ECLI:NL:PHR:2025:222

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2025
Publicatiedatum
16 februari 2025
Zaaknummer
24/00459
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 552a SvArt. 98 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervallen van beklagprocedure na overlijden van verschoningsgerechtigde advocaat

In deze zaak betrof het een beklagprocedure ex art. 552a Sv ingesteld door een verschoningsgerechtigde advocaat. Tijdens de procedure bleek uit een uittreksel uit de overlijdensakte dat de klager op 24 juni 2024 was overleden. De wet voorziet niet in de verdere behandeling van een beklag na het overlijden van de klager.

De Hoge Raad heeft in eerdere jurisprudentie geoordeeld dat in dergelijke gevallen het beklag vervalt en de bestreden beschikking dient te worden vernietigd. Hoewel het verschoningsrecht een groot goed is met bijzondere waarborgen, ziet de procureur-generaal geen reden om in deze situatie van die lijn af te wijken.

De vernietiging van de beschikking en het verval van het beklag hebben geen gevolgen voor de reeds gerealiseerde teruggave van geheimhouderstukken en digitale gegevensdragers aan de cliënt van de klager. Eventuele vervolgacties kunnen door een opvolgend advocaat worden ondernomen.

De conclusie van de procureur-generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking vernietigt en het beklag als vervallen beschouwt.

Uitkomst: De bestreden beschikking wordt vernietigd en het beklag wordt als vervallen beschouwd vanwege het overlijden van de klager.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer24/00459 Bv
Zitting18 februari 2025

AANVULLENDE CONCLUSIE

P.M. Frielink
In de zaak
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de klager
1. Op 17 december 2024 heb ik een conclusie genomen in deze beklagzaak. [1] In die conclusie adviseerde ik de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager, een verschoningsgerechtigde advocaat, te verwerpen en de zaak af te doen met een op art. 81 RO Pro gebaseerde overweging.
2. Inmiddels is uit een door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam gewaarmerkt ‘uittreksel uit een overlijdensakte’ van 13 februari 2025 gebleken dat de klager op 24 juni 2024 in die gemeente is overleden.
3. De wet bevat geen voorziening voor de verdere behandeling van een beklag ex art. 552a Sv na het overlijden van de klager. [2] De Hoge Raad heeft echter uitgemaakt dat in een dergelijk geval het beklag moet worden geacht te zijn vervallen en de bestreden beschikking moet worden vernietigd. [3] Het middel behoeft om die reden geen bespreking meer. [4]
4. Op zichzelf ligt het voor de hand deze lijn ook in de onderhavige zaak te volgen. Desalniettemin heb ik mij de vraag gesteld of deze lijn ook is aangewezen in beklagzaken waarin het verschoningsrecht van de advocaat speelt. Het verschoningsrecht is immers een groot goed, waarvoor in de wet en de jurisprudentie bijzondere voorzieningen zijn getroffen ter waarborging van dit recht. Ik zie echter niet in waarom de bijzondere aard van het verschoningsrecht ertoe zou moeten leiden, dat wanneer de klager een verschoningsgerechtigde advocaat is en deze gedurende de beklagprocedure komt te overlijden, het functionele verschoningsrecht zou dwingen tot een andere afdoening dan de vernietiging van de bestreden beschikking en het verval van het beklag. Mij zijn ook geen voorbeelden bekend van zaken waarin de Hoge Raad om bijzondere redenen van deze lijn is afgeweken en anders heeft geoordeeld.
5. Ten overvloede merk ik nog op dat de vernietiging van de bestreden beschikking en het verval van het beklag in de onderhavige zaak geen gevolgen heeft voor de in het klaagschrift verzochte en kennelijk reeds in 2016/2017 gerealiseerde teruggave van schriftelijke geheimhouderstukken en digitale gegevensdragers aan de cliënt van de klager. Voor zover op de server van de opsporingsautoriteiten nog kopieën van die teruggegeven digitale gegevensdragers staan – met daarop onder het verschoningsrecht van de advocaat vallend materiaal –, dan is het aan een eventueel opvolgend advocaat om ook hierop actie te ondernemen. Afhankelijk van de stand van zaken in de strafzaak kan worden gedacht aan een nieuw, specifiek hierop gericht beklag ex art. 552a Sv in verband met art. 98 Sv Pro [5] of aan een civiele procedure. [6]
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en zal verstaan dat het beklag is vervallen.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Voetnoten

1.Op dezelfde dag concludeerde ik ook in de twee samenhangende zaken 24/00461 en 24/00463.
2.Als ik het goed zie is dat in het wetsvoorstel voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering (kamerstukken 36327) evenmin het geval.
3.Vgl. HR 15 januari 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC8700,
4.Aldus expliciet overwogen in HR 2 maart 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD2114,
5.Zie voor de voorwaarden HR 31 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:128,
6.Zie HR 19 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:273,