ECLI:NL:PHR:2024:943

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
13 september 2024
Zaaknummer
23/01450
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 244 SrArt. 245 SrArt. 6 EVRMArt. 342 SvArt. 316 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen met minderjarige

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, wegens seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen met een minderjarige. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van het slachtoffer en ondersteunend bewijs van getuigen en de verdachte zelf.

De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken, maar het hof oordeelde anders en achtte het bewijs, waaronder verklaringen van het slachtoffer en diens broer, betrouwbaar en voldoende. De verdediging stelde dat het bewijs onvoldoende was en dat het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) was geschonden, onder meer door het ontbreken van aanvullend onderzoek.

De Procureur-Generaal concludeert dat het hof het bewijs zorgvuldig heeft gewogen en dat het oordeel niet onbegrijpelijk is. Er was geen schending van het recht op een eerlijk proces, omdat de verdediging de mogelijkheid had om aanvullend onderzoek te verzoeken en het hof niet verplicht was dit ambtshalve te doen. Het cassatieberoep wordt dan ook verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van de verdachte wegens seksueel misbruik van een minderjarige blijft gehandhaafd.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/01450
Zitting24 september 2024
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte

1.Het cassatieberoep

1.1
De verdachte is bij arrest van 13 april 2023 door het gerechtshof Den Haag wegens, onder 1 primair, “met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam” en onder 2 primair “met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar, nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel voor ditzelfde bedrag opgelegd.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. M.R. Mantz, advocaat in Voorburg, heeft één middel van cassatie voorgesteld dat zich richt op de bewezenverklaring in hoger beroep terwijl de verdachte in eerste instantie is vrijgesproken. Gesteld wordt dat de procedure in hoger beroep niet in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op een eerlijk proces.

2.Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen

2.1
Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat:
“1.
hij in de periode van 4 september 2007 tot en met 3 september 2010 te [plaats] met [slachtoffer], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte meermalen
- die [slachtoffer] een (tong)zoen gegeven en
- zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht/geduwd en
- in en op de vagina van die [slachtoffer] gelikt en
- de hand van die [slachtoffer] op zijn, verdachte, penis gelegd en zich vervolgens laten aftrekken door die [slachtoffer] en
- naakt op en naast die [slachtoffer] gaan liggen en die [slachtoffer] (naakt) op zich getrokken en
- zijn penis tegen de vagina en/of buik van die [slachtoffer] bewogen/geduwd;
2.
Hij in de periode van 4 september 2010 tot en met 3 september 201
1te [plaats] met [slachtoffer], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte meermalen
- die [slachtoffer] een (tong)zoen gegeven en
- zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht/geduwd en
- in en op de vagina van die [slachtoffer] gelikt en
- de hand van die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, penis gelegd en zich vervolgens laten aftrekken door die [slachtoffer] en
- naakt op en naast die [slachtoffer] gaan liggen en die [slachtoffer] (naakt) op zich getrokken en
- zijn penis tegen de vagina en/of buik van die [slachtoffer] bewogen/geduwd.”
2.2
De bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van verwijzingen naar de dossierpagina’s):
“1. Een proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 26 maart 2017 van de politie, eenheid Den Haag, met nr. PL1500—2017063870—2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (...):
als relaas van de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:
Informatief gesprek met: [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1998.
Datum gesprek: 20 maart 2017
Toen [slachtoffer] 9 jaar was, kwam er veel een huisvriend bij hen. Hij is genaamd [verdachte]. In die periode werden [slachtoffer] en haar broer erg hecht met [verdachte]. [slachtoffer] ging vaak naar [verdachte] toe. [verdachte] woonde toen nog in huis bij zijn ouders.
Toen-[slachtoffer] een keer met [verdachte] op zijn kamer was zoende hij haar. Zij voelde dat hij zijn tong wilde gebruiken, maar hield haar tanden op elkaar. [verdachte] zei: "Doe maar open". Zij heeft dit toen gedaan. Ook hebben zij naakt met elkaar op bed gelegen. [verdachte] heeft op [slachtoffer] gelegen en zij op haar (het hof begrijpt: hem). Hij heeft haar hand op zijn geslachtsdeel gelegd en dan moest zij hem aftrekken. Ook heeft [verdachte] haar gevingerd. Toen hij een andere kamer in het huis kreeg heeft hij haar ook oraal betast. Zij heeft dit niet bij hem gedaan. Dit is doorgegaan tot zij 13 jaar (het hof begrijpt: was).
Toen zij met haar broer besprak wat er was gebeurd, gaf haar broer aan dat [verdachte] dit ook een keer bij hem had geprobeerd. [verdachte] probeerde zijn hand toen in de broek van hem te stoppen terwijl zij naar porno keken.
Waar is het gebeurd: [plaats]
Wanneer is het gebeurd: 2007-2011
Wie is de verdachte: [verdachte]
2. Een proces-verbaal van .aangifte d.d. 26 april 2017 van de politie, eenheid Den Haag, met nr . PL1500 — 2017105879— 1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (…)
als verklaring van [slachtoffer]:
Op 26 april 2017 verscheen voor ons, verbalisanten, de aangeefster die opgaf te zijn:
Achternaam: [slachtoffer]
Voornamen: [slachtoffer]
Geboren: [geboortedatum] 1998.
Zij deed aangifte en verklaarde het volgende.
V: vraag verbalisanten
A: antwoord aangeefster
O: opmerking verbalisanten
V: Tegen wie doe je aangifte?
A: Tegen [verdachte]. Hij woonde bij zijn ouders in [plaats]. Op de laatste […] moet een streepje “[…]”.
V: Waar doe jij aangifte van?
A: Van misbruik.
V: Wanneer heeft dat misbruik plaatsgevonden?
A: Vanaf mijn 9de jaar.
V: Tot wanneer heeft dat misbruik geduurd?
A: Tot ik ongeveer 13 jaar oud was.
V: Waar heeft dat misbruik zich afgespeeld?
A: Voornamelijk bij hem thuis en ook wel bij mij thuis.
V: Waar was dat, bij hem thuis?
A: Hij woonde bij zijn ouders in [plaats].
V: En waar was dat bij jou thuis?
A: [a-straat 1], in [plaats].
V: Wat versta jij onder misbruik?
A: Bepaalde handelingen verrichten tegen je wil in.
V: Kun jij in grote lijnen aangeven wat die handelingen zijn?
A: Dat ik zijn geslachtsdeel moest aanraken en dat hij mijn geslachtsdeel aanraakte.
V: [verdachte] was een huisvriend. Wat bedoel jij met huisvriend?
A: Ik leerde hem kennen als voetbalcoach van mijn oudere broer. [verdachte] kwam toen regelmatig bij ons thuis. Hij had een hechte vriendschap met onze familie. Hij kwam vaak bij ons thuis.
V: Waar vonden voor het eerst de seksuele handelingen plaats?
A: Bij hem thuis in [plaats] op zijn kamer.
V: Welke handelingen weet jij je nog het best te herinneren?
A: Dat hij mij uitkleedde en zichzelf uitkleedde. Hij probeerde mij te zoenen, mond op mond, een tongzoen zeg maar en aftrekken en dan bij mij vingeren. En orale handelingen.
V: Hoe gingen de orale handelingen?
A: Hij bij mij, ik niet bij hem.
V: Welke seksuele handelingen zijn het meest voorgekomen?
A: Het aftrekken en het zoenen. Eigenlijk kwam het allemaal voor.
V: Waar begonnen de seksuele handelingen mee?
A: Naakt op elkaar liggen en aftrekken.
V: Hoe kwam het dat jullie naakt op elkaar lagen?
A: Hij kleedde mij uit en ook zichzelf. Wij zaten altijd op zijn bed want hij had een kleine kamer. Het gebeurde dan ook op zijn bed. Hij kleedde mij daar uit en raakte mij aan.
V: Wat deed dat met jou?
A: Ik vond het raar maar hij overviel mij er ook mee. Ik durfde er niets van te zeggen en schrok er van.
V: Wat voor huis woonde [verdachte]?
A: In een eengezinswoning en de kamer van [verdachte] was op de 1e verdieping.
V: Hoe kwam het dat jij alleen met [verdachte] op zijn kamer was?
A: Zover ik mij kan herinneren had ik ook wel eens alleen met [verdachte] afgesproken.
O: Die keer dat voor het eerst je kleding uitging op de slaapkamer van [verdachte]. Hoe gaat het dan? A: Dat ik toen op zijn bed zat en hij mij zoende. Met zijn lippen op mijn lippen. Ik weet dat hij begon te zoenen en mij daarna begon uit te kleden.
V: Jullie kleding is uit, wat gebeurt er dan?
A: Nou, dat wij allebei op bed liggen. Dat ik dan bovenop hem lig omdat hij mij op zich trekt. Wij lagen eerst naast elkaar.
V: Hoe gaat het verder nadat [verdachte] je op hem had getrokken?
A: Ik weet nog dat [verdachte] aan het bewegen was met zijn heupen en zijn geslachtsdeel. Hij kwam tegen mij aan en ik voelde het maar het was geen penetratie.
V: Waar op jouw lijf voelde jij het?
A: Dicht bij mijn geslachtsdeel.
V: Kan jij benoemen wat jij bedoelde met zijn en jouw geslachtsdeel?
A: Met zijn penis bij mijn vagina. Ik voelde zijn penis tegen mijn lichaam aan.
V: Hoe ging dit verder?
A: Daarna lagen wij weer naast elkaar. Ik weet nog dat hij mijn hand naar zijn penis bracht om mij hem te laten aftrekken. Hij bracht mijn hand naar zijn penis zodat ik zijn penis vasthield. Hij deed dit door mijn hand vast te pakken en ik had toen zijn penis vast en daarna bewoog [verdachte] zijn hand op en neer waardoor ook mijn hand op en neer ging over de penis van [verdachte]. Ik weet nog dat zijn penis hard en stijf werd en dat het erg vochtig was. Dat mijn hand vochtig werd. Ondertussen zoende hij mij ook en ging hij met zijn hand naar mijn vagina toe. Toen is hij ook met zijn hand in mijn vagina gegaan. Dat deed toen veel pijn.
V: Jij zei dat je hand vochtig werd. Heb jij toen iets aan [verdachte] gemerkt?
A: Ik weet dat hij toen heel erg hijgde. Ik kan mij herinneren dat ik toen bang was dat dit hijgen overdraagbaar was en dat dat hijgen ook zou krijgen als [verdachte] mij zoende. De eerste paar keren liet ik het niet toe als hij mij lip op lip zoende dat zijn tong in mijn mond kwam. Ik hield toen steeds mijn tanden op elkaar.
V: Jij vertelde dat [verdachte] met zijn hand bij je vagina kwam. Hoe ging dat?
A: Hij kwam met zijn vinger in mijn vagina.
V: Hoe gaat het als [verdachte] met zijn hand naar je vagina gaat?
A: Ik lag toen op mijn rug en [verdachte] lag op zijn rechterzijde Toen ging hij met zijn hand naar mijn vagina, specifiek met zijn vinger in mijn vagina. Hij ging echt met zijn vinger in mijn vagina naar, binnen. Ik weet nog dat hij daarna, bij mij naar beneden ging. Met zijn hoofd naar mijn vagina ging en dat hij met zijn tong op en langs mijn schaamlippen ging. Dat hij daar met zijn tong bewoog als het ware. Ik lag op mijn rug en [verdachte] zat met zijn lichaam bij het voeteneind en met zijn gezicht voor mij. Uiteindelijk stopt [verdachte] hiermee en kwam hij weer terug op mij liggen. Hij ging mij toen zoenen.
V: Datgene wat jij ons nu verteld hebt, ging dat bij de andere keren ook zo?
A: De handelingen waren steeds hetzelfde. Ik durfde geen "nee" te zeggen. Ik was bang dat hij boos zou worden.
V: Gebeurde er iedere keer dat jij bij [verdachte] op de kamer was of hij bij jou op de kamer was iets op seksueel gebied tussen jullie?
A: De keren dat het bij mij thuis gebeurde, was het dat mijn ouders in de woonkamer waren. Ik weet nog dat toen mijn ouders er een keer niet waren, ging het op mijn kamer op de manier zoals ik het eerder heb besproken. Een keer waren mijn ouders in de zitkamer en was ik met [verdachte] in hun slaapkamer, toen tilde [verdachte] mij op en zoende hij mij.
V: Hoe ging die zoen die keer in de slaapkamer van je ouders?
A: Op mijn lippen en toen ging het met tong.
V: Heb jij meegedaan met de tong?
A: Ja, ik heb natuurlijk verteld dat ik in het begin mijn tanden op elkaar hield. [verdachte] zei toen tegen mij dat ik mijn mond open mocht doen en ook mee mocht bewegen. Vanaf toen ging ik steeds mee zoenen met [verdachte].
O: Je vertelde dat het tussen je 9de en 13de jaar is gebeurd.
V: Hoe vaak is dit gebeurd?
A: Dat is niet op twee handen bij te houden. Het is echt vaak gebeurd. Ik kwam in die periode heel vaak bij hem.
V: Waren er altijd andere mensen bij [verdachte] thuis als jij daar in huis kwam?
A: Nee, zijn moeder ging ook wel eens boodschappen doen.
V: Hoe vaak kwam het voor dat jullie allebei naakt waren?
A: Dat gebeurde iedere keer. Behalve die ene keer dat wij bij mij thuis waren en hij mij optilde en zoende. Toen waren wij niet naakt.
V: Zijn er meer voorvallen die anders waren dan die eerste keer?
A: Ja, nadat hij de eerste keer met zijn vinger in mijn vagina is geweest en dat dit pijn bij mij deed is er een tijd geweest dat hij mij niet vingerde. Later in de tijd ging [verdachte] mij wel weer vingeren.
V: De eerste keer lagen jullie naakt op bed en trekt [verdachte] jou op zich. Is dat vaker voorgekomen? A: Dat is vaker voorgekomen, maar niet iedere keer.
V: Als jullie lijven op elkaar lagen, hoe vaak kwam het dan voor dat [verdachte] zijn heupen bewoog? A: Dat gebeurde vaker, maar niet iedere keer. Ik kan nog toevoegen dat [verdachte] mij vertelde dat wij niet meer op elkaar konden liggen omdat hij en zijn vriendin wratten hadden. [verdachte] had mij verteld dat hij wratten bij zijn penis had en dat zijn vriendin [getuige 1] ook wratten had bij haar vagina. [verdachte] vertelde dat als wij op elkaar zouden liggen ik die wratten ook bij mijn vagina zou kunnen krijgen.
V: Hoe vaak pakte [verdachte] je hand en bracht deze dan naar zijn penis?
A: Dat gebeurde de eerste paar keren.
V: Wat doet [verdachte] op die momenten dat jij hem aan het aftrekken bent?
A: De ene keer zoende hij mij en de andere keer niet.
V: Hoe ging dat met het vingeren?
A: [verdachte] ging mij weer regelmatig vingeren, dus met zijn vinger in mijn vagina. Ik kon voelen dat hij met een vinger in mijn vagina zat. Iedere keer dat [verdachte] mij vingerde deed dit pijn aan mijn vagina.
V: Is [verdachte] vaker met zijn hoofd bij je vagina gekomen?
A: Ja, dat kwam vaker voor. Het was ook niet, altijd dezelfde houding die [verdachte] had. De eerste keer was [verdachte] aan het voeteneinde maar het kwam ook voor dat [verdachte] bovenop mij lag met zijn hoofd bij mijn vagina en met zijn benen naast mijn hoofd. Het kwam ook voor dat [verdachte] op zijn rug lag en dat ik dan bovenop hem lag waarbij mijn vagina bij zijn hoofd lag en mijn hoofd naast mijn benen lag.
V: Wat deed [verdachte] in die gevallen bij je vagina?
A: Hij likte mijn vagina met zijn tong, langs mijn schaamlippen in mijn vagina met zijn tong.
V: Hoe waren de benen van [verdachte] als hij met zijn hoofd bij je vagina was?
A: Hij had zijn benen bij elkaar naast mijn hoofd. Het kwam wel voor dat in die posities ik zijn penis vasthield met mijn handen en hem dan aftrok.
V: Gebeurde dit op elkaar liggen in deze positie nog nadat [verdachte] had verteld over de wratten?
A: Nee, dat gebeurde niet meer. Het likken door [verdachte] aan mijn vagina en het aftrekken van zijn penis door mij gebeurde daarna nog wel.
V: Wat deed hij met zijn penis?
A: Hij bewoog met zijn penis tegen mijn vagina aan.
V: Wat raakte [verdachte] met zijn penis aan?
A: Mijn vagina, maar ook daarboven richting mijn buik.
V: Hoe hebben je broers gereageerd?
A: Mijn broer [getuige 2] vertelde dat hij een keer met [verdachte] porno zat te kijken en dat [verdachte] toen met zijn hand naar de broek van mijn broer ging. Mijn broer zei toen wat doe je nu, waarna [verdachte] zijn hand terugtrok.
[verdachte] kreeg op een gegeven moment een andere kamer in het huis bij zijn ouders, hij ging naar zolder toe. Daar in die kamer is het ook nog voorgekomen dat wij seksuele handelingen bij elkaar verrichten.
3.
De verklaring van de verdachte.De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 26 november 2020 verklaard - zakelijk weergegeven - :
Ik had vroeger veel contact met haar (
het hof begrijpt:[slachtoffer]) en kwam daar vaak over de vloer. Ze kwam ook bij mij thuis. [slachtoffer] was toen ongeveer negen. U houdt mij voor dat [slachtoffer] heeft verklaard dat ze alleen bij mij is geweest. Het is wel eens voorgekomen. Mijn moeder was niet altijd in dezelfde ruimte als ik en [slachtoffer]. Toen ik een relatie kreeg met [getuige 1], kwam ik nog steeds vaak bij de [familie van slachtoffer] over de vloer. Als ik daar was, was ik ook wel eens alleen met [slachtoffer]. Ik ben weleens alleen (
het hof begrijpt: met [slachtoffer]) op haar kamer geweest.
4. Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 december 2018 van de politie, eenheid Den Haag, met nr. PL1500-2017105879-11. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (…):
als verklaring van de verdachte:
Op 12 december 2018 verhoorden wij, verbalisanten, de verdachte:
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1984
V: Waar sliep jij in de woning van je ouders?
A: Ik sliep op de eerste.
V: Heb je in dat huis een ander slaapkamer gehad?
A: ja ik heb boven op zolder geslapen.
V: Wat kun je vertellen over de [familie van slachtoffer]? Kwam je wel eens bij hun thuis?
A: Dat zijn vrienden geweest. Ik zat er wel vier a vijf keer in de week geweest?
V: Is er wel eens een kind van hun bij jou op de slaapkamer
A: Ja, dat wel.
V: Wie dat? (
het hof begrijpt: dan)
A: [slachtoffer] (
het hof begrijpt: [slachtoffer])
V: [slachtoffer] is wel bij jou op de slaapkamer geweest zei je?
A: Ja
5. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 18 oktober 2018 van de politie, eenheid Den Haag, met nr. PL1500-2017105879-6. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (…):
als verklaring van D. [getuige 1]:
Op 18 oktober 2018 verhoorden wij, verbalisanten, de getuige:
Achternaam: [getuige 1]
Voornamen: [getuige 1] (
het hof begrijpt: [getuige 1])
V: Kun je vertellen wie je bent?
A: Ik ben [getuige 1], getrouwd geweest met [verdachte].
V: Hoe heet [verdachte] van zijn achternaam?
A: [verdachte].
V: Met wie ging hij om?
A.: Hij ging vaak naar kennissen waar hij ook oppaste, daar was hij heel vaak te vinden.
V: Wie waren dat?
A: [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en hun kinderen. [slachtoffer] was denk ik 10 jaar oud.
V: Waar verbleven jullie in het huis van zijn ouders?
A: Op de zolderkamer.
V: Waar sliep [verdachte] voordat jij bij hen introk?
A: Op een klein kamertje een verdieping lager.
V: Wat kun je vertellen over dat gezin waar hij oppaste? Hoe vaak paste hij op?
A: Dat verschilde, maar wel 3x in de week.
V: Deed hij dat alleen?
A: Ja
V: Heb je wel eens een geslachtsziekte gehad?
A: Ja, die heeft hij ook
V: Vertel
A: Genitale wratten
V: Welke periode was dat?
A: Ik dacht in het begin van onze relatie.
V: Hoe ging [verdachte] om met de kinderen [familie van slachtoffer]? Kwamen die kinderen ook wel eens bij jullie?
A: Ja. Vaak was ik erbij. De ene keer kwamen ze alle drie, maar ook met z’n twee of alleen.
V: Betekent dat dat je er ook wel eens niet bij was?
A:Ja
6. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 25 juli 2017 van de politie, eenheid Den Haag, met nr. PL1500-2017105879-5. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (…):
als verklaring van [getuige 2]:
Op 25 juli 2017 hoorde ik, verbalisant, als getuige:
Achterhaam: [getuige 2]
Voornamen: [getuige 2]
Ik ga je als getuige horen. Je zusje [slachtoffer] heeft aangifte gedaan tegen [verdachte]. Wat heb jij gehoord van [slachtoffer] waar zij aangifte van heeft gedaan?
Van misbruik. [slachtoffer] heeft dat kenbaar gemaakt in de brief die zij voor ons heeft geschreven.
Wat deed dat met jou?
Op dat moment realiseerde ik mij dat ik het van [verdachte] mogelijk had kunnen weten. Dat heeft te maken met een voorval dat ik een keer met [verdachte] heb gehad.
Wat kun jij over dat voorval vertellen?
Ik denk dat ik in groep 8 zat. [verdachte] is voetbaltrainer van mij geweest en is uiteindelijk een vriend geworden. Ik sprak met hem af. Het specifieke voorval is geweest dat wij samen een pornofilm hebben gekeken. Wij zaten op zijn bed. Hij wilde voorzichtig zijn hand in mijn broek schuiven, van voren.
Wat kun je vertellen over de relatie tussen [verdachte] en jouw familie?
Dat hij een huisvriend was. [verdachte] kwam regelmatig thuis.
Kun jij herinneren of [slachtoffer] alleen naar [verdachte] ging?
Dat is zij geweest.”
2.3
Voorts heeft het hof de volgende nadere bewijsoverwegingen in het arrest opgenomen:
“Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw van de verdachte zich - overeenkomstig haar overgelegde pleitaantekeningen - op het standpunt gesteld dat de verdachte volledig dient te worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde, wegens gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs. Daartoe heeft zij - kort gezegd - aangevoerd dat de belastende verklaring van de aangeefster [slachtoffer] onvoldoende betrouwbaar is en dat die verklaring bovendien onvoldoende steun vindt in ander bewijs, zodat het in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) neergelegde bewijsminimum niet wordt gehaald.
Het hof overweegt als volgt.
Volgens het tweede lid van artikel 342 Sv Pro kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op ieder onderdeel daarvan. Zij beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat artikel 342 lid 2 Sv Pro de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv Pro is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval.
Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof het volgende vast.
Op 20 maart 2017 heeft aangeefster een informatief gesprek zeden gevoerd bij de politie, waarna zij op 26 april 2017 aangifte heeft gedaan. Die verklaringen houden - kort gezegd - in dat aangeefster seksueel is misbruikt door de verdachte, een huisvriend van haar familie. Het misbruik, dat meestal plaatsvond in de slaapkamer van de verdachte, maar ook wel bij aangeefster thuis, is begonnen toen zij 9 jaar oud was en heeft enkele jaren geduurd, tot ongeveer haar 13de. De seksuele handelingen bestonden uit (tong)zoenen, het naakt naast en op elkaar liggen, het aanraken van het geslachtsdeel van de verdachte door aangeefster en hem aftrekken en het vingeren en oraal betasten van het slachtoffer door de verdachte. Het naakt op elkaar liggen is gestopt toen de verdachte aangaf dat zowel hij als zijn vriendin van destijds, [getuige 1], genitale wratten hadden. Aangeefster zou dat volgens de verdachte ook kunnen krijgen als zij op elkaar zouden liggen.
Het hof acht de voormelde door aangeefster afgelegde verklaringen betrouwbaar. Deze verklaringen zijn naar het oordeel van het hof niet alleen authentiek, zeer gedetailleerd en consistent, maar vinden op diverse onderdelen ook steun in de overige zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. Ook verklaart zij duidelijk over wat er seksueel niet is gebeurd tussen beiden ten tijde van de seksuele handelingen.
Zo worden de verklaringen van aangeefster allereerst, voor wat betreft het alleen samenzijn van de verdachte met haar, ondersteund door de verklaring van de verdachte zelf, voor zover hij in eerste aanleg heeft verklaard dat het is voorgekomen dat aangeefster alleen bij hem thuis is geweest en dat hij ook wel eens alleen met haar was bij haar thuis. Ook de toenmalige vriendin van de verdachte, [getuige 1], heeft verklaard dat de verdachte alleen was met de kinderen [familie van slachtoffer], in die zin dat hij, ook alleen, op hen heeft gepast. Aangeefster was toen denkt zij 10 jaar oud.
De verklaringen van aangeefster wat betreft de kamers van de verdachte in het huis van zijn ouders, waar hij woonde, te weten een kamer op de eerste verdieping en (vervolgens) een zolderkamer, worden bevestigd door de verdachte en genoemde [getuige 1].
Verder vinden de verklaringen - wat betreft de mededeling van de verdachte [ ik neem aan dat het hof hier slachtoffer bedoelt, AG TS] over het hebben van genitale wratten - tevens bevestiging in de verklaring van de getuige [getuige 1]. Zij heeft namelijk verklaard dat de verdachte en zij, tijdens hun relatie, deze geslachtsziekte hebben gehad.
Tenslotte vinden de voormelde verklaringen op bepaalde onderdelen ook steun in de verklaring van de broer van aangeefster, [getuige 2]. Zo heeft de broer verklaard dat aangeefster alleen, zonder hem, bij de verdachte thuis is geweest. Verder blijkt uit die verklaring dat de verdachte - toen de broer in groep 8 zat - tijdens het kijken van een pornofilm op het bed van de verdachte, heeft geprobeerd zijn hand in diens broek te stoppen. Deze verklaring biedt derhalve niet alleen steun voor wat betreft het alleen samenzijn van de verdachte en aangeefster, maar ook voor wat betreft het, in de tenlastegelegde periode, vertonen van seksueel grensoverschrijdend gedrag door de verdachte.
Het hof hecht - tegen deze achtergrond - geen geloof aan de verklaringen van de verdachte, die niet alleen ontkent dat de door aangeefster gestelde seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, maar ook dat hij, in een gesprek met aangeefster, heeft gesproken over zijn genitale wratten.
Concluderend overweegt het hof dat de, door het hof betrouwbaar geachte, verklaringen van het slachtoffer voldoende bevestiging vinden in de overige inhoud van het dossier. Nu naar het oordeel van het hof aldus is voldaan aan het bewijsminimum van artikel 342, lid 2, Sv en het hof ook de overtuiging heeft bekomen dat hetgeen is ten laste gelegd zich heeft voorgedaan, komt het hof tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde. Het verweer wordt verworpen.”

3.Het middel

3.1
Het middel klaagt dat het hof geen blijk heeft gegeven, te hebben nagegaan of de procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op een eerlijk proces.
3.2
In de toelichting op het middel wordt daartoe het volgende aangevoerd. In de eerste plaats heeft het OM na de vrijspraak in eerste aanleg niet ambtshalve nader onderzoek uitgevoerd, ondanks dat het OM in de appelmemorie wel aangeeft dat “aanvullend onderzoek mogelijk” is. Daarnaast heeft het hof in het bestreden arrest ten onrechte nagelaten acht te slaan op de verklaring van de verdachte. De steller van het middel betoogt voorts dat de verdachte “formeel twee feitelijke instanties heeft gehad, maar door de gemotiveerde vrijspraak in eerste aanleg, de nalatigheid van het openbaar ministerie om nadere onderzoeken te doen en de onverwachte en onjuiste reactie daarop door het Hof […] aan verdachte uiteindelijk de kans [is] ontnomen om ook in tweede aanleg een effectieve verdediging te voeren”.
Bespreking van het middel
3.3
Het middel faalt. Anders dan de rechtbank, heeft het hof geoordeeld dat de ten laste gelegde ontuchtige handelingen wel kunnen worden bewezen, omdat de verklaring van de aangeefster dat zij door de verdachte vanaf haar negende tot ongeveer haar dertiende is misbruikt (bewijsmiddel 2), steun vindt in de verklaring van de broer van de aangeefster dat de verdachte hem ook een keer tijdens het kijken van een pornofilm heeft betast (bewijsmiddelen 1 en 6), de verklaring van de verdachte dat hij vaak bij (de familie van) de aangeefster op bezoek kwam en ook wel eens met de aangeefster alleen op haar kamer is geweest (bewijsmiddelen 3 en 4) en de verklaring van de toenmalige vriendin van de verdachte dat hij vaak bij de aangeefster is wezen oppassen en dat zij beide genitale wratten hebben gehad (bewijsmiddel 5; dit laatste biedt steun aan aangeefsters verklaring dat de verdachte haar in de loop van de tijd heeft verteld dat ze niet meer (naakt) op elkaar konden liggen, omdat hij en zijn vriendin genitale wratten hadden). Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en ook in het licht van art. 342 lid 2 Sv Pro toereikend gemotiveerd.
3.4
Het argument dat het hof ambtshalve nader onderzoek in had moeten stellen (art. 316 jo Pro. 415 Sv) treft geen doel. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat dit niet noodzakelijk is en dit is niet onbegrijpelijk. De steller van het middel maakt ook niet duidelijk waarom dergelijk ambtshalve onderzoek noodzakelijk was. Ook zie ik niet in waarom het OM gehouden was nader onderzoek in te stellen. Dat de officier van justitie in de appelmemorie heeft opgemerkt dat nader onderzoek mogelijk is, maakt dit niet anders.
3.5
Voorts wijs ik erop dat ingeval de verdediging nader onderzoek had willen entameren ze hiertoe een verzoek had kunnen indienen; dit is echter niet gebeurd. De steller van het middel voert aan dat dit verzuim niet aan de verdediging kan worden tegengeworpen, omdat de “raadsvrouw mocht afgaan op de juistheid van de vrijspraak in eerste aanleg”, maar miskent daarmee dat van de raadsvrouw mag worden verwacht dat zij ervan op de hoogte is dat het een hof vrijstaat om het bewijsmateriaal anders te waarderen dan de rechter in eerste aanleg heeft gedaan en overeenkomstig deze wetenschap de verdediging voert. Er is in onderhavige zaak dus geen sprake van een schending van art. 6 EVRM Pro. Tot slot merk ik op dat de klacht dat het hof de ontkennende verklaring van de verdachte niet heeft onderzocht feitelijke grondslag mist, nu het hof zijn verklaringen – tegen de achtergrond van het gebezigde steunbewijs – als ongeloofwaardig heeft aangemerkt.

4.Slotsom

4.1
Het middel faalt. De verdachte is door de rechtbank integraal vrijgesproken van de aan hem ten laste gelegde feiten, maar door het hof veroordeeld. Toch meen ik dat in het onderhavige geval kan worden volstaan met de aan art. 81 lid 1 RO Pro ontleende motivering, omdat strikt genomen niet over de bewijsvoering wordt geklaagd [1] , al kan ik mij voorstellen dat de Hoge Raad hier anders over denkt.
4.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
4.3
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:40, NJ 2023/106, m.nt. Keijzer, rov. 2.5.