ECLI:NL:PHR:2025:1412

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
24/02900
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid van de rechtbank bij klaagschrift ex art. 552a Sv en verbeurdverklaring van woning

In deze zaak gaat het om een klaagschrift dat is ingediend door een vennootschap, hierna aangeduid als de klaagster, die stelt eigenaar te zijn van een woning die in beslag is genomen in het kader van een strafzaak tegen een ander, [betrokkene 1]. De woning is verbeurd verklaard bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant op 6 september 2021, en het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 16 juli 2024 het klaagschrift van de klaagster ongegrond verklaard. De klaagster heeft cassatieberoep ingesteld tegen deze beschikking. De Hoge Raad heeft in zijn conclusie vastgesteld dat, nu de verbeurdverklaring van de woning pas in de cassatiefase onherroepelijk is geworden, het klaagschrift van de klaagster moet worden opgevat als een klaagschrift ex artikel 552b Sv. Dit houdt in dat als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van het klaagschrift constateert dat de betreffende voorwerpen inmiddels verbeurd zijn verklaard, het klaagschrift moet worden doorgezonden naar het gerecht dat bevoegd is om het te behandelen. De Hoge Raad heeft de beschikking van het gerechtshof vernietigd en de zaak terugverwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer24/02900 B
Zitting14 oktober 2025

CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak

[klaagster] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] (Bulgarije),
hierna: de klaagster
1. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij beschikking van 16 juli 2024 het op grond van artikel 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster, strekkende tot (onder meer) opheffing van het strafvorderlijk beslag op de woning gelegen aan de Koolzaadweg 21 (5351 LP Berghem), ongegrond verklaard.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster. P. van de Kerkhof, advocaat in Tilburg, heeft twee cassatiemiddelen voorgesteld.
3. Aan de bespreking van de cassatiemiddelen kom ik gelet op het volgende niet toe. Het gaat in de onderhavige zaak om de inbeslagneming van de bovenvermelde woning, ten aanzien waarvan de klaagster stelt dat zij eigenaar is. Deze woning is in beslag genomen onder [betrokkene 1] , in verband met zijn strafzaak ter zake van (feit 7) het meermalen medeplegen van witwassen. Op 9 februari 2024 heeft de klaagster een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv ingediend, strekkende primair tot de opheffing van het strafvorderlijk beslag op de woning en/of de herroeping van de verbeurdverklaring van de woning, en subsidiair tot het gelasten van afgifte van de opbrengst van de woning ex artikel 117 lid 4 Sv dan wel toekenning van een schadeloosstelling ex artikel 552b Sv jo. artikel 33c Sr, op de wijze als in het klaagschrift nader verwoord. Zoals gezegd heeft het gerechtshof het klaagschrift bij beschikking van 16 juli 2024 ongegrond verklaard.
4. Bij vonnis van 6 september 2021 heeft de rechtbank Oost-Brabant in de strafzaak tegen [betrokkene 1] in verband waarmee de inbeslagneming plaatsvond de woning verbeurdverklaard. Tegen voornoemd vonnis is door [betrokkene 1] hoger beroep ingesteld. Op 9 november 2023 heeft gerechtshof 's-Hertogenbosch arrest gewezen waarbij de woning eveneens verbeurd is verklaard. Tegen voornoemd arrest heeft [betrokkene 1] cassatieberoep ingesteld. Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. [1] De verbeurdverklaring is hiermee onherroepelijk.
5. Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Als dat gerecht – gelet op artikel 552b lid 2 Sv – niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat de griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht. [2]
6. In dit geval is de uitspraak met daarin de verbeurdverklaring van de woning pas in de cassatiefase van de strafzaak onherroepelijk geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. [3] In gevallen als deze geldt niet de jurisprudentie waarin is bepaald dat indien de strafrechter, lopende de beklagprocedure, een beslissing heeft genomen over de in beslag genomen voorwerpen, de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a Sv. [4] Anders zou de regeling van artikel 552b Sv, die juist ziet op klaagschriften van een derde belanghebbende tegen onherroepelijke verbeurdverklaringen en onttrekkingen aan het verkeer, een dode letter zijn. De zaak dient daarom met vernietiging van de beschikking van het gerechtshof voor verdere afdoening en behandeling te worden teruggewezen naar het op grond van artikel 552b lid 2 Sv bevoegde gerecht.
7. Ambtshalve heb ik geen andere dan de hierboven vermelde gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar het gerechtshof ’sHertogenbosch.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Voetnoten

1.HR 18 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:277.
2.Vgl. onder meer HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1559
3.Vgl. HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1559,
4.Vgl. HR 4 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1022,