Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak in het kort
3.De beschikking van de rechtbank
Toetsingskader
4.Het eerste middel
niet[kan] worden beoordeeld óf, laat staan dát, het beslag conform de daaraan te stellen wettelijke / verdragsrechtelijke eisen is gelegd, althans of/dat de voortduring ervan rechtmatig kan worden geacht. Het kennis kunnen nemen van stukken is voorts noodzakelijk met oog op het kunnen vaststellen dat - zoals namens klagers wordt aangevoerd - sprake is van schending van fundamentele beginselen, althans dat sprake is van andere omstandigheden die aan voortduren van het beslag in de weg staan of in elk geval moeten leiden tot een verbod op overdracht aan de verzoekende autoriteiten.” [10] Op de ‘vragen naar bijv. dubbele strafbaarheid’, die ter zitting ook aan het verzoek om navraag te doen ten grondslag zijn gelegd, kom ik terug bij de bespreking van het tweede middel waar wordt geklaagd over het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vereiste dubbele strafbaarheid.
5.Het tweede middel
5.Maar: gegrondverklaring op grond van Informatie zoals we die thans al hebben
maarook:
maar niet langer van een opzettelijke moord, ook al is het autopsierapport van het Instituut voor Forensische Geneeskunde van het Kanton Zürich (IRMZ) nog niet beschikbaar. Het Openbaar Ministerie heeft daarom vanmiddag de laatste aangehouden persoon vrijgelaten."
hoe dan ookworden vastgesteld dat géén sprake is van een misdrijf als bedoeld in art. 67 Sv. De 'maximum strafbedreiging’ uit art. 294 Sr voldoet niet aan het minimum uit art. 67 Sv en het artikel is niet opgenomen als een van de uitzonderingen op dat uitgangspunt.
géénsprake van een situatie waarin naar Nederlands recht uitvoering zou mogen worden gegeven aan een opsporingsbevoegdheid op grond van het bepaalde in art. 96c jo 110 Sv - en daarmee is geen sprake (meer) van een toereikende grondslag voor rechtshulp - laat staan voor het verlenen van verlof.