Conclusie
Nummer 23/01654
Inleiding
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod" (feit 1). [1]
Het middel
De bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen
op 10 november 2021 te Breda en Roosendaal, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht als bedoeld in artikel 1 lid 5 van Pro de Opiumwet, ongeveer 10.000 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;”
10.1 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1], pagina 5 tot en met 8 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijkweergegeven:
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging bepleit dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde, nu niet kan worden bewezen dat sprake is van verlengde uitvoer van de tenlastegelegde hennep. Op het moment dat door de politie de achtervolging op de verdachte is ingezet, bevond hij zich op de snelweg in Nederland. Omdat er vroeg is ingegrepen, kan niet worden vastgesteld dat hij voornemens was om met de hennep naar België door te reizen. De verdediging heeft geconcludeerd dat daardoor alleen het opzettelijk aanwezig hebben van de tenlastegelegde hennep wettig en overtuigend bewezen kan worden.