ECLI:NL:PHR:2025:187
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in zaak teruggave inbeslaggenomen geldbedrag
De rechtbank Den Haag verklaarde het beklag van de klaagster gegrond en gelastte de teruggave van €50.000,- die eerder verbeurd was verklaard in een strafzaak tegen de verdachte, die was veroordeeld voor witwassen van ruim €4 miljoen. De klaagster stelde dat dit bedrag haar toekomt omdat zij het had gestort op een bankrekening die later in beslag werd genomen.
Het Openbaar Ministerie stelde cassatie in tegen deze beschikking en voerde aan dat de klaagster niet als belanghebbende kon worden aangemerkt en dat het bedrag haar niet toekwam in de zin van artikel 552b Sv. De Hoge Raad concludeert dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd bij de uitleg van het begrip belanghebbende en het begrip toekomen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat een vordering tot terugbetaling van een bedrag niet gelijkstaat aan een aanspraak op afgifte van het inbeslaggenomen geldbedrag.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag voor herbeoordeling van het klaagschrift. De conclusie benadrukt dat de raadkamerprocedure niet bedoeld is voor het definitief vaststellen van civielrechtelijke eigendomsverhoudingen, maar dat het begrip belanghebbende ruim moet worden uitgelegd binnen de grenzen van de strafvorderlijke procedure.
De zaak betreft een complexe witwaszaak waarbij het witgewassen bedrag op een bankrekening van een Tsjechische vennootschap stond, waarvan de verdachte bestuurder en aandeelhouder was. De teruggave van een deelbedrag van €50.000,- aan de klaagster werd in eerste aanleg toegewezen, maar het OM betwistte dit in cassatie. De Hoge Raad stelt nu dat de rechtbank de juridische criteria onjuist heeft toegepast en dat de zaak opnieuw moet worden behandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor herbeoordeling.