Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
3.Het middel
hij daar heen ging omdat, hij wel eens wat nodig had voor zijn eigen plantage, en voor advies.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de verbeurdverklaring van een personenauto die door het hof Arnhem-Leeuwarden is uitgesproken na terugwijzing door de Hoge Raad. De auto, een Volkswagen Golf, was in beslag genomen omdat deze werd gebruikt bij het bezoeken en bevoorraden van een hennepkwekerij. Hoewel de auto op naam van de vader van de verdachte stond, stelde de verdediging dat de auto niet aan de verdachte toebehoorde en daarom niet verbeurd mocht worden verklaard.
Het hof oordeelde dat de auto wel aan de verdachte toebehoorde, omdat hij zowel de aanbetaling als het resterende aankoopbedrag had betaald, zijn handtekening onder de orderbevestiging had gezet, de auto had opgehaald en feitelijk gebruikte. Ook vond het hof dat de auto met behulp waarvan het strafbare feit was begaan, vatbaar was voor verbeurdverklaring op grond van art. 33a lid 1 sub c Sr.
De advocaat van de verdachte voerde in cassatie aan dat het oordeel van het hof onjuist en onvoldoende gemotiveerd was, maar de procureur-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad bevestigt dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en voldoende is gemotiveerd, waarbij het begrip 'toebehoren' niet vereist dat de verdachte eigenaar is, maar dat hij zeggenschap en belang bij het voorwerp heeft.
De conclusie van de procureur-generaal leidt tot verwerping van het cassatieberoep en bevestiging van de verbeurdverklaring van de auto.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verbeurdverklaring van de personenauto wordt bevestigd.