Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De zaak
NJ2024/16 m.nt. J.H. Crijns, waarin de Hoge Raad het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 16 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:368, casseerde. De Hoge Raad achtte het oordeel van het hof dat “niet zodanig inbreuk is gemaakt op de verklaringsvrijheid van de verdachte dat in strijd is gehandeld met artikel 29 Sv Pro en artikel 6 EVRM Pro” niet zonder meer begrijpelijk. Het hof had, naar het oordeel van de Hoge Raad, in onvoldoende mate de kwetsbaarheid van de verdachte betrokken bij de beoordeling van de mate van druk die op de verdachte kan zijn uitgeoefend in het kader van de toepassing van de in art. 126j Sv omschreven bevoegdheid, de stelselmatige inwinning van informatie (hierna ook wel aangeduid als SI).
3.De bewezenverklaring en de bewijsvoering
Standpunt verdediging
Datum monstername en koppeling met de toegekende spooridentificatienummers:
4.Het eerste middel
Standpunt verdediging
5.Het tweede en het derde middel
In de toelichting op het derde middel brengt de steller van het middel naar voren dat het hof heeft nagelaten in te gaan op standpunten van de verdediging (ten aanzien van zowel feit 2 meest subsidiair als de feiten 4 subsidiair en 5) omtrent verschillende aspecten over het bewijs, te weten de waarde die moet worden gehecht aan getuigenverklaringen, de deugdelijkheid van het onderzoek naar de substantie waarmee de auto is beklad, het gebruik van schakelbewijs, het ontbreken van DNA-sporen en de interpretatie van het brandtechnisch onderzoek.
voorafgaandaan het arrest van de Hoge Raad van 22 juni 2021, waarin de Hoge Raad het arrest van het hof van 16 januari 2020 vernietigde en terugwees. Door de raadsman van de verdachte is op die zitting het volgende naar voren gebracht:
Opdonderen, jij bent een psychopaat mevrouw, jij koopt benzine en gooit het over een auto heen.”