ECLI:NL:PHR:2025:1312
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken vertaling dagvaarding bij buitenlandse verdachte
De verdachte werd door het hof Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het ontbreken van grieven tegen het vonnis van de politierechter. Het cassatieberoep richt zich op het feit dat niet is aangetoond dat de dagvaarding aan de verdachte, die in het buitenland verblijft, is vertaald in het Frans of Kroatisch, zoals vereist op grond van art. 36e lid 3 Sv en de EU-rechtshulpovereenkomst 2000.
De stukken tonen aan dat de dagvaarding wel naar het buitenlandse adres is verzonden, maar zonder vertaling. Het hof heeft nagelaten te onderzoeken of het onderzoek ter terechtzitting geschorst moest worden om alsnog een vertaalde dagvaarding te zenden. Dit is in strijd met de vereisten voor betekening aan een buitenlandse verdachte.
Hoewel de verdachte tijdens een verhoor in 2020 aangaf het Nederlands voldoende te beheersen, is hij geen Nederlander en valt daarmee niet onder de uitzondering die vertaling kan uitsluiten. De Hoge Raad oordeelt dat het middel terecht is voorgesteld en vernietigt het arrest, wijzend de zaak terug naar het hof Amsterdam voor nieuwe berechting.
De conclusie benadrukt het belang van correcte vertaling en betekening bij buitenlandse verdachten om hun recht op een eerlijk proces te waarborgen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug vanwege het ontbreken van een vertaalde dagvaarding aan de buitenlandse verdachte.