De aan de Hoge Raad gezonden stukken houden, voor zover voor de bespreking van het middel van belang, het volgende in:
(i) de verdachte is bij vonnis van 14 juni 2022 door de politierechter van de rechtbank Noord-Holland veroordeeld wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak” tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden;
(ii) uit de “Akte instellen hoger beroep” blijkt dat op 16 september 2022 door een griffiemedewerker van de rechtbank Noord-Holland namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de politierechter. De akte vermeldt dat de verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande is;
(iii) aan de “Akte instellen hoger beroep” is een brief gehecht van 16 september 2022 van mr. [betrokkene 1] , advocaat in Amsterdam, die als adres van de verdachte “ [a-straat 1] te Frankrijk” vermeldt. Deze brief houdt onder meer in dat mr. [betrokkene 1] door de verdachte bepaaldelijk is gemachtigd om een medewerker van de griffie te machtigen om hoger beroep in te stellen;
(iv) de dagvaarding om ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juni 2024 te verschijnen met als vermelding dat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats hier te lande heeft, is blijkens een akte van uitreiking met invuldatum 11 april 2024 uitgereikt aan een medewerker van het openbaar ministerie;
(v) de dagvaarding om ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juni 2024 te verschijnen met als adres “ [a-straat 1] (Frankrijk)” is blijkens een akte van uitreiking met invuldatum 11 april 2024 verzonden naar het op de akte vermelde adres in het buitenland;
(vi) blijkens een “Informatiestaat SKDB-personen” van 11 april 2024 was de verdachte op die datum niet gedetineerd, was van hem geen adres in de Basisregistratie Personen bekend en was zijn laatst opgegeven woon- of verblijfplaats, met als registratiedatum 24 april 2022, “ [a-straat 1] Frankijk”;
(vii) uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 4 november 2024 volgt dat de verdachte en zijn raadsman mr. [betrokkene 2] , advocaat in [plaats] , daar niet zijn verschenen en dat het hof verstek heeft verleend tegen de verdachte;
(viii) bij arrest van 4 juni 2024 heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven of mondelinge bezwaren tegen het vonnis, en omdat volgens het hof overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak.