ECLI:NL:PHR:2025:747
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens ongeldige betekening dagvaarding in hoger beroep bij winkeldiefstal
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen en stelde hoger beroep in. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk omdat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig zou zijn betekend door uitreiking aan een medewerker van het openbaar ministerie, aangezien geen woon- of verblijfplaats van de verdachte in Nederland bekend was.
Uit stukken bleek echter dat de verdachte op het moment van betekening een adres in Roemenië had, zoals blijkt uit een schriftelijke bijzondere volmacht van de advocaat. De dagvaarding was echter niet verzonden naar dit buitenlandse adres, zoals vereist volgens art. 36e lid 3 Sv. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de betekening rechtsgeldig zou zijn zonder verzending naar het buitenlandse adres.
Daarom wordt het middel van cassatie gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de dagvaarding in hoger beroep nietig verklaard. De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens deze procedurele onregelmatigheid.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens ongeldige betekening, waardoor de verdachte niet-ontvankelijk is verklaard in hoger beroep.