ECLI:NL:PHR:2026:213
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen afwijzing aanhoudingsverzoek wegens termijnoverschrijding
In deze zaak heeft de procureur-generaal bij de Hoge Raad geconcludeerd dat het cassatieberoep van verdachte faalt. Het beroep richt zich tegen de afwijzing van een aanhoudingsverzoek door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij het hof verdachte niet-ontvankelijk verklaarde in het hoger beroep.
De conclusie verwijst naar een samenhangende zaak waarin dezelfde motieven en hetzelfde aanhoudingsverzoek aan de orde zijn. De Hoge Raad constateert ambtshalve dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Desondanks zijn er geen gronden gevonden die tot vernietiging van het bestreden arrest aanleiding geven. De Hoge Raad zal daarom het beroep verwerpen. De zaak betreft een verdachte geboren in 1990, en de uitspraak van het hof dateert van 28 februari 2024.
De conclusie benadrukt dat de overschrijding van de redelijke termijn slechts wordt geconstateerd en niet leidt tot een andere beslissing. De afwijzing van het aanhoudingsverzoek blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep blijft gehandhaafd ondanks overschrijding van de redelijke termijn.