Conclusie
1.Inleiding
onafhankelijkepsychiater is verricht omdat de psychiater in kwestie zich baseert op informatie verstrekt door de instelling. Daarom heeft betrokkene niet willen meewerken aan het medisch onderzoek. Het middel klaagt ook, althans zo begrijp ik het middel, dat de medische verklaring niet is opgesteld na een onderzoek in aanwezigheid van betrokkene en daarom niet ten grondslag kon liggen aan de verleende zorgmachtiging.
2.Feiten en procesverloop
Rechter: […] Heeft de advocaat vragen?
'ALK (Aanhoudend tot Lichamelijke Klachten met dus geen lichamelijk gevonden oorzaak), waanstoornis/psychotische en stoornis in gebruik van alcohol'. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 2 juli 2025. De rechtbank heeft geen aanleiding aan het oordeel van de psychiater te twijfelen.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste middelonderdeelkeert zich tegen rov. 3.2 van de bestreden beschikking. Geklaagd wordt dat de psychiater die op 2 juli 2025 een medische verklaring heeft opgesteld niet onafhankelijk is van de Wvggz-instelling Altrecht en in het bijzonder van de reeds genoemde casemanager. Volgens het middel had de rechtbank uit de gang van zaken rond de poging betrokkene te onderzoeken, zoals besproken ter zitting (zie hiervoor, 2.6), moeten afleiden dat bij betrokkene de indruk is ontstaan dat de onafhankelijk psychiater niet onafhankelijk opereerde in het aankondigen van zijn bezoek. De rechter had daarop acht behoren te slaan bij de beoordeling van wat betrokkene aangeeft met zijn opmerking “
Ik word uiteindelijk wel berecht! Verplichte zorg is heel ernstig.”
onafhankelijkpsychiater, omdat de psychiater in kwestie zijn medisch oordeel heeft gebaseerd op informatie die zich bevindt in het dossier dat Altrecht had opgesteld en die afkomstig is van de huisarts van betrokkene, van het zorgplan van de zorgverantwoordelijke en van de casemanager, in wie betrokkene geen vertrouwen heeft. Ik merk het volgende op.
Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering van de betrokkene om aan een onderzoek mee te werken, maar ook andere omstandigheden kunnen meebrengen dat onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene niet of slechts beperkt mogelijk is. In die gevallen zal, met het oog op de beoogde maatregel, steeds op de best mogelijke manier moeten worden getracht inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel.”
De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de medische verklaring van 2 juli 2025 en de toelichting tijdens de zitting blijkt dat de onafhankelijk psychiater heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht mag worden om betrokkene te onderzoeken.” De rechtbank heeft hiermee de juiste maatstaf aangelegd en haar oordeel voldoende gemotiveerd.
tweede middelonderdeelricht zich tegen rov. 3.3. Daar baseert de rechtbank haar oordeel dat in het geval van betrokkene sprake is van een psychische stoornis op de medische verklaring van 2 juli 2025. Het middel voert aan dat betrokkene van oordeel is dat zijn (ernstige) lichamelijke klachten een of meer fysieke oorzaken hebben.