ECLI:NL:PHR:2025:1319

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
23/01093
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biocidenArt. 225 SrArt. 6 EVRMArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over medeplegen overtreding Wet gewasbeschermingsmiddelen en valsheid in geschrift door rechtspersoon

In deze zaak staat de cassatie tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch centraal, waarin een rechtspersoon is veroordeeld voor medeplegen van overtreding van artikel 20 van Pro de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, alsmede voor valsheid in geschrift, beide meermalen gepleegd. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank, maar wijzigde de bewijsmotivering en legde een geldboete van €70.000,- op.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft in zijn conclusie het cassatieberoep beoordeeld en acht de middelen van cassatie onvoldoende gegrond. Hij verwijst daarbij naar een parallelzaak tegen de bestuurder van de rechtspersoon, waarin soortgelijke middelen zijn behandeld. De conclusie bevat tevens een opmerking over overschrijding van de redelijke termijn, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Uiteindelijk adviseert de procureur-generaal de Hoge Raad om het beroep te verwerpen en het arrest van het hof te bevestigen, met uitzondering van de hoogte van de geldboete, die vanwege de termijnoverschrijding vernietigd dient te worden. De zaak wordt in samenhang gezien met twee andere zaken waarin soortgelijke veroordelingen zijn uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen, met vernietiging van de geldboete vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/01093 E

Zitting2 december 2025
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[A] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte

Inleiding

1. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 15 maart 2023 (parketnummer 20-001123-16) het vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 6 april 2016 bevestigd, met vervanging van de bewijsmotivering en met uitzondering van de opgelegde straf en de toepasselijke wettelijke voorschriften. De rechtbank had de bewezenverklaringen gekwalificeerd als: feit 1 primair “
medeplegen van overtreding van artikel 20 van Pro de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd”, feit 2
“valsheid in geschrift, gepleegd door een rechtspersoon, meermalen gepleegd”en feit 3
“medeplegen van valsheid in geschrift, gepleegd door een rechtspersoon, meermalen gepleegd”. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 70.000,-.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 23/01102 en 23/01096. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. De zaak 23/01102 betreft de strafzaak tegen de enige bestuurder van de verdachte, [1] die onder 1 en 2 (in die zaak) als opdrachtgever en feitelijke leidinggever is veroordeeld voor dezelfde misdrijven als waarvoor de verdachte onder 1 en 2 is veroordeeld, terwijl de verdachte en haar bestuurder beiden voor het onder 3 bewezen verklaarde, het gezamenlijk en met anderen medeplegen van valsheid in geschrift, is veroordeeld.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.B. Milo, advocaat in Tilburg, heeft vier middelen van cassatie voorgesteld. Deze middelen zijn mutatis mutandis gelijk aan de middelen die hij in de zaak tegen de bestuurder van de verdachte heeft ingediend, terwijl zij zich op gelijke gronden keren tegen mutatis mutandis dezelfde beslissingen en motiveringen van het hof. Om die reden meen ik voor een bespreking van die middelen te kunnen volstaan met een verwijzing naar mijn conclusie in de zaak 23/01102.

Afronding

4. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met een aan artikel 81 lid 1 RO Pro ontleende overweging.
5. Ambtshalve merk ik op dat Uw Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep, zodat in zoverre sprake zal zijn van een overschrijding van de redelijke termijn.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, en tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie p. 4 van het bestreden arrest.