2.3Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 28 juni 2023 heeft de raadsvrouw van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd overeenkomstig een overgelegde pleitnota. Deze pleitnota houdt voor zover van belang in:
“3. Volgens de verdediging komt het vonnis van de politierechter er kort gezegd op neer dat op basis van het dossier (dat vele tegenstrijdigheden en onduidelijkheden bevat) onvoldoende is komen vast te staan wat precies gebeurd is, wie wat gedaan heeft (aangever, verdachte en medeverdachte) en dat daardoor op basis van dit dossier niet met voldoende zekerheid vastgesteld kan worden dat cliënt enige bijdrage leverde aan geweld met een ander tegen aangever.
4. De verdediging leest het vonnis en dossier zo dat als gevolg van die vele tegenstrijdigheden veel meer dan gewoon lijkt in dossiers en onduidelijkheden evenmin uitgesloten kan worden dat cliënt anderen uit elkaar probeerde te halen (en dus geen opzet had op enige bijdrage aan gezamenlijk geweld tegen aangever) zoals cliënt verklaarde en zijn oudste zoon bevestigde, dan wel dat sprake was van verdediging tegen een aanval door aangever (de oudste zoon had immers vergelijkbaar letsel). Om tot een veroordeling van een strafbaar feit te komen zal op basis van het dossier tenminste met voldoende zekerheid moeten komen vast te staan wat er gebeurde.
En dat is in deze zaak niet het geval.
Immers 2 personen verklaren dat cliënt aangever in een nekklem hield dan wel vasthield waarbij de (beide) zoons zouden hebben geslagen (getuigen [getuige 3] en [getuige 1] ) en volgens 1 van hen ook geschopt ( [getuige 3] ).
Maar de aangever verklaart juist het omgekeerde (en dus volledig tegenstrijdig daaraan) dat één van de zoons (niet cliënt) aangever in een nekklem hield en cliënt degene was die zou hebben geslagen en geschopt met de andere zoon (niet beide zoons).
(…)
Belang (niet) kunnen vaststellen van precies locatie incident (betrouwbaarheid verklaringen)
7. De verdediging meent dat in deze zaak met 4 getuigen en vele tegenstrijdigheden en onduidelijkheden van belang is dat niet eens vastgesteld kan worden of het incident in de tuin plaatsvond zoals aangever verklaarde dan wel op de parkeerplaats. De verdediging vermoedt namelijk dat deze 4 getuigen niet allen zicht kunnen hebben gehad op de locatie van het incident, dan wel slechts beperkt zicht vanaf waar zij zich bevonden en dat het antwoord op de vraag of zij zicht hadden op de situatie afhangt van waar het incident plaatsvond, in de tuin of op de parkeerplaats. Als de getuigen geen of onvoldoende zicht hadden, zegt dat uiteraard wat over de betrouwbaarheid van hun verklaringen die uiteindelijk bepalend kunnen zijn voor conclusies over wat wel dan wel niet gebeurd is.
8. Aangever benoemt expliciet dat het incident plaatsvond in de tuin (p. 50) waar hij volgens hem ingetrokken werd en direct naar de grond werd gebracht, geschopt en geslagen, cliënt en zijn jongste zoon noemen de parkeerplaats (p. 93 en 95 respectievelijk 103 en 105). Ik verwijs naar pagina 94 van het dossier betreffende ene overzichtsfoto van bovenaf en de rinst van Google Earth gehecht aan deze pleitnota.
Twee van de getuigen, [getuige 4] en [getuige 3] , wonen op [a-straat 1] en verklaarden de situatie te hebben waargenomen vanaf de zolder respectievelijk van boven. Zij hebben vanaf daar zicht op een deel van de tuin, mogelijk niet het verste deel van de tuin dat grenst aan de parkeerplaats waar een hek/schutting voor staat, dit omdat zich over de breedte van dat hek/schutting een overkapping bevindt waardoor zij waarschijnlijk geen zicht hebben op de parkeerplaats direct achter het hek/schutting van de tuin, in elk geval geen zicht op de volledige parkeerplaats.
De andere 2 getuigen, [getuige 1] en [getuige 2] , wonen aan [b-straat 1] en lijken vanuit hun slaapkamerraam zicht te hebben op de parkeerplaats maar kunnen in elk geval niet door het hek/schutting de tuin inkijken en hebben waarschijnlijk geen zicht op wat direct achter het hek/de schutting gebeurt.
Aversie buurtbewoners (betrouwbaarheid getuigeverklaringen)
9. Tenslotte merkt de verdediging op dat niet uitgesloten kan worden dat de
getuigenverklaringen worden ingekleurd door de aversie van de buurtbewoners tegen het
gezin van cliënt, wat uiteraard van invloed kan zijn op de betrouwbaarheid van hun
verklaringen die uiteindelijk bepalend kunnen zijn voor conclusies over wat wel dan wel niet
gebeurd. Zo valt op dat [getuige 4] ( [a-straat 1] ) verklaarde dat ze de afgelopen
jaren heel veel overlast hadden van de buren van [nummer] (p. 75), dat [getuige 1]
verklaarde dat de mensen die aan het vechten waren met regelmaat ruzie hebben met
buurtbewoners en dat hij over zijn buren verklaarde dat die ook Syrische mensen zijn en wél
vriendelijk zijn (p. 81) en dat [zoon cliënt] verklaarde dat de buren wel eens klagen
over geluidsoverlast (p. 98).
10. Tot zover het standpunt van de verdediging op hoofdlijnen met conclusie bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank, vrijspraak. Hierna sta ik stil bij de verschillende verklaringen waarbij inhoudelijk duidelijk wordt dat sprake is van vele tegenstrijdigheden en onduidelijkheden.
De verklaring van [getuige 1] past verder niet bij het vastgestelde letsel dat bestaat uit
schaafwonden en een bult achter het oor, niet uit verwondingen in het gezicht wat je zou
verwachten als iemand in het gezicht wordt gestompt zoals [getuige 1] verklaarde
[getuige 2] , [b-straat 1] ,(…)
25. De Vrouw van [getuige 1] , [getuige 2] , verklaarde eveneens vanuit het slaapkamerraam gekeken te hebben waar zij met haar man de bedden stond op te maken. Zij verklaarde dat het incident zich afspeelde
op de parkeerplaats voor de achterzijde van de tuinen daarnet als haar man, dus niet in de tuin van [nummer] zoals aangever verklaarde.
Volgens [getuige 2] hield de vader aangever in een nekklem, deelde de oudste zoon klappen uit en maakte schopbewegingen, assisteerde de jongste zoon door aangever vast te houden en probeerde de vrouw des huizes iedereen uit elkaar te halen, ging het snel en lieten ze hem uiteindelijk los.
26. Ook deze verklaring is tegenstrijdig met de verklaring van aangever die verklaarde dat 1 van de zonen hem vasthad (niet, de vader/cliënt) en cliënt/de vader hem klappen en schoppen gaf (niet de oudste zoon). Daarnaast is deze verklaring ook strijdig met de andere verklaringen.”