Conclusie
1.Inleiding
2.De bewezenverklaring en bewijsmiddelen
openlijk, te weten op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten in de McDonalds gelegen aan de [a-straat 1] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 1] en [aangever 2] ,
1. De eigen waarneming van het hof.
3.Het middel
(i) het hof in (de motivering van) de verwerping van het beroep op noodweer ten onrechte niet heeft betrokken dat de aangevers ( [aangever 1] en [aangever 2] ) ook hebben geduwd, geslagen en getrapt;
(ii) het hof ten onrechte niet is ingegaan op de stelling van de verdediging dat de politieagenten passief bleven tijdens het incident; en
(iii) het hof het slaan met de stoel in de richting van [aangever 2] heeft aangemerkt als handelen uit noodweer, maar het gelijktijdig vastpakken van de benen van [aangever 2] niet, zodat de motivering van de verwerping van het beroep op noodweer (ook) op dit punt onbegrijpelijk is.
Bespreking van het gevoerde verweerDe raadsvrouw van de verdachte heeft – overeenkomstig de overgelegde pleitnotities – bepleit dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hem een geslaagd beroep op noodweer toekomt. Daartoe heeft zij aangevoerd dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding tegen zijn lijf, dan wel het lijf van medeverdachte [medeverdachte] , waartegen noodzakelijke verdediging geboden was. De reactie van de verdachte was, gegeven de omstandigheden proportioneel en kan ook de eis van subsidiariteit doorstaan. Samengevat is ter onderbouwing van het verweer het volgende gesteld. Verdachte was, samen met [medeverdachte] die nacht als beveiliger werkzaam bij McDonalds. Het waren [aangever 1] en zijn broer [aangever 2] die – nadat zij door verdachte waren aangehouden – zich agressief bleven gedragen. Toen verdachte zich tot [aangever 2] wendde nadat deze een nare opmerking had gemaakt, viel deze hem, verdachte aan. Omdat de politie niet ingreep, moest verdachte zich verdedigen. Toen verdachte –iets later– zag dat zijn collega op de grond lag en door [aangever 2] tegen het hoofd werd geschopt, heeft hij ter verdediging van zijn collega met een stoel die [aangever 2] geslagen.
Politie grijpt niet in om [aangever 1] mee te nemen56. Getuige [getuige 1] zegt: “
Ik zag dat de politie niks deed. De politie stond erbij en keek ernaar.”
- Client doet een stapje terug. Ook de twee politieagenten doen twee of drie stappen naar achteren (Tijdstip 04:14),
- Client trekt zich weer kort terug. De politieagenten 1 en 2 staan nog steeds in afwachtende houding op enige afstand (tijdstip 04:18).
- Op een bepaald moment duwt agent [verbalisant 1] client fors naar achteren. Drie agenten zijn bezig met client terwijl [aangever 1] en [aangever 2] te keer gaan tegen [medeverdachte] (tijdstip 04:34 e.v.).