Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
1. Tenlastelegging
Stcrt. 1996, 197) (hierna: de Regeling) bijzondere regels.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens diefstal tot een gevangenisstraf van vijf weken, met aftrek van voorarrest, en de tenuitvoerlegging van twee eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen werd gelast. Het hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde dit vonnis bij arrest van 5 oktober 2023.
De advocaat van de verdachte stelde in cassatie één middel voor, stellende dat het arrest van het hof niet het tenlastegelegde bevat zoals vereist door art. 359 lid 1 Sv Pro, omdat het vonnis van de politierechter slechts verwees naar de dagvaarding zonder de tekst daarvan als bijlage op te nemen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad oordeelde dat de klacht faalt omdat het hier gaat om een mondeling vonnis dat is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting. Volgens de Regeling aantekening mondeling vonnis kan voor de inhoud van de tenlastelegging worden verwezen naar de dagvaarding. Het hof handelde daarmee conform de Regeling en bevestigde het vonnis terecht.
Voorts werd ambtshalve opgemerkt dat de uitspraak van de Hoge Raad meer dan 24 maanden na het instellen van cassatie plaatsvindt, wat een overschrijding van de redelijke termijn inhoudt. Gezien de korte opgelegde straf en de mate van termijnoverschrijding werd echter geen aanleiding gezien om rechtsgevolgen hieraan te verbinden.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.