ECLI:NL:PHR:2026:243
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie wegens overlijden verdachte in bezit kinderpornografisch materiaal
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag dat de veroordeling van de verdachte wegens bezit van kinderpornografisch en dierenpornografisch materiaal bevestigde. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk.
Tijdens de procedure is gebleken dat de verdachte op 19 november 2025 is overleden, zoals blijkt uit een door de ambtenaar van de burgerlijke stand gewaarmerkt afschrift van de akte van overlijden. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt in dat geval het recht tot strafvordering.
De Hoge Raad concludeert dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraken van het gerechtshof en de rechtbank en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de verdachte, waardoor het recht tot strafvordering is vervallen.