ECLI:NL:PHR:2025:1412
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van de rechtbank bij klaagschrift ex art. 552a Sv en verbeurdverklaring van woning
In deze zaak gaat het om een klaagschrift dat is ingediend door een vennootschap, hierna aangeduid als de klaagster, die stelt eigenaar te zijn van een woning die in beslag is genomen in het kader van een strafzaak tegen een ander, [betrokkene 1]. De woning is verbeurd verklaard bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant op 6 september 2021, en het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 16 juli 2024 het klaagschrift van de klaagster ongegrond verklaard. De klaagster heeft cassatieberoep ingesteld tegen deze beschikking. De Hoge Raad heeft in zijn conclusie vastgesteld dat, nu de verbeurdverklaring van de woning pas in de cassatiefase onherroepelijk is geworden, het klaagschrift van de klaagster moet worden opgevat als een klaagschrift ex artikel 552b Sv. Dit houdt in dat als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van het klaagschrift constateert dat de betreffende voorwerpen inmiddels verbeurd zijn verklaard, het klaagschrift moet worden doorgezonden naar het gerecht dat bevoegd is om het te behandelen. De Hoge Raad heeft de beschikking van het gerechtshof vernietigd en de zaak terugverwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch.