werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 7 juni 2022 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven. De zaak betreft een ontnemingszaak die samenhangt met een strafzaak met dezelfde feitelijke grondslag. De advocaat van de betrokkene stelde één middel van cassatie voor, gericht tegen het oordeel van het hof.

De procureur-generaal merkt ambtshalve op dat de redelijke termijn voor cassatie is overschreden, aangezien het cassatieberoep op 20 juni 2022 werd ingesteld en de uitspraak pas in september 2024 volgt. Dit leidt echter niet tot directe consequenties in deze zaak.

De conclusie van de procureur-generaal is dat het middel slaagt en dat het arrest van het hof vernietigd moet worden. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting en afdoening van het hoger beroep, waarbij de eerdere communicatie over de noodzaak van aanwezigheid en grieven op de rolzitting als misleidend wordt beschouwd.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/02233 P

Zitting3 september 2024
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de betrokkene.

Inleiding

1. De betrokkene is bij arrest van 7 juni 2022 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 22/02232. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. R. Zilver, advocaat te Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel richt zich tegen het oordeel van het hof dat het door de betrokkene ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
5. Alhoewel dit niet als zodanig door mr. Zilver in de schriftuur wordt opgemerkt, gaat het in deze ontnemingszaak en in de samenhangende strafzaak zoals genoemd in randnummer 2, om dezelfde kwestie op dezelfde feitelijke grondslag. Om die reden volsta ik met mutatis mutandis te verwijzen naar de in de strafzaak door mij weergegeven processtukken en beschouwingen.

Ambtshalve opmerking over de redelijke termijn in cassatie

6. Volledigheidshalve merk ik hier ambtshalve op dat namens de betrokkene cassatie is ingesteld op 20 juni 2022. Dat betekent dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Daarmee is de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro overschreden.
7. Hieraan behoeven op dit moment nog geen consequenties te worden verbonden, gelet op hetgeen ik concludeer ten aanzien van het middel en de gevolgen die ik daaraan hierna verbind voor wat betreft de vernietiging van de bestreden uitspraak en de terugwijzing van de zaak.

Slotsom

8. Op de gronden zoals door mij genoemd in mijn conclusie in de strafzaak kom ik ook hier tot de conclusie dat het middel slaagt.
9. Andere gronden (dan genoemd in randnummer 6) die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven, heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG