ECLI:NL:PHR:2025:34
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke strafvermindering bij bewezenverklaring diefstal met braak in vereniging
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf voor diefstal met braak gepleegd in vereniging. Het hof baseerde zijn oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van politieambtenaren die de verdachte en een medeverdachte op heterdaad zagen vluchten, het aantreffen van gestolen goederen nabij de aanhoudingplaatsen en de herkenning van verdachte door een verbalisant.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was en dat er sprake was van een alternatieve verklaring voor de aanwezigheid van verdachte en de auto, die ook door een derde kon zijn gebruikt. Daarnaast werd de geloofwaardigheid van de verklaring van verdachte over zijn vluchtgedrag betwist.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het daderschap van verdachte voldoende heeft gemotiveerd en dat het ernstige vermoeden van betrokkenheid niet door contra-indicaties is weggenomen. Wel wordt erkend dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden, hetgeen aanleiding geeft tot vermindering van de opgelegde straf. Het cassatieberoep wordt verder verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de strafmaat en verminderd, het beroep wordt verder verworpen.