Conclusie
[eiser]respectievelijk
SRLEV.
1.Inleiding en samenvatting
Wwft). Dit betekent ook dat persoonsgegevens van de begunstigde worden opgeslagen. [eiser] bestrijdt dat en vordert betaling door SRLEV. De rechtbank heeft zijn vordering afgewezen. Het hof heeft het vonnis bekrachtigd. Het overwoog dat sprake is van een levensverzekering en dat de Wwft noopt tot verificatie van de identiteit van [eiser] en tot opslag van bepaalde gegevens. [eiser] komt hier in cassatie tegen op, naar ik meen tevergeefs.
2.Feiten en procesverloop
Zwitserleven) een verzekering afgesloten. SRLEV is de rechtsopvolgster van Zwitserleven.
polis). Op de polis zijn onder meer de ‘algemene verzekeringsvoorwaarden S 3 voor individuele verzekeringen met dekking van overlijdensrisico en met spaarelement’ van toepassing (hierna: de
polisvoorwaarden).
vonnis) afgewezen. [2]
Wft). Dat betekent dat de Wwft op SRLEV van toepassing is. (rov. 5.5)
3.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste onderdeelklaagt [eiser] over het oordeel dat sprake is van een levensverzekering. Voor het geval toch sprake is van zo’n verzekering, stelt [eiser] in het
tweede onderdeeldat SRLEV in dit geval geen nadere verificatie- en bewaarplicht heeft. Het
derde onderdeel, tot slot, bevat een voortbouwklacht.
rov. 5.6. Deze overweging luidt als volgt (mijn onderstreping, ook in de citaten hierna, A-G):
er is sprake van een kapitaal, waarvan de uitkering afhankelijk is van leven of dood, wat betreft zowel de omvang (periode van winstdeling), het tijdstip van uitbetaling als de begunstigde aan wie de uitkering wordt uitbetaald. De verzekering dekt zowel het risico van overlijden (vóór de einddatum) als het ‘risico’ van lang leven (tot op de einddatum).
Daarnaast is ook de premiebetaling afhankelijk van leven of dood, nu de premiebetaling eindigt op de einddatum of bij vooroverlijden.Het spaarelement dat de verzekering in zich heeft, verandert dit niet, maar is typerend voor veel levensverzekeringen.”
alleenkans op nadeel met betrekking tot de te ontvangen premies. Dit is onvoldoende voor kwalificatie als levensverzekering. Er moet een verdergaand verband met leven of dood zijn. De (financiële) uitkomst van de overeenkomst moet op enige wijze worden beïnvloed door leven of dood van de verzekerde. (procesinleiding onder 2.1.9)
zondertoe te lichten waarom de polis zo moet worden gelezen als hij voor juist houdt en
zonderenige verwijzing naar een vindplaats in de stukken uit feitelijke instanties (‘losstaand spaarelement vs. leidende vaste som’ is nieuw), is zowel onvoldoende als te laat om een met de waardering van feiten verweven oordeel als hier te doen sneuvelen.
alleende te ontvangen premies onzeker voor de verzekeraar, zoals [eiser] stelt. De omstandigheid dat de te ontvangen premie afhankelijk is van leven of dood is mede relevant voor de kwalificatie als levensverzekering, zoals het hof terecht overweegt. [4]
rov. 5.9, dat als volgt luidt:
Uit art. 3a lid 1 en lid 2 Wwft volgt dat op dat moment verificatie van de identiteit van [eiser] door SREV moest plaatsvinden.Art. 11 lid 1 Wwft Pro schrijft voor aan de hand van welke documenten de identiteit van [eiser] kan worden geverifieerd. Krachtens art. 33 lid 1 Wwft Pro is SRLEV verplicht om op opvraagbare wijze de documenten en gegevens vast te leggen die bij de verificatie zijn gebruikt. Art. 33 lid 2 Wwft Pro bepaalt welke documenten en gegevens ten minste worden vastgelegd. Bij overtreding van deze bepalingen kan onder meer een bestuurlijke boete worden opgelegd (art. 30 Wwft Pro).”
In aanvulling op artikel 3, tweede tot en met vierde lid, stelt het cliëntenonderzoek een bank of andere financiële onderneming in staat om
onverwijld nadat een begunstigde van een levensverzekering is geïdentificeerd of aangewezen:
de naam van de persoon vast te leggen, indien de begunstigde als met name genoemde natuurlijke persoon of rechtspersoon of juridische constructie is geïdentificeerd;
op het tijdstip van uitbetalingvan de levensverzekering.
naast de voor de cliënt en de uiteindelijk begunstigde vereiste cliëntenonderzoeksmaatregelen, de volgende cliëntenonderzoeksmaatregelen betreffende de begunstigden van een levensverzekering of een andere beleggingsverzekering uitvoeren, zodra de begunstigden zijn geïdentificeerd of aangewezen:
het noteren van de naam van de persoon;
geschiedt de verificatie van de identiteit van de begunstigden op het tijdstip van uitbetaling.[…].”
legt op opvraagbare wijze de documenten en gegevens vast die zijn gebruikt voor de naleving van het bepaalde inartikel 3, tweede tot en met vierde lid,
artikel 3a, eerste lid, artikel 6, eerste en tweede lid, artikel 7, tweede lid, en artikel 8, derde tot en met zesde en achtste lid.
ten minstebegrepen:
niet zijnde uiteindelijk belanghebbendenals bedoeld in artikel 1, eerste lid:
de aard, het nummer en de datum en plaats van uitgifte van het document met behulp waarvan de identiteit is geverifieerd;
zijnde uiteindelijk belanghebbendenals bedoeld in artikel 1, eerste lid:
dan wel de natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht;”
iszichzelf. Het middel ligt ook niet toe van welke entiteit hij de UBO zou zijn en wat daarvan het belang zou zijn voor de vraag of zijn identiteit conform de Wwft dient te worden geverifieerd.