Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
dieaan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorde, te weten aan Stichting Hrieps , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak, welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken door omstreeks 03.15 uur in de nacht een ruit van de woning van die [benadeelde] in te gooien en vervolgens de woning binnen te gaan en naar boven te lopen – gekleed in het zwart/donker en met bivakmutsen op, in elk geval met gezichtsbedekking, en met een stok/knuppel in de handen en vervolgens aan die [benadeelde] dreigend te vragen waar het geld lag.”
I. Algemene overwegingen
4.Het eerste middel
3. De betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 1]
[verdachte] is kort na het feit naar Amsterdam gegaan en heeft daar verbleven in een Hilton Hotel, waarna hij naar Spanje op vakantie is geweest;
[verdachte] heeft op een foto gemaakt op 12 juni 2019 met een deel van de buit in zijn hand.
Na het feit is de grijze Volkswagen Polo van [medeverdachte 4] naar [plaats] gereden, waar in de woning van [getuige 1] de buit is geteld, waarbij [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] aanwezig waren.
“Conclusie”behorend bij het onderdeel
“IV. (b) Betrouwbaarheid verklaringen getuige [getuige 1] ”overwogen dat de “hierna” – dat is onder het kopje
“Feitenvaststellingen n.a.v. verklaring [getuige 1] ”– genoemde de-auditu verklaringen van [getuige 1] als getuige over de door hem genoemde vijf betrokkenen (waaronder de verdachte) als ook de door het hof voor het bewijs gebezigde verklaringen uit eigen wetenschap over die personen voldoende betrouwbaar zijn en bruikbaar voor het bewijs. Volgens het hof vinden deze verklaringen op die punten immers mede steun in alle andere reeds genoemde bewijsmiddelen en is er gelet daarop – anders dan in de visie van de verdediging – geen grond aanwezig om de getuigenverklaring van [getuige 1] integraal van het bewijs uit te sluiten. Daarbij overweegt het hof dat het de in dit opzicht door de verdediging gevoerde verweren verwerpt. Het hof gaat wel nog expliciet in op de door de verdediging – voor zover hier van belang – aangevoerde omstandigheid dat [getuige 1] is veroordeeld tot zes jaar cel in verband met de dood van zijn zoontje, maar ook deze omstandigheid maakt volgens het hof niet dat zijn getuigenverklaring op voornoemde onderdelen zonder meer en integraal van onwaarde is voor het bewijs. Het hof concludeert dat enkel onderdelen van de door [getuige 1] als getuige ten overstaan van de rechter-commissaris op 17 december 2020 afgelegde verklaring voor het bewijs worden gebruikt en dat de verklaringen van [getuige 1] “op de hiervoor weergegeven gronden” met de nodige behoedzaamheid moeten worden gelezen en het hof ook voor de waardering van het bewijs de benodigde behoedzaamheid zal betrachten.
“Uit een andere tap volgt dat hij al zijn rekeningen van het CJIB heeft betaald.”De verdediging expliciteert niet wat zij hiermee precies wil zeggen – in die zin is niet zelfstandig sprake van een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van de feitenrechter naar voren is gebracht [2] – maar wellicht heeft zij ermee willen opwerpen dat ook [getuige 1] in de buit heeft gedeeld. Onder het kopje “Vaststelling kennelijk leugenachtige verklaringen [getuige 1] ” – waar ik hier kortheidshalve naar verwijs – heeft het hof onder meer vastgesteld dat [getuige 1] heeft gelogen over het feit dat hij, [getuige 1] , desgevraagd heeft ontkend dat ook hij die ochtend – voor zijn eigen aandeel in het gebeuren – een deel van de buit heeft gekregen (en niet naar eigen zeggen slechts € 1.000,- als grootmoedige gift naderhand van [medeverdachte 1] ergens in juni 2019). Vervolgens heeft het hof dit kennelijk leugenachtige onderdeel van zijn verklaring aldus geïnterpreteerd dat [getuige 1] daarmee, klaarblijkelijk uitsluitend zichzelf niet (mede) heeft willen belasten en dit specifieke onderdeel voor het bewijs gepasseerd. Verder kan ook hier worden gewezen op het voldoende-steunbewijsargument en de genoemde behoedzaamheid, zoals hiervoor onder 4.4 genoemd.
“III. (e) Uitgaven gedaan na 12 mei 2019”expliciet heeft overwogen dat de uitgaven zeer kort na het feit (12-14 mei 2019) en het bezit van het contante geld op 13 juni 2019 niet kan worden verklaard uit de verkoop van twee abonnementstelefoons, zoals door de verdediging bij pleidooi was aangevoerd.
6. Ophalen [verdachte] door vader [medeverdachte 1] in [plaats]
Ten aanzien van [verdachte] :
5.Het tweede middel
10. Medeplegen
“In algemene zin”behorend bij het onderdeel
“Feitenvaststellingen n.a.v. verklaringen [getuige 1] ”heeft vastgesteld dat de verdachte aan [getuige 1] heeft verteld dat er (naar het hof begrijpt: in de woning) drie jongens waren en dat ze met drie auto’s waren (“We waren met drie auto’s, maar jullie wisten maar af van twee.”). Verder heeft het hof ten aanzien van de verdachte vastgesteld dat de verdachte volgens [getuige 1] een rol had en er ook iets mee te maken had en dat hij € 50.000,- van de buit heeft gehad, hetgeen [getuige 1] op foto’s heeft gezien. Ook heeft het hof vastgesteld dat de verdachte heeft geholpen met inladen (door het hof begrepen als: van de buit of andere spullen). Voorts stelt het hof op basis van de verklaring van [getuige 1] vast dat de verdachte hem een foto heeft gestuurd waarop een deel van het geld van de buit is te zien en dat de verdachte kort na het feit naar Amsterdam is gegaan waar hij in het Hilton hotel heeft verbleven en daarna op vakantie naar Spanje is gegaan.
“VI. Medeplegen”maakt het hof vervolgens eerst melding van zijn – in cassatie niet bestreden – conclusies dat:
“Bedreiging met geweld – ook door verdachten die niet in de woning zijn geweest”heeft vastgesteld dat de anderen (waaronder de verdachte) zich op geen enkele zichtbare manier hebben gedistantieerd van de uitvoering van het plan en niet is gebleken van enige contra-indicatie.