ECLI:NL:PHR:2026:214
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen veroordeling wegens diefstal en belediging ambtenaar
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij arrest van 28 februari 2024 veroordeeld wegens meerdere feiten van diefstal en eenvoudige belediging van een ambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening. De opgelegde straf betrof een gevangenisstraf van twee maanden.
Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft op 3 maart 2026 geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. Het middel van cassatie richtte zich op de afwijzing van een aanhoudingsverzoek, maar faalde om dezelfde redenen als in samenhangende zaken 24/00731 en 24/00732.
De conclusie vermeldt tevens dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de korte duur van de opgelegde straf volstaat een constatering van deze overschrijding zonder verdere gevolgen.
De Hoge Raad zal het arrest van het gerechtshof bevestigen en het cassatieberoep verwerpen, waarmee de veroordeling van de verdachte ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot twee maanden gevangenisstraf blijft in stand.