ECLI:NL:PHR:2024:932
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens niet-naleving dagvaardingstermijn in hoger beroep schuldwitwassen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag dat een eerdere veroordeling van de politierechter wegens schuldwitwassen bevestigde. De verdachte was veroordeeld tot een geldboete en subsidiair hechtenis. Het cassatieberoep richt zich op het niet in acht nemen van de wettelijke dagvaardingstermijn van ten minste tien dagen tussen betekening en terechtzitting in hoger beroep.
Uit de processtukken blijkt dat de dagvaarding op 19 mei 2022 aan een betrokkene op het adres van de verdachte is uitgereikt, terwijl de zitting reeds op 25 mei 2022 plaatsvond, waardoor de termijn van tien dagen niet werd gerespecteerd. De verdachte was niet verschenen en had geen toestemming gegeven voor verkorting van de termijn. De raadsman was wel aanwezig maar niet uitdrukkelijk gemachtigd tot verdediging, waardoor het hof verstek verleende.
Volgens de toepasselijke wetsartikelen had het hof het onderzoek moeten schorsen vanwege de te korte dagvaardingstermijn. De conclusie van de AG beveelt daarom vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe berechting. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging aangetroffen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting wegens niet-naleving van de dagvaardingstermijn.