ECLI:NL:PHR:2025:898

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 augustus 2025
Publicatiedatum
25 augustus 2025
Zaaknummer
23/03144
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onterechte niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep

De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam op 1 augustus 2023 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, omdat het hof oordeelde dat geen appelschriftuur met grieven was ingediend. In cassatie werd aangevoerd dat wel degelijk een appelschriftuur met grieven was ingediend, ondersteund door een screenshot van een door de rechtbank Noord-Holland gestempeld document van 17 april 2023.

De advocaat van de verdachte stelde dat het hof ten onrechte de niet-ontvankelijkverklaring had uitgesproken, omdat het hof geen rekening had gehouden met het ingediende appelschriftuur. De Procureur-Generaal concludeerde dat het screenshot een ernstig vermoeden wekt dat het hof onjuist heeft geoordeeld over de ontvankelijkheid.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel slaagt en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing over het hoger beroep. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging aangetroffen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onterechte niet-ontvankelijkverklaring.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 23/03144

Zitting26 augustus 2025
CONCLUSIE
M.E. van Wees
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 1 augustus 2023 door het gerechtshof Amsterdam [1] niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. C.M. Peeperkorn, advocaat in Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

Het middel

2.1
Het middel klaagt dat het hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep. Daartoe voert het middel aan dat er - anders dan het hof heeft vastgesteld – wel degelijk een appelschriftuur houdende grieven is ingediend.
2.2
Het hof heeft ten aanzien van de ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep het volgende overwogen:
“Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.”
2.3
Aan de cassatieschriftuur is een document gehecht. Dat document betreft een ‘screenshot’ van een (voorpagina van een) appelschriftuur van mr. A. Vogelaar. Die appelschriftuur is gestempeld door de griffie van de rechtbank Noord-Holland op 17 april 2023. Aan de herkomst van het in cassatie overgelegde document behoeft mijns inziens redelijkerwijs niet te worden getwijfeld. Daaraan doet niet af dat het gerechtshof bij brief van 20 februari 2024 heeft medegedeeld dat een appelmemorie mét datumstempel zich niet in het dossier van het hof bevindt. Uit de (aanvullende) cassatieschriftuur is immers op te maken dat het gaat om een afbeelding van het digitale dossier van de rechtbank. Op de afbeelding is ook in de bovenbalk van de digitale applicatie een van de in eerste aanleg gehanteerde parketnummers te zien.
2.4
Het door de steller van het middel aan de cassatieschriftuur gehechte document wekt het ernstige vermoeden dat het hof de verdachte achteraf bezien ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep. Uit dat stuk volgt immers dat er wel een appelschriftuur is ingediend waarop het hof - ervan uitgaande dat daarin grieven worden geformuleerd - acht had moeten slaan.
2.5
Dit brengt mee dat het middel slaagt.

Afronding

3.1
Het middel slaagt.
3.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
3.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Parketnummer 23-00051-23.