Conclusie
1.Het cassatieberoep
3. “met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige” [2]
2.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
(i) Op 16 oktober 2023 is namens de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam.
(ii) Op 16 april 2024 heeft de griffie van de Hoge Raad ingevolge het in art. 434 lid 1 Sv Pro bepaalde de stukken van het geding ontvangen van het hof.
(iii) De ontvangst van de stukken is de verdachte ex art. 435 lid 1 Sv Pro aangezegd op 22 mei 2024. De aanzegging bevat onder meer de mededeling dat op straffe van niet-ontvankelijkheid van het beroep binnen zestig dagen door een advocaat een schriftuur moet worden ingediend bij de Hoge Raad en dat de termijn van zestig dagen is aangevangen op de dag na de datum van uitreiking.
15 juli 2024.