ECLI:NL:PHR:2025:679
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens beëindigd beslag en verrekening geldbedrag
De rechtbank Rotterdam verklaarde het klaagschrift van klager tot opheffing van beslag en teruggave van €700,- ongegrond. Klager stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
Uit stukken blijkt dat klager op 30 november 2023 is veroordeeld voor diefstal en dat het geldbedrag niet in het vonnis werd behandeld. Op 1 december 2023 besloot het openbaar ministerie het geldbedrag terug te geven aan klager, maar dit bedrag werd direct verrekend met openstaande schulden bij het CJIB. Klager werd hierover geïnformeerd.
Door de teruggave is het beslag volgens art. 134 lid 2 sub a Sv Pro beëindigd, waardoor klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep. De feitelijke bestemming van het geldbedrag aan het CJIB verandert hieraan niets. De conclusie is dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens beëindigd beslag en verrekening van het geldbedrag.