ECLI:NL:PHR:2024:874
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van ontnemingszaak wegens niet-ontvankelijkheid hoger beroep
De betrokkene werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 7 juni 2022 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven. De zaak betreft een ontnemingszaak die samenhangt met een strafzaak met dezelfde feitelijke grondslag. De advocaat van de betrokkene stelde één middel van cassatie voor, gericht tegen het oordeel van het hof.
De procureur-generaal merkt ambtshalve op dat de redelijke termijn voor cassatie is overschreden, aangezien het cassatieberoep op 20 juni 2022 werd ingesteld en de uitspraak pas in september 2024 volgt. Dit leidt echter niet tot directe consequenties in deze zaak.
De conclusie van de procureur-generaal is dat het middel slaagt en dat het arrest van het hof vernietigd moet worden. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting en afdoening van het hoger beroep, waarbij de eerdere communicatie over de noodzaak van aanwezigheid en grieven op de rolzitting als misleidend wordt beschouwd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.