Conclusie
1.Overzicht
Inleiding
2.Vooraf
3.De regeling bijzondere bestemming
Inleiding en wettelijk kader
Artikel 88
Artikel 21
Artikel 86
Artikel 210
Artikel 254
Artikel 292
is voor het douanetoezicht van de bijzondere bestemming een schriftelijke vergunning vereist.”
for the purpose of end-use supervisions(EN);
aux fins de la surveillance douanière de la destination particulière(FR);
zum Zweck der zollamtlichen Überwachung der besonderen Verwendung(DE).
Het in de onderhavige verordening bedoelde douanetoezicht is gebaseerd op een door de douaneautoriteiten afgegeven vergunningen heeft betrekking op de in artikel 82 van Pro het Wetboek bedoelde bijzondere bestemming van de goederen, voorzover de geldende bepalingen een dergelijke vergunning verlangen.”
Chimica del Friuli e.a. [16] van het Hof van Justitie. In dit arrest geeft het Hof van Justitie uitleg aan Verordening (EEG) nr. 1535/77 [17] , waarin de voorwaarden voor toepassing van een gunstige tariefbehandeling uit hoofde van een bijzondere bestemming tot 1987 waren neergelegd. [18] Art. 3 van Pro deze verordening vereist voor toepassing van de gunstige tariefbehandeling dat de importeur beschikt over een schriftelijke vergunning. Het Hof van Justitie overweegt in
Chimica del Friuli e.a.dat de controle op de bijzondere bestemming van de goederen wordt uitgevoerd door middel van deze vergunning. Ik citeer (cursivering CE): [19]
Cette interprétation est conforme à l’economie du règlement n° 1535/77 visant à garantir un controle strict de la destination particulière de la marchandise, qui s’opère au moyen de l’autorisation visée à l’article 3.”
onder meerde in dat lid opgesomde elementen moeten worden vermeld. Hoewel uit de woorden
onder meerreeds eenvoudig zou kunnen worden opgemaakt dat art. 293(3) UCDW niet limitatief is, moet worden opgemerkt dat de bewoordingen in andere taalversies van dit artikel minder stellig zijn. Ook uit deze andere taalversies maak ik evenwel op dat de lijst in art. 293(3) UCDW niet limitatief is.
include. De term
includekan worden omschreven als “to contain as part of a group, category, etc.” [21] of “to contain (https://dictionary.cambridge.org/dictionary/english/contain) something as a part (https://dictionary.cambridge.org/dictionary/english/part) of something else (https://dictionary.cambridge.org/dictionary/english/else), or to make something part (https://dictionary.cambridge.org/dictionary/english/part) of something else (https://dictionary.cambridge.org/dictionary/english/else)” [22] . Uit deze bewoordingen volgt geenszins dat de opsomming in art. 293(3) UCDW limitatief is.
comporterkan worden omschreven als “contenir quelque chose” [23] of “contenir, renfermer, inclure” [24] . Ook hieruit leid ik niet af dat art. 293(3) UCDW limitatief is, anders dan de belanghebbenden betogen.
onder meer, volgt uit de bewoordingen van deze bepaling geenszins dat deze een limitatieve opsomming geeft van de elementen die moeten worden opgenomen in de vergunning bijzondere bestemming.
Ermessensspielraumdie Inanspruchnahme des bewilligten Zollverfahrens von Bedingungen (…) abhängig zu machen. Gemeint sind echte (aufschiebende oder auflösende)
Bedingungen, aber auch Auflagen für den Inhaber des Zollverfahrens, die der Überwachungsbehörde die zur Gewährleistung eines ordnungsgemäßigen Verfahrensablaufs erforderlichen
Überwachungsmöglichkeitengeben. Welche Bedingungen für die Abwicklung eines bestimmten Zollverfahrens notwendig erscheinen, kann zumeist nur auf der Grundlage der Gegebenheiten des Einzelfalls entschieden werden. (…) Hier muss die vor Ort tätige Zollbehörde, die die betrieblichen Verhältenisse des Antragstellers kennt, ermächtigt sein, eine auf den
Einzelfall bezogene Entscheidungzu treffen, die den Verhältnissen Rechnung trägt.
sachgerechtsein. Da es um Waren unter
zollamtlicher Überwachunggeht, muss die von der Bewilligungsbehörde festgelegt Bedinung i.S.d. Art. 4 Nr Pro. 13 ZK der Einhaltung des Zollrechts und der Einhaltung der besonderen Vorschriften dienen, die für Waren unter zollamtlicher Überwachung gelten, bzw. sie muss der Ermöglichung bzw. Erleichterung
zollamtlicher Prüfungeni.S.d. Art. 4 Nr Pro. 14 ZK dienen. Die Bedingung muss für diese Zwecke
geeignet und erforderlichsein. Anderseits sind in die Ermessenserwägungen auch die wirtschaftlichen Interessen des Antragstellers einzuberziehen. Zu diesen Interessen dürfen die mit der Bedungung verfolgten Zwecke
nicht außer Verhältnisstehen.”
British American Tobacco (Germany) [26] . Hierin overweegt het Hof van Justitie als volgt:
4.De hoeveelheid en de waarde in het vergunningmodel
De vergunningmodellen
Artikel 22
2.Douaneregeling(en)
7.Onder de douaneregeling te plaatsen goederen
GN-code
Omschrijving
Hoeveelheid
Waarde
aanvraagmodel en niet op het
vergunningmodel. Deze toelichting zegt daarom, aldus belanghebbende, niets over wat er in de vergunning dient te worden opgenomen.
aanvraagmodel. Dit volgt uit het feit dat het opschrift van vak 7 – zoals opgenomen in de toelichting – overeenkomt met die van het aanvraagmodel, namelijk ‘onder de regeling te plaatsen goederen’. Ook spreekt de noot betreffende de bijzondere bestemming bij vak 7 duidelijk over ‘de aanvraag’. Tot slot is de Nederlandse versie van de UCDW op dit punt minder duidelijk, [42] maar uit het opschrift van titel I van de toelichting kan ook worden opgemaakt dat deze toelichting bedoeld is voor de aanvraag. In andere taalversies luidt deze namelijk “particulars to be entered in the various boxes of the application form” en “informations à indiquer dans les différentes cases du formulaire de demande”. Kortom, de toelichting ziet op het
aanvraagmodel.
aanvraagvan de vergunning bijzondere bestemming en dat dit slechts anders is in de gevallen die zijn vermeld in de noot betreffende de bijzondere bestemming (zie 4.18). Hieruit volgt dus dat hoeveelheid en waarde van de goederen (in beginsel) in de vergunningaanvraag moeten worden vermeld, ondanks dat de desbetreffende deelvakken in vak 7 niet vetgedrukt zijn. Dit bevestigt wat ik hiervoor reeds concludeerde (4.8), namelijk dat de opmaak (lees: wel/niet vetgedrukt) van het (genummerde) opschrift van de vakken bepalend is voor de vraag of het vak moet worden ingevuld, en niet de opmaak van de deelvakken. [43] Deze conclusie geldt niet slechts voor het
aanvraagmodel maar ook voor het
vergunningmodel, aangezien de ‘vetgedrukt’-regel [44] is opgenomen in de algemene opmerkingen die betrekkingen hebben op alle modellen in bijlage 67. Nu vak 7 van het
vergunningmodel dezelfde opmaak heeft als vak 7 van het
aanvraagmodel, heeft voor het
vergunningmodel evenzeer te gelden dat voor vak 7 de verplichting geldt dat deze wordt ingevuld.
5.De gevolgen van de overschrijding
gebruikvan de regeling – dergelijke voorwaarden worden immers veelal opgenomen in vak 16 van de vergunning – maar eerder een omschrijving en beperking van de goederen die onder de douaneregeling kunnen worden geplaatst aan de hand van de gebruikte vergunning. Voor zover de hoeveelheid en de waarde in de vergunning worden overschreden, voldoen de goederen voor het gedeelte van de overschrijding dus niet aan de omschrijving van de ‘goederen die onder de regeling mogen worden geplaatst’ in vak 7 van de vergunning.
geraamdehoeveelheid en de
geraamdewaarde (zie 4.18), doet hieraan niet af. Deze toelichting heeft immers betrekking op het
aanvraagmodel en niet op het
vergunningmodel (4.21). Het ligt logischerwijs op de weg van de belanghebbende bij de vergunning bijzondere bestemming bij de aanvraag voor die vergunning een raming te verstrekken van de goederen die hij onder de regeling wenst te brengen, zodat de douaneautoriteiten aan de hand van de verstrekte gegevens de vergunning kunnen vaststellen. Indien uiteindelijk mocht blijken dat de in de vergunning vermelde hoeveelheid en de waarde ontoereikend zijn, dan staat het de belanghebbende bij die vergunning vrij een nieuwe vergunningaanvraag te doen.
lex specialisvoor de regeling bijzondere bestemming de mogelijkheid biedt om de in die laatste bepaling genoemde gegevens niet op te nemen in de vergunning. Hoewel de hoeveelheid en de waarde niet expliciet worden genoemd in art. 293(3) UCDW, brengt een redelijke uitleg van deze bepaling mee dat de opname van deze gegevens achterwege kan blijven, indien de GN-code en de aard en omschrijving van de goederen evenmin worden vermeld op de voet van art. 293(3)b UCDW. In de onderhavige zaken is dit echter niet aan de orde, nu de onderliggende vergunningen stuk voor stuk melding maken van de GN-code, de hoeveelheid en/of de waarde van de goederen waarvoor de vergunning geldt. Voor deze vergunningen hebben de douaneautoriteiten het blijkbaar nodig geacht deze gegevens op te nemen in de vergunning. Een strikte taalkundige uitleg van deze vergunningen (zie 5.3en 5.4) brengt dan mee dat de vergunning daadwerkelijk is beperkt tot de goederen zoals omschreven in vak 7 van de vergunning, ook wat de hoeveelheid en de waarde van die goederen betreft.