ECLI:NL:PHR:2025:62
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep tegen beslag op personenauto wegens strafvorderlijk belang
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het klaagschrift van klaagster ongegrond verklaard waarin zij teruggave van haar in beslag genomen personenauto vorderde. De rechtbank oordeelde dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag, mede vanwege aanwijzingen dat een derde het voertuig bestuurde terwijl diens rijbewijs ongeldig was verklaard en hij recidiveerde.
Klaagster stelde in cassatie dat de rechtbank niet de juiste grondslag voor het beslag had vastgesteld, en dat het recidivegevaar niet meer bestond omdat de bestuurder zijn rijbewijs had teruggekregen. De Procureur-Generaal constateerde een kennelijke verschrijving in de beschikking (verwijzing naar mobiele telefoon in plaats van auto) maar achtte dit niet relevant voor het oordeel.
Verder werd het nieuwe verweer over het terugkrijgen van het rijbewijs niet in de raadkamer ingebracht en kon daarom niet in cassatie worden meegenomen. De Hoge Raad bevestigde dat het belang van strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag, mede gelet op de mogelijkheid van verbeurdverklaring op grond van art. 33a lid 2 onder a Sr.
Het middel faalt en het beroep wordt verworpen. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging van de beschikking aangetroffen.
Uitkomst: Het beroep tegen het beslag op de personenauto wordt verworpen vanwege het strafvorderlijk belang.