Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onder 3dat het oordeel van het hof onjuist is als het hof zou hebben geoordeeld dat geen sprake is van een uitsluitingsclausule, omdat deze niet op schrift is gesteld, nu deze clausule bij materiële schenkingen vormvrij is. Bovendien gaat het hof eraan voorbij dat de wil van de schenker prevaleert. Het hof had in navolging van de rechtbank in rov. 4.20, en de stellingen van de vrouw, de wil van de schenker (de moeder) moeten onderzoeken althans de schenkingsovereenkomsten moeten uitleggen.
onder 4dat het hof heeft verzuimd gemotiveerd in te gaan op de stelling van de vrouw dat op de schenking op grond van de Rome I-verordening Italiaans recht van toepassing is, althans had het hof hieraan ambtshalve en voldoende kenbaar moeten toetsen ingevolge art. 10:2 BW Pro. Indien naar Italiaans recht een schenking niet in enige gemeenschap van goederen valt – zoals door de vrouw onbetwist is gesteld –, dan wordt eveneens niet toegekomen aan de redelijkheid en billijkheid.
onder 5dat het oordeel van het hof onjuist is, omdat het verwijst naar HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:276, terwijl deze uitspraak gaat om een erfrechtelijke verkrijging. Uit deze uitspraak volgt niet, althans niet zonder nadere motivering die ontbreekt, waarom deze van toepassing zou zijn op een schenking vanuit het buitenland.
onder 6dat het hof is uitgegaan van een onjuiste maatstaf of zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd, omdat het beslissend acht dat de vrouw ook voor het huwelijk in Nederland woonde en redelijkerwijs in staat zou zijn geweest om door het opmaken van huwelijkse voorwaarden te zorgen dat de giften voor en na het huwelijk niet door boedelmenging in de huwelijksgemeenschap zouden vallen. Het hof is echter niet, althans onvoldoende kenbaar, ingegaan op de andere door de Hoge Raad in het arrest geformuleerde omstandigheden, waaronder de wetenschap bij en de wil of intentie van de schenker, terwijl de vrouw gemotiveerd op deze omstandigheden heeft gewezen.