ECLI:NL:PHR:2025:645
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens termijnoverschrijding in jeugdzaak medeplegen aanranding
De verdachte is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens medeplegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Het hof legde een taakstraf en subsidiaire jeugddetentie op, met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaar.
Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatie in bij de Hoge Raad. De advocaat diende echter de cassatieschriftuur niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn in. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 20 september 2024 betekend, waarna de schriftuur uiterlijk op 20 november 2024 ingediend had moeten zijn.
De schriftuur werd pas op 21 november 2024 ontvangen, waardoor niet voldaan is aan artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De procureur-generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
Deze beslissing betekent dat het arrest van het gerechtshof in stand blijft en niet inhoudelijk door de Hoge Raad wordt beoordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van de cassatieschriftuur.