Conclusie
Nummer22/02289
Inleiding
overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994", veroordeeld, maar met zoveel woorden toepassing gegeven aan artikel 9a Sr en geen (hoofd)straf of maatregel opgelegd. Wel heeft het hof de in beslag genomen auto verbeurdverklaard (als gevolg waarvan de cassatiegrens van artikel 427 lid 2 Sv Pro toepassing mist). Het arrest van het hof is bij verstek gewezen.
Het procesverloop
Geachte heer, mevrouw,
Geachte [betrokkene 1] ,
Geachte heer, mevrouw,
de ROLZITTING” van het gerechtshof Amsterdam, op vrijdag 10 juni 2022 te 12.30 uur, teneinde in hoger beroep terecht te staan. De dagvaarding, getekend op 20 april 2022, [3] bevat de algemene, begeleidende tekst:
[verdachte] ,
Appelschriftuur ex artikel 410 Wetboek Pro van Strafvordering” luidt als volgt.
“APPELSCHRIFTUUR EX ARTIKEL 410WETBOEK VAN STRAFVORDERING
[verdachte]
Parketnummer:
96-243969-19 / 23-002991-21
dat de zaak bepaald is aangehouden van de zitting van 3 juni 2022 op verzoek van de verdediging en dat in overleg de zaak vandaag behandeld zou worden”.
Het middel
De beoordeling van het middel
ROLZITTING”, aangevuld met de boodschap dat “
deze zitting is bedoeld om u in de gelegenheid te stellen alsnog uw bezwaren op te geven tegen het vonnis, waarna de behandeling van uw strafzaak direct zal worden aangehouden tot een nadere datum waarop uw strafzaak inhoudelijk behandeld zal worden”,alsmede de boodschap dat
“tijdens de behandeling niet de mogelijkheid [bestaat] om inhoudelijk op uw strafzaak in te gaan of om onderzoekswensen naar voren te brengen.”Op basis van (de algemene, begeleidende tekst bij) de dagvaarding heeft de raadsvrouw van de verdachte een appelschriftuur ingediend en heeft de verdachte c.q. zijn raadsvrouw de verwachting kunnen bekomen dat de zaak niet op de genoemde datum inhoudelijk zou worden behandeld. Dat in eerste instantie een dagvaarding voor een (inhoudelijke) terechtzitting is uitgevaardigd en dat het proces-verbaal van de zitting d.d. 3 juni melding maakt van de beslissing van het hof “
dat het onderzoek wordt geschorst tot deterechtzittingvan 10 juni 2022 te 12.30 uur” (onderstreping mijnerzijds) doen daar m.i. niet aan af. Immers, als de mogelijkheid bestaat c.q. openblijft dat de verdachte het aanwezigheidsrecht niet heeft uitgeoefend vanwege een onzorgvuldigheid van (dan wel een misverstand waarvan het ontstaan voor een significant deel is te wijten aan) overheidsinstanties, [4] dan dient het bestreden arrest te worden vernietigd en moet de zaak worden teruggewezen, opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.