ECLI:NL:PHR:2025:222
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervallen van beklagprocedure na overlijden van verschoningsgerechtigde advocaat
In deze zaak betrof het een beklagprocedure ex art. 552a Sv ingesteld door een verschoningsgerechtigde advocaat. Tijdens de procedure bleek uit een uittreksel uit de overlijdensakte dat de klager op 24 juni 2024 was overleden. De wet voorziet niet in de verdere behandeling van een beklag na het overlijden van de klager.
De Hoge Raad heeft in eerdere jurisprudentie geoordeeld dat in dergelijke gevallen het beklag vervalt en de bestreden beschikking dient te worden vernietigd. Hoewel het verschoningsrecht een groot goed is met bijzondere waarborgen, ziet de procureur-generaal geen reden om in deze situatie van die lijn af te wijken.
De vernietiging van de beschikking en het verval van het beklag hebben geen gevolgen voor de reeds gerealiseerde teruggave van geheimhouderstukken en digitale gegevensdragers aan de cliënt van de klager. Eventuele vervolgacties kunnen door een opvolgend advocaat worden ondernomen.
De conclusie van de procureur-generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking vernietigt en het beklag als vervallen beschouwt.
Uitkomst: De bestreden beschikking wordt vernietigd en het beklag wordt als vervallen beschouwd vanwege het overlijden van de klager.