ECLI:NL:PHR:2025:819

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2025
Publicatiedatum
23 juli 2025
Zaaknummer
23/04704
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRMArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens overschrijding redelijke termijn in profijtontnemingszaak

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 22 november 2023 het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene vastgesteld op €48.740,62 en hem verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen. Tevens bepaalde het hof de maximale duur van gijzeling op 278 dagen.

De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij het enige middel klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Er werden geen andere klachten tegen het arrest of de behandeling door het hof ingebracht.

De Procureur-Generaal concludeerde dat het middel faalt omdat het geen voldoende belang bij het cassatieberoep tot uitdrukking brengt. Ambtshalve werden geen gronden voor vernietiging van het arrest aangetroffen. De conclusie van de AG strekt tot verwerping van het beroep.

Het arrest bevestigt dat een klacht over termijnoverschrijding in de cassatiefase zonder verdere inhoudelijke klachten onvoldoende is om cassatie toe te laten. De rechtsgang blijft daarmee ongewijzigd en het vonnis van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens onvoldoende belang bij de klacht over termijnoverschrijding in cassatie.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/04704 P
Zitting9 september 2025

CONCLUSIE

P.H.P.H.M.C. van Kempen
In de zaak
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft bij arrest van 22 november 2023 (parketnr. 21-005323-21) het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 48.740,62 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 48.740,62 aan de Staat ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof heeft de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd bepaald op 278 dagen.
Er bestaat samenhang met de zaken 23/04701 en 23/04703. In deze zaken concludeer ik vandaag ook.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel bevat de klacht dat de berechting van de betrokkene niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn, als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM Pro, nu de inzendtermijn in cassatie is overschreden.
Het middel strekt er enkel toe te klagen dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden. De verdachte heeft kennelijk geen cassatieklachten over de bestreden uitspraak en/of over de behandeling van de zaak door het hof. Daarmee is er geen sprake van een klacht die voldoende belang bij het cassatieberoep tot uitdrukking brengt. [1]
6. Het middel faalt en kan worden afgedaan met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
8. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146,